Bijna iedereen die Halong Bay bezoekt, boekt vanuit Hanoi een tweedaagse tour en jakkert met een volgepakte boot door de baai. Wij doen het anders: met de hoteleigenaar, een oud-visser, hebben we zijn eigen houten vissersboot afgehuurd, met kapitein en kok, voor twee nachten, samen met Phil, Yan, Jennifer en de twee Duitsers. Voor zo’n USD 23 per persoon hebben we de baai voor onszelf, op de plekken waar de toeristenboten niet komen.
We bereiden de tocht voor met grootinkopen. Op de motor haal ik met de hoteleigenaar veertig liter drinkwater voor 60.000 dong (ca. €3), spotgoedkoop tegenover de gebruikelijke 6.000 dong per liter. Op de markt kopen we vijftien kilo fruit voor 150.000 dong (ca. €7,50): mango’s, bananen, appelperen, lychees, dragon fruit en meloen. Carmen en Daniël kijken hun ogen uit hoe het afdingen gaat; het vrouwtje van de fruitkraam herkent ons en speelt boos als we ook mango’s op de stapel leggen, tot een knipoog de zaak beslecht.
In China was Floor de koningin van het afdingen, in Vietnam ben ik het.
De eerste nacht voor anker
Om vijf uur gaan we aan boord van de platte houten vissersboot, zo’n vier bij vijftien meter. We hebben geen rekening gehouden met de deining buiten de beschutte baai, en doordat we sandwiches naar binnen schrokken, worden Phil, Floor en Jennifer al snel zeeziek. Gelukkig varen we maar een uur, tot we in een lege baai voor anker gaan, als enige boot. Liggend op het dek kijken we naar de sterren; het plankton licht op in het water, en nog meer als je erin plast. Om half negen ligt iedereen al te slapen op de matrassen die op het dek en het dak zijn uitgelegd, op de zacht deinende boot.