We kijken uit naar het moment dat we de highway from hell, zoals we de D854 inmiddels noemen, kunnen verlaten. Als het goed is zijn we later vandaag eindelijk van de stormwind af die ons al dagen dwarszit. ’s Ochtends worden we eerst nog in de watten gelegd in de Naukluft. De dames in de keuken, bij de receptie en aan de bar zorgen ervoor dat we niets tekortkomen. Fietsers komen hier zelden en ze weten dat we energie nodig hebben.
Voor vandaag moeten we goed plannen. In Namibië liggen winkels, tankstations en andere voorzieningen vaak honderden kilometers uit elkaar. Dat betekent dat je precies moet weten waar je weer eten en drinken kunt krijgen. Als fietser kun je niet even snel een dorp inrijden om iets bij te kopen. Daarom zorgen we dat we genoeg water en eten meenemen voor de 75 kilometer naar Solitaire.

Terug naar de gravelweg
Het is twaalf kilometer terug naar de D854. Gelukkig waait het nog niet hard. Daarna volgt nog acht kilometer naar Bullsport, op de kruising met de C14. De wind komt vanaf de hoogvlakte en we voelen de temperatuur en de kracht langzaam toenemen.
Maar vandaag wordt een feestje. Bij Bullsport slaan we af naar het noordwesten en zetten de daling in terug naar de woestijn, zo’n zeshonderd meter lager. De wind, die ons dagenlang tegenwerkte, blaast nu vol in de rug.
Fietsen met de wind mee
We fietsen door een droge vallei in tinten geel, bruin en rood. Acacia’s tekenen grillige patronen in het landschap en de kale bergen vormen scherpe kliffen langs de horizon. Over de prachtige gravelweg rijden we met hoge snelheid naar beneden.
Een auto met Duitse toeristen stopt even en vraagt hoe het gaat en of we iets nodig hebben. Dat gebeurt hier niet vaak. Vandaag zijn we uitgelaten. Alles loopt soepel. Je had ons een paar dagen geleden moeten tegenkomen. Zonder twijfel leiden meewind, rustige wegen en een indrukwekkend landschap tot fietseuforie.
Als er dan toch iets is om over te klagen, zijn het de vliegen. Met harde tegenwind worden ze weggeblazen. Met meewind vliegen ze gewoon met je mee. Zoemend en kriebelend rond je hoofd, op zoek naar neusgaten, ogen of oren om in te kruipen. Vliegen lijken op aarde te zijn om andere levende wezens het leven zuur te maken. Tot ze worden platgeslagen of opgegeten.

Terug in Solitaire
Kort na het middaguur zijn we terug in Solitaire. Zo veel fietsers komen hier niet en we worden meteen herkend. “Onze” plek op de camping is nog vrij. De mangoesten en grondeekhoorns lopen nog steeds vrolijk rond tussen de kampeerplekken.
De zon zakt langzaam achter de acacia’s en verdwijnt als een grote oranje bol achter de bergen. In de woestijn wordt het daarna niet meteen donker. De lucht blijft nog lang nagloeien in tinten oranje en rood, alsof de dag maar langzaam wil ophouden. In de schemering lopen een paar jakhalzen rond op zoek naar iets eetbaars. Wij sluiten de dag af bij de braai op de camping.
Die nacht hoor ik voor het eerst de hyena’s. Eerst ergens ver weg in de vallei. Een vreemd, bijna lachend geluid dat door de stilte draagt. Later klinkt het dichterbij. De groep trekt langs de camping, vlak langs onze tent. Het klinkt onheilspellend genoeg om even goed wakker van te worden.
Morgen hebben we een missie: we willen naar Walvisbaai.
2 comments
Poe poe…wat een indrukwekkende verhalen…..
Maar het luipaard wat in de nacht naar je toe kwam sluipen maar gelukkig Maurits was…tjonge dat was wel even griezelen toen ik het las…
Je kunt dus ook al griezelverhalen schrijven…
Haha! Ik fijn het fijn te lezen dat je mee grieselt