
Tussen de paleizen Gyeongbokgung en Changdeokgung ligt Bukchon, letterlijk het noordelijke dorp. Het was tijdens de Joseon-periode de wijk van de yangban, de ambtenarenklasse, die er dicht bij het hof woonde. Wat er nu staat is grotendeels jonger: de meeste huizen dateren uit de jaren twintig en dertig, toen aannemers de grote erven opdeelden in kleinere kavels en er rijen compacte woningen op bouwden voor de groeiende stedelijke middenklasse.
Wat een hanok is
Die woningen zijn hanok: houten huizen met een skelet van balken zonder spijkers, een dak van gebogen dakpannen, papieren schuifwanden en een binnenplaats waaromheen de vertrekken liggen. Onder de vloer loopt het ondol-systeem, waarbij de warmte van het kookvuur door kanalen onder de vloer werd geleid. Dat verklaart waarom Koreanen op de vloer zitten en slapen, en waarom vloerverwarming in moderne Koreaanse appartementen nog altijd de standaard is.
Bukchon overleefde omdat de wijk beschermd werd op een moment dat Seoul verder vrijwel volledig werd herbouwd. Er staan nog enkele honderden hanok, waarvan een deel in gebruik is als woning, een deel als gastenverblijf, atelier of theehuis.
Dat succes heeft een keerzijde. Rond Bukchon-ro 11-gil, de steilste en meest gefotografeerde steeg, mogen bezoekers sinds maart 2025 alleen tussen 10.00 en 17.00 uur komen, op straffe van een boete van 100.000 won. Buiten die uren blijft de straat gewoon open voor bewoners, winkeliers en passanten: wie er komt, loopt door een woonwijk en niet door een openluchtmuseum.
Insadong
Ten zuiden van Bukchon ligt Insadong, een straat met zijstegen die zich in de twintigste eeuw ontwikkelde tot handelsplek voor antiek, kalligrafie, keramiek en papierwaren. De hoofdstraat is inmiddels toeristisch en vol souvenirwinkels; de zijstegen zijn dat minder, en daar zitten de traditionele theehuizen waar bloemen-, gerste- en jujubethee wordt geschonken in aardewerk.
Halverwege staat Ssamziegil, een winkelcomplex uit 2004 met een doorlopende hellingbaan in plaats van verdiepingen, zodat je zonder trap van de begane grond naar het dak loopt. Het is een van de weinige moderne gebouwen in de wijk die niet uit de toon vallen.
Een detail dat in de gidsen zelden staat: Insadong is het enige deel van Seoul waar internationale ketens verplicht zijn hun naam ook in Hangul op de gevel te zetten. Dat levert een Starbucks op met Koreaans schrift, wat elders in het land niet voorkomt.
Jogyesa
Aan de rand van Insadong staat Jogyesa, de hoofdtempel van de Jogye-orde, veruit de grootste boeddhistische stroming van Zuid-Korea. Dat maakt hem uitzonderlijk: Koreaanse tempels van betekenis liggen doorgaans in de bergen, een erfenis van de eeuwen waarin het boeddhisme uit de steden was verdreven. Deze staat midden in het centrum, ingeklemd tussen kantoren, en is pas in 1938 op deze plek gebouwd.
Het complex is klein en in gebruik. Voor de hoofdhal staat een oude gouden regenboom, en in de weken voor Boeddha’s geboortedag in mei hangt het hele terrein vol papieren lantaarns. De bijbehorende lantaarnoptocht staat sinds 2020 op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed.
In de zijstegen van Insadong zitten theehuizen zonder gevelreclame, met een kaart die alleen in Hangul is, en de gasten binnen zijn vrijwel allemaal Koreaans en boven de zestig.
Plan je reis
- Overnachten in Seoul: vergelijk accommodaties ›
- Activiteiten en excursies in Seoul: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Verder in de reisgids Seoul
Alle gidsartikelen ›Introductie en plaatsen
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.