
Vandaag rijden Tony en ik niet samen. In Qarshi gaan onze wegen uiteen. Hij kiest de vlakkere, saaiere route naar Samarkand via Khodzhaabad; ik neem de weg over Shahrisabz, waarvoor ik flink moet klimmen. De reden ligt verderop: we willen allebei naar Dushanbe, maar via verschillende routes. Ik wil de noordelijke, over de Fan-bergen, hij de zuidelijke langs de M39, die hem vanaf Samarkand later alsnog via Shahrisabz voert. Ik neem de moeilijkere weg, want dat is ook de interessantere.

Een kapotte waterhuishouding
De vlakte gaat over in heuvels, en voor het eerst sinds Iran moet ik weer serieus klimmen. Bij een pomppunt langs de weg staan twee oude blauwe tankwagens; hier wordt het drinkwater opgehaald en over de dorpen verdeeld, want uit de kraan komt het niet. De waterschaarste valt op zodra je ziet dat water met vrachtwagens moet worden rondgereden.
De hele waterhuishouding lijkt hier stuk.

Dat is geen toeval. In de Sovjettijd zijn de grote rivieren van Centraal-Azië, de Amu Darja en de Syr Darja, grotendeels afgetapt om er katoen mee te verbouwen. De kanalen lekken, de grond verzilt, en de Aralzee is er intussen vrijwel door verdwenen. Wat je hier ziet is de kater van dat project. Het landschap is troosteloos: op een gegeven moment passeer ik twee roestige voetbaldoelen midden in een kale, bruine steppe, zonder een veld of een speler te bekennen.

Groener richting Shahrisabz
In de tweede helft van de dag wordt het beter. Het land wordt groener en interessanter, en de bergen komen in zicht; Tadzjikistan is niet ver meer. Onder een eenzame boom in een veld zoeken een paar boeren uit de omgeving de schaduw op om te pauzeren. In de buurt van Qamashi kom ik een jongen tegen die met een kar door de hitte loopt. Ik vraag hem om zijn portret. Water heb ik genoeg; er zijn onderweg voldoende dorpjes en stadjes, dus ik draag niet meer dan viereneenhalve liter.
Tegen de avond bereik ik Shahrisabz, de geboortestad van Timur. Ik slaap in het Dulon Hotel, een gewoon Oezbeeks huis van het soort dat ik hier vaker tegenkom: een koele binnenplaats die tegelijk moestuin is, met de kamers eromheen. Ik eet meteen ter plekke, want Oezbeken kunnen fantastisch koken, en na twee zware dagen blijf ik ’s avonds rusten. Morgen neem ik de tijd om de stad te bekijken.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Oezbekistan ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.

