
Na de voedselvergiftiging, of wat het ook was, en nu twee zware fietsdagen erachteraan, voel ik me vandaag weer helemaal de oude. Ik heb er plezier in om de stad te verkennen en te fotograferen, en een guesthouse als dit gebruik ik meteen om mijn kleren te wassen. Vandaag hoef ik nergens heen; Shahrisabz mag zich op zijn gemak laten bekijken.

Wie was Timur
Shahrisabz is de geboorteplaats van Timur, in het Westen beter bekend als Tamerlane. Hij werd hier in 1336 geboren en groeide uit tot een van de meest gevreesde veroveraars van zijn tijd. Vanuit Samarkand bouwde hij een rijk dat reikte van Anatolië en Perzië tot aan India, waar hij in 1398 Delhi plunderde. Zijn veldtochten waren berucht om hun wreedheid, hele steden werden met de grond gelijkgemaakt, maar tegelijk was hij een groot beschermheer van kunst en wetenschap, en onder hem bloeide de architectuur van de regio op.
In zijn geboortestad liet hij zijn zomerpaleis bouwen, de Ak-Saray, het Witte Paleis. Wat ervan over is, is de reusachtige, half ingestorte toegangspoort, twee bakstenen pylonen die nog altijd tientallen meters boven de omringende woningen uittorenen. De geschiedenis is er tastbaar, en er is veel te zien.
Dat Timur hier zo prominent aanwezig is, heeft ook met het heden te maken. Oezbekistan was tot 1991 deel van de Sovjet-Unie, en na de onafhankelijkheid was er behoefte aan een eigen nationale held, iemand van vóór Moskou. Timur werd die held. Waar eerst Lenin stond, staat nu hij.

Aangeharkt, maar leeg
Naar het paleis loopt een brede, aangeharkte parkboulevard, met een standbeeld van Timur en rijen lantaarns, en de bergen eromheen. Fotogeniek is het zeker. Voor dit park is wel de hele oude binnenstad rond de Ak-Saray gesloopt, waarna Shahrisabz op de UNESCO-lijst van bedreigd werelderfgoed belandde. Het is precies dezelfde opgepoetste decorstijl als in Buchara. Het grote voordeel is deze keer wel dat ik zowat de enige toerist ben. Toch haalt Shahrisabz het niet bij Buchara: het is nieuwer, en Buchara is een echte oasestad langs de Zijderoute.
Het opgepoetste verleden en het stoffige heden staan hier pal naast elkaar.

Want een paar straten verderop houdt het decor op. De achterafstraatjes zijn onverhard en stoffig, met een wirwar van elektriciteitsdraden, spelende kinderen en oude mannen met een geborduurde doppi op. Voor de deuren staan de minibusjes die in heel Oezbekistan het vervoer van mensen en goederen verzorgen. Juist die combinatie, de gerestaureerde monumenten naast het gewone leven, vind ik het interessantst. Het contact met de mensen is vriendelijk.

In de schaduw op de binnenplaats van de Chubin-medresse hang ik een tijd rond. ’s Avonds eet ik in het Koba Restaurant een plov, het Oezbeekse rijstgerecht met vlees en wortel. Na de dag met Tony bevalt het me goed om weer alleen te zijn. Het is prettig om na het fietsen mensen te ontmoeten, maar rijden doe ik het liefst solo, zonder met iemand te hoeven overleggen waar ik stop of een foto maak. In gezelschap voel ik me toch geremd.

Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Oezbekistan ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.

