
Na het afscheid van de familie fiets ik naar de Jey-busterminal in het oosten van Isfahan. Mijn fiets gaat weer bij de bagage in het ruim, en de bus brengt me naar Nain. Ik ga er bewust naartoe, want vanaf daar wordt de weg naar het oosten weer rustig, en dat is precies wat ik zoek.

De windvangers van Nain
Ruim een uur fiets ik rond door Nain, een oud woestijnstadje aan de rand van de Dasht-e Kavir. Met al mijn bepakking fiets ik door de overwelfde bazaargang en kom er niemand tegen, op één motorrijder na; mijn banden zoemen door de lege, gewelfde steeg met zijn groene vlag en een sliert gekleurde lampjes. Het is hier heet, en misschien is het daarom zo stil op straat.
Ik bezoek de Imamzadeh Soltan Seyyed Ali en loop langs de oude waterreservoirs met hun hoge windvangers. Zo’n ab-anbar is een ingenieus stukje woestijntechniek: het water zit in een koepelbekken diep onder de grond, en de torens erboven, de badgirs, vangen zelfs het flauwste zuchtje wind en sturen het naar beneden, over het water. Door de verdamping koelt dat af en blijft het de hele zomer koel, zonder één druppel stroom. Bij de kraan van de ab-anbar in de wijk Chehel Dokhtaran vul ik mijn flessen.

De leegte in
Dan rijd ik de stad uit, de woestijn in. Het is droog, heet en dor, en ik geniet ervan; ik hou van dit soort leegte. De wind staat nog altijd tegen, maar minder hard dan de dagen ervoor, en in deze hitte is dat eerder een cadeau dan een straf, want hij koelt. Vanaf nu neem ik extra water mee. Ik heb zelfs mijn waterzak van tien liter gevuld, want de afstanden tussen de plekken worden groot. Ramadan is onderweg geen probleem; reizigers mogen eten, en de pompstations langs de weg zijn daar perfect voor.
Ergens in de leegte stop ik om een trein te fotograferen die door het kale landschap trekt, een beeld waar ik altijd van hou. Pas veel later besef ik dat het spoor pal naast een militaire basis ligt.
Ik had er geen moment oog voor, en juist dat is wat ik zocht: reizen zonder angst en zonder wantrouwen, precies datgene waar het in mijn vorige leven te vaak wél om draaide.
Het wordt veel stiller nu. Af en toe dendert er een vrachtwagen voorbij, verder is er niets dan asfalt, palen en horizon. Aan het eind van de dag zoek ik een slaapplek in de open woestijn: verscholen achter een laag muurtje, een kilometer van de hoofdweg, omringd door kale, stenige bergen. Na de nare nacht van een paar dagen geleden verwacht ik misschien wat onrust, maar die blijft uit. Hier is niemand, en ik voel me prima.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering27. Een dag dwalen door Isfahan
Volgende aflevering ›29. Nog 912 kilometer naar MashhadSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.