Chengdu, de hoofdstad van Sichuan, is een urban jungle van bijna tien miljoen inwoners, vol grauwe hoogbouw en meerbaanssnelwegen; de perfecte stad om na een slopende busreis van elf uur ’s avonds laat aan te komen. We laten ons afzetten bij het Mix and Backpackers, een oase met binnenplaats en dakterras, waar een kamer 60 RMB (€6) kost, te delen met een doortastende rat.
Een acrobatische rat
’s Nachts worden we ruw gewekt door geritsel; in het schijnsel van de zaklamp schiet een groot lijf met een lange staart weg. De tas met eten hangen we met een touw aan de gordijnrail, maar dat schrikt deze rat niet af.
In het schijnsel van de zaklamp hangt de rat languit aan het gordijn, met een poot in de tas met eten.
Pas als we de tas midden in de kamer aan de lamp hangen, keert de rust terug.
Shop till you drop
Ons verblijf staat verder in het teken van shoppen. Bij een enorm standbeeld van Mao, die volgens een recent regeringsbericht voor zeventig procent goed en dertig procent slecht was, begint het kapitalistische hart van de stad. Hier kan shop till you drop letterlijk: tientallen reusachtige gebouwen, elk zo groot als twee voetbalvelden en twaalf verdiepingen hoog, afgeladen met kleding, in een eindeloze winkelstraat. De prijzen zijn spotgoedkoop: t-shirts voor 20 RMB (€2), broeken voor 60 RMB (€6), een dunne jas voor 80 RMB (€8). De dikke truien kunnen weg, want vanaf nu wordt het alleen warmer en vochtiger. We voelen ons enigszins belazerd door de winkels thuis, waar dezelfde spullen een veelvoud kosten.