Een van de laatste bolwerken van de zwarte neushoorn
Namibië is de thuisbasis van ’s werelds grootste vrij rondlopende populatie zwarte neushoorns. Het gaat om de ernstig bedreigde soort Diceros bicornis, waarvan een belangrijk deel leeft in het noordwesten van het land. De Palmwag-concessie, een beschermd gebied van ongeveer 5.500 vierkante kilometer in Damaraland, speelt daarin een cruciale rol. Het gebied bestaat uit droge rivierbeddingen, ruige heuvels en open vlaktes en wordt niet omheind. Dieren bewegen hier vrij, maar worden actief beschermd door lokale conservancies en rangers.
Wij kamperen aan de rand van dit gebied. De lodge organiseert zogenoemde rhino trackings: tochten met een 4×4 en een lokale ranger, gericht op het opsporen van zwarte neushoorns in hun natuurlijke leefgebied. Met wat geluk zie je daarnaast woestijnaangepaste olifanten, leeuwen, hyena’s, giraffen, gemsbokken en andere antilopen.

Op zoek naar sporen in een uitgestrekt landschap
We besluiten onze kansen te maximaliseren. Als blijkt dat er voor de volgende dag nog plek is, schrijven we ons in voor onze tweede safari. Dat betekent vroeg op. De wekker gaat om 5.00 uur, om 5.30 uur zitten we aan het ontbijt. Een lodge is hier volledig ingericht op dit soort ritmes. Vroeg vertrekken is de norm. En ja, het personeel staat er gewoon,de safari zelf kost bijna 4.000 Namibische dollar per persoon.
We hebben al gemerkt dat het landschap vanaf de weg indrukwekkend is, maar dat het nog een stap verder gaat zodra je van de route afwijkt. Met de fiets kom je hier simpelweg niet. Deze safari is voor ons dus niet alleen gericht op dieren, maar ook op toegang tot het gebied zelf.
We vertrekken in het donker. Tegen de tijd dat het eerste licht doorbreekt, staan we op een heuveltop. Voor ons ligt een uitgestrekt landschap van zachte groentinten en roodbruine rotsen. Het is leeg, stil en groots. Het doet denken aan het moment waarop in Jurassic Park voor het eerst die verloren wereld zichtbaar wordt, alleen ontbreken de dinosaurussen, al betrap ik mezelf erop dat ik er toch even naar zoek.

Maar daar zijn we niet voor gekomen. We zijn hier voor de neushoorn. Die bevindt zich ergens in deze uitgestrektheid. De ranger zoekt naar sporen: pootafdrukken, verse uitwerpselen, afgebroken takken. Dat laatste zien we genoeg van olifanten en antilopen. Urenlang rijden we over ruige tracks die op geen enkele kaart staan. Het ene uitzicht volgt het andere op. Foto’s maken vanuit een stuiterende pick-up blijkt ondertussen lastiger dan gedacht.
Van tevoren is al gezegd dat het moeilijk kan worden. De regen van de afgelopen dagen wist sporen snel uit. Maar het geluk is aan onze kant. In een brede vallei met middelhoge vegetatie en een droge rivierbedding stopt de ranger. Hij heeft iets gezien en loopt vooruit.

De zwarte neushoorn van dichtbij
De zwarte neushoorn is geen grazer maar een bladereter. Met zijn kenmerkende, haakvormige bovenlip trekt hij bladeren en takken van struiken. In tegenstelling tot veel andere grote dieren hoeft hij niet dagelijks te drinken. In dit droge gebied kan hij meerdere dagen zonder water, wat hem geschikt maakt voor deze omgeving.
Behalve een moeder met kalf leven zwarte neushoorns solitair. Dat maakt ze moeilijk te vinden, zelfs in een gebied waar ze relatief goed beschermd zijn.
En dan staat hij daar. Een groot, grijs dier, half verscholen in de struiken. Waar olifanten vaak rustig en bijna onaangedaan reageren, is de neushoorn duidelijk alerter. Hij beweegt nerveus, draait zijn kop en probeert te bepalen wat we zijn. Dat is niet zo vreemd. Zijn zicht is slecht, maar zijn gehoor en reuk zijn sterk ontwikkeld. Hij hoort en ruikt ons, maar kan ons niet goed plaatsen.

De hoorn is verwijderd om stroperij te voorkomen. Dat ziet er onnatuurlijk uit, maar is hier bittere noodzaak. Zonder die maatregel zou de kans groot zijn dat dit dier er niet meer was. We blijven op afstand en kijken. De neushoorn wil rusten na een nacht foerageren, maar zolang wij er zijn blijft hij alert. Dat voelt dubbel. Je bent hier om te kijken, maar tegelijkertijd ben je de verstoring.
Ik heb gelezen dat je een probleem hebt als een neushoorn besluit op je af te komen. Hij haalt snelheden tot 55 kilometer per uur. Het advies: klim in een boom. Die zijn hier niet. Alternatief: blijven staan en op het laatste moment opzij stappen. Gelukkig hoef ik mijn stalen zenuwen niet in te zetten. Als we genoeg hebben gezien, trekken we ons terug.

Het geld dat we betalen voor deze safari wordt deels gebruikt voor de bescherming van de neushoorns en het gebied. Ook de ranger wordt ervan betaald. Hij is opgegroeid op een geitenboerderij in de regio en leerde daar sporen lezen. Inmiddels doet hij dit werk al tien jaar. Hij noemt het zonder aarzelen zijn droombaan. Ik vraag of de neushoorns hem herkennen. De ranger antwoordt, een beetje verdrietig, dat hij heel veel van de neushoorns houdt, maar dat de liefde niet wederzijds is.
Aan het eind van de dag rijden we terug naar de lodge. De hitte zakt weg en het landschap kleurt langzaam mee met het licht. De lucht verandert van fel naar zacht en schuift via oranje en rood naar roze tinten. We zitten stil en kijken. Een prachtig einde van een bijzondere dag.
2 comments
Wat een te gekke dag weer, jaloersmakend ❤️
Haha. Dank je wel. Maar jullie kunnem ook gaan. Eerst op huwelijksreis naar Sulawesi en dan fietsen in Namibië 😉