Vragen wanneer het beste moment is om naar China te reizen, levert geen eenduidig antwoord op, want het land is te groot voor één klimaat. Tussen de subarctische winters van het noorden en het subtropische zuiden ligt een verschil van tientallen graden, en de hoogte voegt daar een eigen logica aan toe. Voor een overlandroute die meerdere klimaatzones doorkruist, gaat het er vooral om de regio’s te combineren waar het tegelijk aangenaam is.
Het seizoenenpatroon

Het grootste deel van China kent een uitgesproken jaarcyclus met koude, droge winters en warme, vochtige zomers. Dat patroon wordt gestuurd door de moesson: in de zomer voert vochtige lucht vanaf zee neerslag aan, met de meeste regen in juli en augustus. De winter staat onder invloed van droge, koude lucht uit het binnenland van Azië. Het gevolg is dat de zomer in grote delen van het land warm én nat is, terwijl de winter helder maar streng kan zijn, vooral in het noorden.
Daardoor gelden de tussenseizoenen voor veel reizigers als het prettigst. Het late voorjaar, ongeveer april tot juni, en de herfst, september en oktober, bieden in een groot deel van het land draaglijke temperaturen en minder regen dan de hoogzomer. Dat zijn ook de drukste reisperiodes, met als uitschieter de nationale feestweek begin oktober, wanneer half China zelf op reis is.
Hoogte verandert alles
Op het Tibetaans hoogplateau telt niet het seizoen op de kalender maar de hoogte. Plaatsen als Xiahe en Langmusi liggen ruim boven de 3.000 meter, waar de zomer kort en koel is en de nachten ook in juli kunnen vriezen. Het reisvenster is hier smal: van ongeveer mei tot oktober is het plateau goed begaanbaar, daarbuiten maken sneeuw en kou het reizen zwaar. De zon brandt er fel door de ijle lucht, terwijl de temperatuur in de schaduw laag blijft, een combinatie die makkelijk onderschat wordt.
Droog noorden, vochtig zuiden

In het droge noordwesten, rond de Gobi en de oases van de Zijderoute, zijn de zomers heet en stoffig en de winters koud. Het voor- en najaar zijn er het aangenaamst, al kan de wind dan zand opzwepen. Het subtropische zuiden, in Yunnan en Guangxi, kent juist milde winters en hete, vochtige zomers met stevige regenbuien. Yunnan staat niet voor niets bekend om zijn gematigde klimaat; Kunming draagt de bijnaam stad van de eeuwige lente vanwege de zachte temperaturen het jaar rond.
Wie de route als geheel bekijkt, komt vaak uit op het late voorjaar of de vroege herfst als compromis: warm genoeg voor het hoge plateau, niet te heet voor het zuiden, en grotendeels buiten de zwaarste moessonregens. Een perfect venster voor het hele land bestaat niet; het is altijd kiezen welke regio het meest telt.
De vraag is niet wanneer het in China mooi weer is, maar waar het dat is op het moment dat je er bent.