Home AziëOezbekistanZiek naar Buchara, en een stad die zichzelf heeft opgepoetst

Ziek naar Buchara, en een stad die zichzelf heeft opgepoetst

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Doorkijk door de poort naar de betegelde binnenplaats van een medresse in Buchara
Doorkijk door de poort naar de betegelde binnenplaats van een medresse in BucharaAlle foto’s uit Oezbekistan ›

De eerste ochtend in Oezbekistan begin ik op mijn zwakst. Ik heb de nacht doorgebracht in een hotel bij Alat waar niets te krijgen is, en waar ik gisteravond al vijf kilometer voor terug heb moeten fietsen om aan water en eten te komen. Dat kunstje ga ik niet herhalen. Ik slik wat diarreeremmers, laat een fooi achter voor de schoonmakers en probeer op de fiets te stappen. Een paar honderd meter verderop, in een hitte die de lucht boven het asfalt laat trillen, geef ik het op. Buchara ligt vijftig kilometer verderop en is de enige plek waar iets te halen valt.

Wat er dan gebeurt, zou in Turkmenistan niet zijn gebeurd. In een winkeltje maak ik met handen en voeten duidelijk dat ik er slecht aan toe ben. Bij een benzinestation lukt het me niet zelf een lift te regelen, maar de pompeigenaar ziet hoe ik erbij sta, gaat de weg op en houdt een auto voor me aan. Twee mannen van in de dertig, weinig woorden, mijn fiets op het dak en ik achterin. Ze zetten me voor de deur van een hotel af dat ik onderweg op hun telefoon heb geboekt, en ze willen er niets voor hebben.

Een paar dagen eerder werd ik nog beboet door mannen in een auto zonder kenteken; hier tilt een vreemde mijn fiets op zijn dak.

Het hotel is er een van het type dat ik ken van mijn vorige reis hier: een koele binnenplaats met de kamers eromheen, in een gewoon woonhuis. Ik heb er niets aan die dag. Ik drink thee, ik slaap, ik verontschuldig me bij het personeel dat ik verder tot niets in staat ben. Van de stad zie ik niets, en dat maakt weinig uit. Ik ben hier vijf jaar eerder al geweest.

De dubbele torenpoort van de Ark, de citadel van Buchara, in avondlicht

Een ansichtkaart van zichzelf

De volgende ochtend voel ik me nog niet goed, maar een hele dag binnen zitten hou ik niet vol. Dat deze stad aan water is ontstaan, merk je nog steeds aan de plattegrond: het bouwen om de hitte heen zit erin verwerkt. Een deel van de straatjes in het oude centrum is overkapt, en de binnenplaatsen achter de medressepoorten blijven koel zolang je de grote open vlaktes tussen de monumenten vermijdt. Voor iemand die net van een maagvergiftiging afkomt en in juni toch iets wil zien, is dat een cadeau.

Alleen is het niet meer de stad die ik me herinner. Bij mijn vorige bezoek, vijf jaar terug, stonden hier nog vervallen gebouwen waar je gewoon in kon lopen, en werd ik door de beheerders naar boven gewenkt om over de daken uit te kijken. Dat is voorbij. Alles is gerestaureerd, uitgelicht en aangeveegd, en er zijn vele malen meer hotels en bezoekers dan toen. De rauwe randen zijn eraf geschuurd.

Dat is geen toeval maar beleid. Onder president Karimov, die tot zijn dood in 2016 met harde hand regeerde, was Oezbekistan zo goed als gesloten; zijn opvolger Mirziyoyev heeft de deur opengezet en toerisme tot een van de speerpunten gemaakt. Het geld dat daarmee binnenkomt is zichtbaar aan de gevels. Ook de religie is opgepoetst en tegelijk kortgehouden: in de Sovjettijd werden moskeeën opslagplaatsen en medresses musea, op een enkele uitzondering na, en sinds de onafhankelijkheid mag het geloof weer, maar benoemt de staat de imams. Het resultaat is een stad vol schitterende koranscholen waar niet wordt lesgegeven, maar waar wel souvenirs liggen.

En toch. Bij het Po-i-Kalyan-complex kun je de grote moskee gewoon in lopen, terwijl de koranschool aan de overkant gesloten blijft omdat daar wel degelijk nog studenten zitten. Dat is precies die uitzondering: de Mir-i-Arab is de hele Sovjetperiode blijven doordraaien, als een van de weinige werkende medresses in de hele Sovjet-Unie. Het gewelf, de betegeling, de koepels in dat onmogelijke blauw: het doet nog steeds wat het moet doen. Halverwege de dag is er nauwelijks een mens, hoor ik vooral duiven, en zit wie er wel is in de schaduw stil te zijn. Onder de overkapte marktkoepels hangen ikat-stoffen en geborduurde suzani waar niemand me toe probeert over te halen; kopen zou toch niet gaan, want alles wat ik meeneem moet ik nog maandenlang meetrappen. Aan de voet van de Ark, de citadel waar de emirs tot 1920 hun zetel hadden, spelen twee mannen op een muurtje een partij backgammon. Ik blijf er een tijd bij hangen.

Met eten blijf ik behoedzaam. Brood, en een kom lagman: noedelsoep, een gerecht dat steeds vaker op de kaart staat naarmate je China nadert. De gefrituurde somsa laat ik nog even, en de kebab sla ik met pijn in het hart over. Het verschil met de vijf dagen ervoor is meteen zichtbaar. Mensen kijken op, lachen terug, poseren desgevraagd zonder aarzeling. In de mond van de vrouwen in hun schitterende jurken blinkt goud, en dat is hier geen tegenslag maar een teken van welstand. Waarom het gebit in deze streek zo te lijden heeft, snap ik zodra ik iets te drinken bestel: frisdrank komt hier niet per blikje maar per anderhalveliterfles, en de keuze bestaat uit Pepsi of iets wat nog zoeter is.

Twee mannen spelen backgammon op een muurtje bij de lemen wal van de Ark in Buchara

Het eerste bier

De dag erna wordt grotendeels een rustdag. Ik slaap lang, kom er pas rond lunchtijd uit en ga zitten op een pleintje tegenover het hotel. Daar raak ik aan de praat met een andere fietser: een Fransman met een indrukwekkende grijze baard, Tony. Dat we elkaar hier tegenkomen is minder toevallig dan het lijkt. In Centraal-Azië rijdt vrijwel iedere langeafstandsfietser dezelfde lijn langs de Zijderoutesteden, en wie even kan, mikt daarna op de Pamir Highway. Hij is onderweg naar Samarkand en dan Tadzjikistan, net als ik.

Bij de Ark staat tegen de wal een uitstalling met snoep, kauwgom en wat speelgoed, gerund door twee jonge vrouwen die zelf het gesprek beginnen: hoe de omzet gaat, en of we niet gewoon hier moeten blijven wonen. Wat ik eraan overhoud is een portret.

Op een terras met zicht op de citadel komt die middag eindelijk de kebab op tafel die ik gisteren liet staan, met een koude pivo ernaast.

Dat dit een islamitisch land is, merk je aan veel dingen, maar niet aan de bierkaart.

Het gaat me niet om het bier. Het is een meetinstrument: zolang ik er niet aan wil ben ik niet in orde, en zodra het weer smaakt ben ik terug. Morgen rijden Tony en ik samen verder, voor het eerst in weken niet alleen.

Twee jonge vrouwen bij hun snoepkraampje tegen de wal van de Ark in Buchara
Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Praktische informatie

Slapen in Oezbekistan: wildkamperen was in 2018 geen reële optie. Je moest je om de paar nachten in een gecertificeerd hotel of guesthouse laten registreren en kreeg daar een briefje van; het verhaal gaat dat ze bij de uitreis gecontroleerd worden, dus bewaar ze allemaal. Reken erop dat je route zich naar de hotelplaatsen voegt en niet andersom. Het online alternatief voor zelfregistratie kwam pas in juli 2018, een maand na mijn doortocht.

Van Alat naar Buchara: ongeveer vijftig kilometer over vlak asfalt. Liften gaat eenvoudig als je iemand vindt die het voor je regelt; benzinestations zijn daarvoor de beste plek. Betaling werd geweigerd, maar reken erop dat dat niet overal zo is.

Geld: contant is de norm en pinnen lukte in 2018 alleen in de grotere steden, met automaten die vaak leeg waren. Amerikaanse dollars zijn overal welkom. Wissel niet bij de grens en niet in haast; de koers die je daar krijgt is de slechtste van je hele reis.

Ziek onderweg: de oorzaak lag vermoedelijk in ongekookt water. Neem remmers mee, drink alleen uit flessen die je zelf hebt opengedraaid, en zoek bij ernstige klachten in de hitte zo snel mogelijk een koele kamer met een eigen badkamer. Dat laatste is het enige waar je op dat moment op hoeft te selecteren.

Buchara bekijken: de oude stad is compact en te belopen. Ga vroeg of laat op pad en zit de middaguren uit; het scheelt tientallen graden of je op een open plein of in een overdekte straat loopt. De Kalyan-moskee is toegankelijk, de Mir-i-Arab-medresse ertegenover niet, want daar wordt lesgegeven.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Oezbekistan ›

Waar dit verhaal ligt

Plan je eigen reis door Oezbekistan

De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.

Naar de reisgids Oezbekistan ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie