
’s Ochtends ga ik naar het busstation van Aligudarz, en binnen de kortste keren is alles geregeld. Mijn fiets gaat in het ruim onderin, ik krijg een plek voorin, en het kost bijna niks. Terwijl de bus de bergen uit rolt, gebruik ik de rit om mijn verhaal over Iran te schrijven. Rond het middaguur zet hij me af op de grote Kaveh-terminal in het noorden van Isfahan.

Terug in Nobahar Alley
Vanaf het station fiets ik zelf naar de familie, want ik weet de weg: ze wonen in Nobahar Alley. Het weerzien is warm; iedereen is blij dat ik er weer ben. Dit bezoek is een van de redenen dat ik deze route rijd. Ik logeerde hier in april 2017 ook, tijdens een eerdere reis door Iran, en sindsdien houden we via WhatsApp en Instagram intensief contact. In 2010 fietste ik naar Georgië, en eigenlijk ga ik nu verder waar ik toen ben gebleven; naar China fietsen was altijd een droom, en onderweg langs Isfahan is voor mij vanzelfsprekend. Ik vond de stad toen prachtig en vind dat nog steeds.
De zoon heet Akbar. Hij is verloofd met zijn volle nicht, en samen willen ze het liefst weg uit Iran. Hij heeft twee technische universitaire studies afgerond, zij is zwemlerares. Werk is er voor hem in Iran niet. Het is een gesprek dat ik in Iran vaker hoor: jonge, getalenteerde mensen die geen toekomst zien in eigen land.

Ramadan op het Naqsh-e Jahan-plein
Akbar heeft het druk en gaat niet mee de stad in, dus ik trek er alleen op uit, naar mijn favoriete plek: het Naqsh-e Jahan-plein. Het is ramadan, en dat merk je: overdag zijn de straten stil, en pas na zonsondergang komt de stad tot leven. Een plek om te lunchen vinden is een klein avontuur. Uiteindelijk eet ik iets in een restaurant dat stiekem toch open is, helemaal achterin, uit het zicht.
Het plein zelf is fantastisch, met de blauwe koepel en de minaretten van de Shah-moskee aan de ene kant en de fijnbetegelde, okerkleurige koepel van de Sheikh Lotfollah-moskee aan de andere. Zodra de imam het teken geeft dat de vasten voorbij is, wordt overal afhaaleten tevoorschijn gehaald en stroomt het gras vol met families die tegelijk beginnen te eten. Het is heerlijk om daar tussen te zitten. Een paar meisjes hebben in de gaten dat ik ze probeer te fotograferen.
Eerst doe ik het stiekem, maar zodra ze me doorhebben roepen ze lachend dat ik best een foto mag maken en poseren ze er meteen goed voor; op Iraanse meisjes ben je zo verliefd.
Even verderop loop ik door de bedding van de Zayandeh Rud, de rivier van Isfahan, en die staat kurkdroog. Toen ik hier eerder was, stond hij vol water en speelde het hele leven zich af langs de oevers; ik heb er zelfs nog een bootje gevaren. Dat het water er was, vond ik toen vanzelfsprekend. Nu weet ik dat het omgekeerde de regel is geworden: de rivier valt droog, en de mensen vinden dat verschrikkelijk. Juist daarom bruist het leven hier zo hard op de zeldzame momenten dat het water wél stroomt.
Later op de avond wandel ik nog door een tunnel van duizenden lichtjes in het park bij het Chehel Sotoun-paleis. Ik blijf twee nachten in Isfahan. Morgen heb ik een volle dag in de stad, en daarna wil ik met de bus de stad uit, tot de eerste plek waar ik weer een rustige weg de bergen in kan pakken.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering25. De ochtend erna, over de hoge pas
Volgende aflevering ›27. Een dag dwalen door IsfahanSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.