Home AziëLaosChampasak, Wat Phu en de Vierduizend Eilanden: het langzame slot van Laos

Champasak, Wat Phu en de Vierduizend Eilanden: het langzame slot van Laos

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

We nemen de jumbo naar Champasak, en die vertrekt pas als alle plaatsen bezet zijn, dus rijden we eerst rondjes over het busstation terwijl de bijrijder de bestemming uitroept. Er is geen dienstregeling op tijd, maar op vulling. Na een paar kilometer stoppen we om te betalen, waar geen enkele Laot de 15.000 kip zomaar wil neerleggen, met veel geruzie tot gevolg.

Verweerde stenen ruines van de Khmer-tempel Wat Phu bij Champasak met uitzicht over de Mekong-vallei in ochtendlicht

Dan valt een man bijna flauw. De bus stopt, hij wordt in de schaduw langs de weg gelegd, en wij doneren onze fles water. Een oud vrouwtje, alsof ze regelrecht uit de jungle komt, verdwijnt het bos in en keert terug met een paar bladeren die ze onder zijn neus houdt. Hij komt direct bij.

Een oud vrouwtje verdwijnt het bos in en komt terug met bladeren die de flauwgevallen man meteen bijbrengen.

Aan de oever moeten we met bus en al de Mekong over, hier ruim een kilometer breed, op een gammele gemotoriseerde pont waar met veel gemanoeuvreer vier bussen op passen.

Wat Phu, een Khmer-tempel voor onszelf

De volgende ochtend fietsen we vroeg naar Wat Phu Champasak, een oud Khmer-tempelcomplex op de overgang van de riviervallei naar de voet van de bergen. Veel is het niet meer dan indrukwekkende ruïnes, maar de bouwtechniek is bijzonder: grote stenen die na eeuwen nog perfect in elkaar passen, zonder ruimte voor een scheermes ertussen. Het complex is hindoeïstisch van oorsprong en later boeddhistisch geworden, en een oude koninklijke weg verbond het ooit met zijn veel bekendere tegenhanger in Cambodja, Angkor bij Siem Reap. Het hoort tot de hoogtepunten van Laos, en toch zijn we de eerste uren de enigen.

Een van de hoogtepunten van Laos, en de eerste uren hebben we het complex helemaal voor onszelf.

Voor het eerst deze reis bezoeken we een museum, gefinancierd door Japan om de beelden te beschermen. De Japanse aanwezigheid valt op in Laos: ook de bussen die hier rijden, reden ooit in Japan. Op de terugweg springt mijn fietsketting er telkens af, zodat ik met Floor achterop in de hitte terugrijd en de tweede fiets aan de hand meeneem.

Don Det en het leven zonder elektriciteit

We willen met de boot naar Si Phan Don, de Vierduizend Eilanden, maar er gaat geen boot, dus wordt het weer de bus. De jumbo die voorrijdt is al vol, en toch moeten we erbij: met z’n dertigen zijdelings op een bankje is geen pretje. Bij de overtocht naar Don Det wordt geprobeerd ons op te lichten met een verdubbelde prijs en een veel te volle longboat, gemaakt voor vier, met acht personen plus bagage. Ik plaats onze tassen zelf in de boot voordat ik ga zitten, want je bent niet de eerste die zo zijn spullen kwijtraakt.

Op Don Det vind ik bij een lieve familie een houten bungalow met eigen veranda en twee hangmatten voor 15.000 kip per dag. De gastvrouw noemen we “mama”, de gastheer “papa”; wil je ontbijten, dan roep je “mama”. Je voelt je meteen opgenomen. Op het eiland is geen elektriciteit; om negen uur gaan de generatoren uit en is het aardedonker en muisstil, met de sterren weerspiegeld in de Mekong die onder de veranda door stroomt.

Per fiets verkennen we Don Det en het iets grotere Don Khon, langs rijstvelden, palmen en bamboe. Tussen de eilanden ligt een Franse spoorbrug, ooit aangelegd om boomstammen veilig langs de watervallen te vervoeren; de tol om verder te fietsen gaat naar een school en een ziekenhuis. Aan het uiterste punt van Don Khon zoeken we vergeefs naar de zeldzame Irrawaddy-dolfijn.

Liggend in de hangmat zie ik ineens een bekend gezicht over de balustrade van de buurbungalow: Lotte, die ik viereneenhalf jaar niet heb gezien, sinds ze naar Australië vertrok. Een bungalow naast de onze, juist nu.

Een bungalow naast de onze, viereneenhalf jaar na ons laatste weerzien: verklaren gaat niet.

De grootste waterval van Zuidoost-Azië, en een afscheid

Met papa varen we naar de overkant, waar een tuktuk ons naar de Khone Phapheng-waterval brengt, vlak bij de grens met Cambodja. Hij is heftiger dan alles wat we tot nu zagen: over tien kilometer stort de hele Mekong eenentwintig meter naar beneden, met golven die met donderend geweld tegen de rotsen slaan, naar verluidt de grootste, al niet de hoogste, van Zuidoost-Azië. Het is meteen duidelijk waarom de Fransen zo veel moeite namen voor een spoorlijntje om de watervallen heen: de Mekong is hier onbevaarbaar, en daarmee nooit de grote handelsroute geworden die de kolonisatoren hoopten te vinden.

Op onze laatste dag laat papa ons op een onbewoond zandeiland afzetten om te luieren, met een lunchpakket van mama; hij vindt ons geschift, maar hakt met zijn machete stammetjes voor een zonnescherm. ’s Avonds krijgen we een afscheidsceremonie: een bloemstukje met wierook, en elk familielid bindt een wit koord om onze pols om ons een goede reis te wensen. Eigenlijk zouden wij hén moeten bedanken.

De terugreis naar Pakse, samen met Lotte, is een jumbo afgeladen met blanken, zakken vol kikkers en vis. Onderweg valt een zak kikkers van het dak tussen de passagiers, wat een waar kikkerfestijn oplevert. Zo eindigt Laos zoals het begon: traag, chaotisch en op een bepaalde manier precies goed.

Praktische informatie

Hoe er komen: Champasak ligt op ongeveer een uur van Pakse, met een overtocht per pont over de Mekong. Voor Si Phan Don rijd je door naar Ban Nakasang en steek je per longboat over naar Don Det. Alles gaat per lokale bus of jumbo; reken op vertraging.

Slapen: In Champasak enkele guesthouses; op Don Det eenvoudige bungalows bij lokale families, in 2005 rond een euro per nacht, zonder netstroom. Neem een zaklamp mee.

Eten: Familiekeuken op de eilanden, vaak sticky rice met groenten of vis uit de Mekong. Onderhandel bij boottochten en watervalbezoek vooraf over de prijs.

Beste reistijd: November tot februari. In het droge seizoen is de Khone Phapheng minder overweldigend maar zijn de eilanden goed te befietsen; in het natte seizoen is de waterval op zijn krachtigst.

Nog weten: Wat Phu is UNESCO-werelderfgoed en ’s ochtends het rustigst. Op Don Det is er geen pinautomaat; neem genoeg contant geld mee vanuit Pakse. Controleer je visumsituatie als je richting de Cambodjaanse grens gaat.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie