Vandaag beklimmen we Mount Bruce, met de Aboriginal naam Punurrunha, op 1.235 meter de op een na hoogste top van West-Australië. Na een gezellige avond met twee Nederlanders, Richard en Brenda, waarbij het vierliterpak wijn sneuvelde, hebben we wat opstartproblemen en rijden we pas om tien uur weg. Vanaf de parkeerplaats lopen we vijf uur over de kam; eerst makkelijk, daarna flink klauteren. Hoe hoger we komen, hoe meer de dimensies van het landschap veranderen: golvende lagen hard gesteente, waartussen de zachtere lagen zijn weggesleten.
We kijken uit op de Marandoo Mine Site, die tot 1992 nog tot Karijini behoorde. Dat roept de vraag op hoeveel park er in de toekomst nog wordt afgesnoept voor grondstoffen. Men gaat er redelijk verantwoord mee om: na de winning wordt de toplaag teruggebracht en beplant met gebiedseigen soorten, en de kleuren van de mijn verschillen niet van de rest, want alles is hier roodbruin. Sinds een paar dagen schieten de wilde bloemen op, door de regen van weken geleden; eind juli loopt de korte winter ten einde, en het land is vers groen in plaats van stoffig rood.
De Marandoo-mijn behoorde tot 1992 nog tot Karijini; hoeveel park wordt er nog afgesnoept voor de honger naar grondstoffen?
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.