
Zuid-Korea heeft vier scherp gescheiden seizoenen en de verschillen ertussen zijn groot. Seoul ligt op ongeveer dezelfde breedtegraad als Athene, maar heeft winters waarin het weken achtereen vriest en zomers die tropisch aanvoelen. Dat komt door de ligging aan de rand van het Aziatische continent: in de winter stroomt droge, ijskoude lucht vanuit Siberië het schiereiland op, in de zomer draait de wind en komt vochtige lucht vanaf de Grote Oceaan.
Voor een reiziger betekent dat vooral dat twee van de vier seizoenen ongeschikt zijn en twee uitstekend.
De zomer: heet, nat en druk
Juni tot en met augustus is warm en vochtig, met temperaturen rond dertig graden en een hoge luchtvochtigheid. Eind juni begint de jangma, de moessonregen, die meestal tot eind juli aanhoudt en waarin een aanzienlijk deel van de jaarlijkse neerslag valt. Bergpaden kunnen dan gesloten worden wegens het gevaar van modderstromen.
Van juli tot oktober kunnen tropische stormen het land treffen, meestal aan de zuid- en oostkust. Ze richten zelden grote schade aan in het binnenland, maar ze leggen wel het vliegverkeer en de veerdiensten stil en zijn een reden om reisplannen op Jeju flexibel te houden.
Augustus is bovendien de Koreaanse vakantiemaand: campings, stranden en nationale parken zitten dan vol.
De winter: koud, droog en helder
December tot en met februari is koud en droog. In Seoul zakt de temperatuur regelmatig onder de tien graden onder nul, met een gevoelstemperatuur die door de wind lager uitvalt. Er valt weinig neerslag, en de dagen zijn vaak strakblauw. Het oosten en noordoosten krijgen wel sneeuw, wat de skigebieden rond Pyeongchang bedient.
Reizen kan prima, want alles blijft rijden en gebouwen zijn goed verwarmd, met vloerverwarming volgens het traditionele ondol-principe. Maar lange wandelingen en fietstochten worden een ander verhaal.
De twee goede seizoenen
Voorjaar, april en mei. De kersenbloesem trekt vanaf eind maart vanuit het zuiden naar het noorden en bereikt Seoul doorgaans begin april. Het is aangenaam weer, tussen de vijftien en twintig graden, met veel bloei in de parken en langs de rivieren. Het bloesemseizoen is wel kort en druk, en de exacte week verschuift per jaar. Aandachtspunt in maart en april is het fijnstof: aanvoer vanuit het westen zorgt periodiek voor slechte luchtkwaliteit, die dagelijks wordt gemeten en in elke weerapp staat.
Najaar, oktober en begin november. Voor de meeste reizigers het beste seizoen. Droog, helder, temperaturen tussen de vijftien en twintig graden, en de herfstverkleuring die vanaf begin oktober vanuit het noordoosten naar het zuidwesten trekt. In de nationale parken is dat het hoogseizoen voor wandelaars, met alle drukte van dien in het weekend. Voor fietsen langs de rivieren is het de gunstigste periode van het jaar: weinig regen, geen hitte en geen tegenwind van betekenis.
Wie de drukte wil ontlopen zonder het weer op te geven, reist doordeweeks en houdt rekening met Chuseok, het oogstfeest in september of oktober, wanneer half Korea onderweg is naar familie en het vervoer volgeboekt zit.
De herfstverkleuring wordt in Korea net zo nauwkeurig voorspeld als het weer, met kaarten die per park aangeven in welke week het hoogtepunt valt, en wie in die week naar een populaire top wil, vertrekt voor zonsopgang.
Plan je reis
- Overnachten in Zuid-Korea: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Zuid-Korea: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Zuid-Korea: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Zuid-Korea
Meer foto’s uit Zuid-Korea ›




Verder in de reisgids Zuid-Korea
Alle gidsartikelen ›Introductie en plaatsen
Achtergrond
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.