De bus van Jiuzhaigou naar Chengdu gaat over een pas van bijna 5.000 meter. De weg is gedeeltelijk weggeslagen door aardverschuivingen. De remmen worden halverwege de afdaling afgekoeld met water. Op de steile rotswanden zijn de aardlagen zichtbaar die India omhoog duwt tegen Azië — fossielen van schelpdieren die ooit zeebodem waren.
Dan de klimaatgrens. Vlak voorbij het hoogste punt verandert het landschap in een paar honderd meter verticale hoogte van rotsachtig droog naar subtropisch vochtig. Grote vlinders. Bamboe. Palmen en bananenplanten. Warm en klam.
Chengdu ligt 11 uur later en 3.000 meter lager. Veertien miljoen inwoners.
De stad
Chengdu is de economische kern van centraal China en de hoofdstad van de provincie Sichuan. De stad is groot en veroverd door hoogbouw, smog en winkelstraten van onmogelijke omvang. Op de dag van aankomst zijn we twee weken in de bergen geweest. De overgang is abrupt.
Het hostel — Mix & Backpackers — heeft een binnenplaats, een dakterras, en reizigers met wie je een gesprek kunt voeren. Voor het eerst op de reis zitten we tussen backpackers in plaats van alleen tussen Chinezen. Een driepersoonskoamer kost 60 yuan. Het verschil met de eenpersoonskamer is een extra bed.
Shoppen in Chengdu
Chengdu staat bekend om zijn kleding. Dat is geen grap. Er zijn winkelgebouwen van twaalf verdiepingen, zijaan zijaan zijaan, vol met kleding van spotgoedkoop tot duurder. T-shirts kosten 20 yuan, broeken 60, jassen 80. Dezelfde kwaliteit als thuis, een fractie van de prijs.
We hadden nieuwe kleding nodig — de reiskleding was op — en in Chengdu is dat geregeld. Het probleem is het postuur: de Chinezen zijn slank en hebben smalle heupen. Een broek voor Floor kost twee dagen en drie winkelgebouwen.
In de buurt van het Mao-standaard is het winkelgebied het grootst. Het standaard zelf staat in het midden van een groot plein. De officiële Chinese geschiedbeoordeling anno 2005: Mao was voor 70 procent goed en voor 30 procent slecht. Welke 30 procent niet vermeld.
Eten in Sichuan
Sichuan is beroemd om zijn eten, en terecht. De keuken is pittig, vet en complex. De karakteristieke mapo tofu — tofu in chiliolie met Sichuan-peper — geeft een licht verdovend gevoel in de mond. We eten het elke dag.
De beste manier om te eten is met meer mensen. Een tafel vol met gerechten die iedereen deelt. In het hostel sluiten we aan bij andere reizigers om dit te doen — vijf mensen aan een tafel, acht gerechten, een halve avond gesprekken op het dakterras daarna.
Wat niet aanraden: het restaurant vlak naast het hostel op de eerste avond. Dat was de eerste keer dat we echt slecht aten in China. We hebben de mensen die daarna aankwamen gewaarschuwd.
Praktisch voor Sichuan
Hoogte: De route via Langmusi en Songpan naar Jiuzhaigou gaat door gebied van 3.000 tot 4.000 meter. Hoogteziekte is reëel. Langzaam hoger reizen werkt beter dan direct van de vlakte naar de bergen gaan.
Weg: De wegen naar Jiuzhaigou en Songpan zijn voor een groot deel onverhard en onderhevig aan aardverschuivingen, met name in het natte seizoen. Negen uur bus voor 200 kilometer is normaal.
Chengdu als basis: Vanuit Chengdu zijn er verbindingen naar Jiuzhaigou (directe bussen), de Jangtsekiang-cruise (booten in Chongqing, 5 uur busrit), en de hogere berggebieden van Sichuan. De panda-basis in Chengdu zelf is bereikbaar per stadsbus en de moeite waard — al is de kans op een panda in het wild in Jiuzhaigou verwaarloosbaar klein.
Panda’s: Ze leven in dit deel van de Himalaya, hoog in de beboste bergwanden. Er zijn er naar schatting nog maar duizend. Ze leven solitair en ver weg van de wandelpaden. Zie de panda-basis in Chengdu als alternatief.
Let op: alle prijzen zijn van 2005 en intussen sterk veranderd. Chengdu heeft sindsdien een metronetwerk gekregen en is verder uitgegroeid.
Op het dakterras van het hostel heeft een Braziliaan uitgelegd dat je met twee Engelse woorden prima toekomt in Amerika. Hij had gelijk, maar ik ga het hier niet herhalen.