Van slapen kwam op Banka Banka weinig terecht, want we lagen onder alleen een muskietennet op vijftien meter van de weg, waar de hele nacht road trains met vier trailers voorbijdenderen, als een verlichte kermis vol geraas door je slaapkamer. En doe je ’s ochtends je ogen open, dan staat er een emoe pal naast je matras je nieuwsgierig op te nemen; ook goedemorgen. We rijden weer vierhonderdzestig kilometer door buitengewoon eentonig land.
De weg vol roadkill
Wat opvalt is het reusachtige aantal dode dieren langs de weg, slachtoffers van aanrijdingen: vooral kangoeroes, maar ook koeien en zelfs een enkele kameel. Een verse roadkill herken je aan de ligging midden op de weg en aan de aaseters eromheen: gieren kent Australië niet, dus dat werk doen hier de wedge-tailed eagles, de cirkelende kites en de zwarte kraaien. Voor zo’n arend, met een spanwijdte van meer dan twee meter, moet je afremmen, want hij heeft de neiging recht op je af te vliegen en komt bij een botsing zo door je voorruit. Een wat ouder kadaver ken je aan de zoete, weeïge lucht die in de auto blijft hangen, en aan het opgezwollen lijf; nog oudere zijn niet meer dan een lege leren koeienhuid of een stapel botten.
Voor een wedge-tailed eagle op de weg moet je afremmen, want hij vliegt recht op je af en komt zo door je voorruit.
Het spoor van de mens
Ook de begrazing tekent het land. Een begraasd stuk steekt schril af bij de weelderiger, soms met bloemen bezaaide begroeiing van de niet-begraasde delen. Gecombineerd met de eindeloze hekken blijft er bedroevend weinig oorspronkelijks over; de meeste bezoekers zien alleen een eentonig landschap en missen het verschil tussen natuurlijke en door de mens veroorzaakte kaalte. In een droog, voedselarm land als dit heeft elke verstoring van het evenwicht grote gevolgen. We komen aan op de 12 Mile Yards-camping in het Elsey National Park, die wegens onderhoud gesloten heet, maar omdat “gesloten” iets anders is dan “verboden” en we hier speciaal voor zijn gekomen, tillen we het touw omhoog en rijden naar binnen: gratis, en helemaal voor onszelf. We koelen af in de rivier, en terwijl ik hout sprokkel voor het vuur, kruist in het struikgewas onze eerste grote slang mijn pad: een dikke, bijna zwarte, ongeveer een meter lang, met witoranje spikkels en een kop die naadloos in het lijf overgaat. Wat voor soort het was, weten we niet.
In deze serie: Australië
- 136. Terug naar Alice, en de mulga tegemoet
- 137. De lange rit naar Banka Banka Station
- 138. Van Banka Banka naar Elsey: roadkill en overbegrazing
- 139. Terug bij Mataranka: de vleermuiskolonie en de hotspring
- 140. Naar Edith Falls: van hotspring naar waterval
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.