
Ik word wakker in een lemen kamer in Garmeh. Vanuit mijn raam kijk ik uit over het dorp dat langzaam ontwaakt: de honden, de hanen, en daarachter de nevel die boven de woestijn hangt. Aan die waas kun je al zien dat het opnieuw een hete dag gaat worden.

Bevroren flessen in Khur
Ik fiets Khur binnen om me voor te bereiden op wat komt. Van hier is het zo’n tweehonderd kilometer door de Kavir naar Tabas, en onderweg is er niets: alleen woestijn en hitte. Ik wil het in twee dagen doen. Bij een supermarkt sla ik in wat ik nodig heb, maar het loopt anders dan gedacht. Mijn Iraanse geld is bijna op, dus ik puzzel lang over wat ik wél en niet koop, omdat ik zuinig moet zijn tot ik in Tabas kan wisselen. De eigenaar wil er niets van weten en staat erop dat ik niets betaal. Ik bezoek nog de schrijn van het stadje, met zijn schitterende turkooizen koepel, en maak er foto’s.
De hitte wordt vandaag en morgen extreem; het loopt naar de zevenenveertig graden in de schaduw. Water is dus alles. Ik koop het in Khur, maar wat me het beste uitkomt, is dat alle flessen daar in de vriezer staan. In plaats van met een volle waterzak vertrek ik met negen flessen van anderhalve liter, allemaal bevroren tot een blok ijs, zodat ik nog een tijd koud water heb, al ontdooien ze in deze hitte razendsnel.

De oversteek van de Kavir
Dan begint de oversteek. Ik ben volledig alleen, en de weg loopt kaarsrecht door een landschap dat almaar leger wordt: eerst steenwoestijn, dan uitgestrekte zoutvlaktes met een gebarsten korst, tot aan de horizon. Voor de meeste mensen zou dit een eindeloze, uitputtende leegte zijn, maar ik vind het juist mateloos interessant. De schaal, de stilte, het volstrekte niets; het fascineert me.
Tegen het einde van de middag gaat de steen- en zoutwoestijn over in zandduinen, en ik weet meteen dat ik daar wil staan. Ik duw mijn fiets een flink stuk van de weg af, tot ik uit het zicht midden tussen de duinen sta. Ik ben warm, plakkerig en vies na een lange dag in de hitte. Ik zet mijn binnentent op en neem mijn gebruikelijke douche: een liter water uit een pannetje, meer heb ik niet nodig om me weer mens te voelen.
Als ik me heb gewassen, bedenk ik dat ik mijn kleren niet meer hoef aan te trekken. Er is niemand, echt helemaal niemand, kilometers in de rondte.
Ik loop poedelnaakt door de zandduinen van Iran, een land waar dat volstrekt ondenkbaar is, en ik heb me nog nooit zo vrij gevoeld als op dit moment.
De hitte van deze dag was zwaar, en dat zal morgen niet anders zijn. Maar het landschap, de leegte en het alleen zijn maken alles goed. Ik kruip mijn tent in als het donker wordt, met negen halflege flessen lauw geworden water naast me en de duinen die afkoelen onder de sterren.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering30. De oase van Garmeh
Volgende aflevering ›32. Kamelen, een nijptang en de oase van TabasSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.