
Als ik alleen fiets ben ik altijd vroeg op pad. Ik word wakker met het eerste licht, maak havermout en koffie, doe een fotosessie in het ochtendlicht en zit dan alweer vroeg op de fiets. Zo’n ochtend in de woestijn, met mijn tentje in een verder leeg landschap waar niemand in de buurt is en de schaal zo groots, vind ik magnifiek.
In de loop van de ochtend kom ik langs een parkje aan de weg met uitzicht over Anarak. Het is een woestijnstadje van platte daken, weggedrukt onder een enorme, grijs geplooide bergwand, met midden tussen de huizen de gouden koepel van een imamzadeh en een groene minaret. Ik blijf er even hangen om ervan te genieten.

Nog 912 kilometer
Daarna rolt de woestijn zich verder voor me uit: kaarsrechte wegen, gekartelde en geplooide bergketens langs de horizon, en tussen mij en die bergen niets dan grind en een enkele struik. Ik geniet er nog steeds van; er zijn genoeg bergen om naar te kijken, en zo mooi als het hier is, wordt het verderop juist zwaarder, als het land nog leger en vlakker wordt. Ik ben volledig solo, de afstanden worden groter, en gezelschap bestaat uit de vrachtwagens die me passeren. Elke chauffeur groet, en ik groet terug.
Ergens langs de weg staat een groen bord: Mashhad, 912 kilometer.
De stress om het op tijd te halen heb ik allang losgelaten, want ik weet dat ik altijd de bus kan pakken als de tijd gaat knellen; die zekerheid maakt van de klok een detail in plaats van een last.

Water in de hitte
De hitte begint een factor te worden. Nu loopt het tegen de veertig graden. Ik rijd in een lange broek, want ik ben tenslotte in Iran, en als het nog heter wordt trek ik er een overhemd met lange mouwen bij aan. Mijn watervoorziening plan ik zo dat ik richting een kampplek nog even bijvul, bij een kraan of een winkel, zodat ik met een volle waterzak en twee volle flessen van anderhalve liter de nacht en de volgende ochtend doorkom.
Halverwege de dag stop ik bij het pompstation van Chupanan. Zo’n benzinestation in de woestijn is de perfecte plek om de hitte te ontvluchten, water te vullen en te eten; het is ramadan, maar reizigers mogen gewoon eten, en dat is opnieuw een voordeel van het fietsen. Ik raak aan de praat met de uitbater, die graag voor de camera poseert bij zijn samovars en Pepsi-kratten. Dit is mijn laatste stop voor de nacht, dus ik vul hier ook mijn waterzak van tien liter.
De wind staat nog altijd tegen, maar in deze hitte klaag ik daar niet over; tegenwind is dan beter dan meewind, want hij koelt tenminste. Aan het eind van de dag kleurt de lucht in zachte roze en paarse tinten boven de gelaagde bergsilhouetten. In de verte glinstert water: achter een dam ligt een klein meer dat oplicht in het avondlicht, een verrassing hier in de dorre leegte. Ik zoek een plek om te slapen, niet ver van de weg maar verscholen achter een grindhelling, zodat ik van het asfalt af niet te zien ben.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.

