Floor wordt zesentwintig, en we vieren het door op eigen gelegenheid het Khao Yai National Park in te gaan, terwijl het hele hotel met tours vertrekt. Vanaf de ingang, entree 200 baht (ca. €4), is het nog veertien kilometer naar de camping, en omdat er geen bussen rijden, liften we. De eerste auto stopt meteen. Borden waarschuwen voor overstekende olifanten, tijgers en cobra’s. De camping is een grasveld aan het water, tussen de jungle, vrijwel verlaten, met een goedkoop restaurant en zelfs douches, voor 60 baht per nacht. Sinds Mongolië hebben we de tent niet meer gebruikt.
Borden langs de weg waarschuwen voor overstekende olifanten, tijgers en cobra’s.
Een eigen nachtsafari
De natuur dient zich meteen aan. Op een open plek grazen sambarherten, en dieper in het bos belanden we tussen een troep ruziënde gibbons. ’s Avonds lopen de herten over de camping, volstrekt niet schuw, en een bijzonder vasthoudend exemplaar probeert telkens een vuilnisbak om te duwen, om bij het passeren van mensen in de schaduw stil te staan alsof het onzichtbaar is. We maken onze eigen nachtsafari met een zaklamp, terwijl auto’s vol Thai juist naar de wilde farang op de weg komen kijken. We zien overal ogen in de bosrand, en passeren twee stekelvarkens. In het park leven naar schatting vijfhonderd olifanten en een stuk of vijftig tijgers.
In deze serie: Over Land naar Singapore
- 115. De grens over naar een rijker land
- 116. Acht uur derde klas naar Khao Yai
- 117. Een verjaardag tussen de gibbons
- 118. Door de stortregen naar de waterval van The Beach
- 119. Van de jungle naar vijftien miljoen mensen
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.