Khao Yai: wild kamperen in het grootste regenwoud van Zuidoost-Azië

Published: Updated: 0 comments

Khao Yai Nationaal Park beslaat 2.170 vierkante kilometer en is het grootste aaneengesloten moessonregenwoud in Zuidoost-Azië. Er leven naar schatting 500 wilde olifanten en 50 tijgers. De camping is bereikbaar per openbaar vervoer. De combinatie van die feiten is de reden waarom we hier naartoe gaan.

Hoe je er niet in een toergroep terechtkomt

De meeste bezoekers van Khao Yai komen via een van de resorts langs de weg naar het park, worden per bus of minivan naar het bezoekerscentrum gereden, en lopen met een gids over de platgetreden toeristen-paden. Dat werkt. Maar er is een alternatief.

Vanuit Pak Chong rijdt een jumbo (collectief busje) voor 30 baht per persoon tot aan de parkeerplaats bij de ingang. Entree bedraagt 200 baht. De camping ligt nog 14 kilometer verderop — te ver om met een rugzak te lopen, maar makkelijk te liften. De eerste auto stopt altijd.

De camping is een groot stuk gras aan het water, midden in de jungle. Er is een eenvoudig restaurant en er zijn douches. ’s Nachts lopen er herten over het terrein op zoek naar de vuilnisbakken. Ze zijn niet schuw — op twee meter afstand staren ze je aan met een blik die suggereert dat ze niets te verbergen hebben.

De rangers

Tommy de Bushman is de ranger bij het bezoekerscentrum. Hij is de enige ranger die erop staat dat bezoekers die de jungle in willen aantonelijk weten waar ze naartoe gaan. Bij aankomst loopt hij achter ons aan met de vraag wat we van plan zijn.

Geen enkele toerist loopt hier zelfstandig in dit gebied, laat hij weten. Maar als je lange broeken draagt, goede wandelschoenen aan hebt, dubbele sokken tegen de bloedzuigers en een kompas bij je hebt, en aangeeft welke richting je aanhoudt als je het pad kwijtraakt, raken de bezwaren snel opgelost.

Tommy de Bushman heeft duidelijk niet verwacht dat hij ons de dag erna zou zien aankomen bij de waterval. Zijn begroeting: ‘you’ve made it.’

Bloedzuigers en de waterval

De wandeling naar Namtok Heo Suwat — de waterval die gebruikt is voor opnames van de film The Beach — duurt zes uur als het droog is en langer als het regent. In het moessonregenwoud regent het.

Na een half uur regen is elk pad een modderstroom. De bloedzuigers zijn op dat moment actief: ze manoeuvreren via een beweging van half-rondje naar half-rondje over de grond. Je ziet ze pas als ze al aan je enkel zitten. Ze zijn niet gevaarlijk en verspreiden geen ziektes, maar het is een geruststellende mededeling die je gemakkelijker aanvaardt terwijl je ze verwijdert dan in het moment dat ze er zitten. Een brandende sigaret tegen de plek waar ze vasthebben werkt sneller dan trekken.

Halverwege de route ligt een open plek die duidelijk een rustplaats is van wilde olifanten: platgetrapt groen, verspreide uitwerpselen, omgeduwd struikgewas. Veel paden in het park zijn oorspronkelijk olifantenpaden. Ze wijken uit als mensen ze overnemen.

De waterval zelf is mooi. Op de parkeerplaats staan dertig auto’s. Zes uur lopen voor twee minuten kijken naast mensen die er vijf minuten over hebben gedaan. Dat hoort erbij.

Wilde olifanten in het donker

Op de derde avond — te laat voor het restaurant, dus chips en instant noedels — worden we meegenomen door een Thaise vrouw die een wilde olifant heeft gesignaleerd in het zuidelijke deel van het park. In een terreinauto, ’s nachts, op de weg door de jungle.

Het werkt als volgt: je rijdt langzaam, de chauffeur zoekt naar uitwerpselen langs de kant van de weg. Als er verse zijn, schakel je terug en kijk je goed. Bij de bosrand: een grote grijze massa. Twee stuks. Het mannetje heeft zijn oren naar voren als we te dicht naderen — de chauffeur weet dat hij een achteruitrijfunctie heeft en gebruikt hem.

Wilde olifanten in hun eigen omgeving, op twee auto’s afstand, in het donker. De tijger hebben we niet gezien. Dat kan ook niet alles zijn.

Advertentie

Wat je moet weten

Hoe er komen: Trein of bus naar Pak Chong vanuit Bangkok (circa 3 uur per bus). Vandaar een jumbo tot de parkeerpoort (30 baht). Niet te veel luisteren naar hotelfolders op het treinstation — die brengen je naar resorts 30 kilometer voor de ingang.

Camping: 60 baht per nacht op het terrein. Eigen tent meenemen. Er is een eenvoudig restaurant en douches. De weekends zijn drukker: Thaise families uit Bangkok komen massaal kamperen. Weekdagen zijn rustig.

Wandelen: Het park heeft gemarkeerde routes maar bewakers zien graag dat je aangeeft wat je van plan bent. Lange kleding, goede schoenen en een kompas worden serieus genomen. Wandelkaarten zijn verkrijgbaar bij het bezoekerscentrum.

Bloedzuigers: Aanwezig langs alle vochtige paden. Niet gevaarlijk, wel onvermijdelijk. Dubbele sokken vertragen ze. Een sigaret verwijdert ze.

Nacht safari: Via de rangers of de Thaise bezoekers op de camping is een nachtelijk ritje in een auto te organiseren. Goedkoper dan de officiële tours en met meer resultaat.

Let op: alle prijzen zijn van 2005 en sterk veranderd. Het park is sindsdien bekender geworden maar de jungle en de dieren zijn er nog.

Op de camping staan borden die waarschuwen voor overstekende olifanten, tijgers en cobra’s. Op de camping zelf lopen de herten. Dat is goed genoeg.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Waar dit verhaal ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie