Het is best vreemd dat we gisteren horen dat het hier al twaalf jaar niet serieus heeft geregend, terwijl we vannacht halsoverkop de buitentent over de binnentent trekken. Van drie kanten worden we ingesloten door donkere wolken, plotselinge windstoten en regen. De hele nacht trekken kleine buien over ons heen. Om 7.00 uur is het droog, maar in de richting waar we heen moeten hangen zwarte, dreigende wolken. Vandaag gaan we het niet droog houden. Discusvormige wolken schuiven van rechts naar links over de lucht.
Gisteren zijn we vertrokken uit Twyfelfontein, nog nagenietend van onze olifantenextase. We klimmen ruim 700 meter over een gravelweg die door een brede vallei loopt, met hier en daar zandduinen tegen rode rotsen. De tafelbergen waar we naartoe fietsen zijn van afstand indrukwekkend. Hogerop verandert het landschap abrupt. De groene, zanderige vallei maakt plaats voor een kale steen- en kiezelwoestijn. Midden in het niets vinden we nog net een vlak stuk grond voor de tent.

Wind, regen en een stroperige weg
De volgende dag is alles anders. We rijden tegen de wind in en de regen van vannacht heeft de weg veranderd in een zompige massa waar we licht in wegzakken. Het voelt alsof we over een plakkerige ondergrond fietsen. De regen komt met bakken uit de lucht. Koude striemen in het gezicht. Het enige voordeel: het regenpak zit niet voor niets al die tijd in mijn tas. Ondertussen vervloekt Maurits zijn zuinigheid. Het gaat moeizaam, maar elke kilometer telt.
Boven op de pas, op ruim 1.200 meter, staan we koud en half doorweekt stil. Voor ons ziet het er lichter uit. We rijden nu de Palmwag-regio in. Dit is een overgangsgebied: van open woestijn en droge savanne naar een ruiger landschap met meer reliëf, meer vegetatie en, door de aanwezigheid van rivieren en ondergrondse waterstromen, ook meer wild. Dat merk je direct.
De afdaling gaat snel. Het slechte weer blijft achter ons. Langs de tafelbergen hangen slierten water als tijdelijke watervallen. De wind staat in de rug. Maurits fietst voor me. Ik scan automatisch de omgeving. Dan zie ik een vreemd gevormde boom. “Stop, Maurits.” Geen boom. Een giraffe. Vlak naast de weg. En niet één, maar drie. Al fietsend een giraffe tegenkomen stond al een tijdje op mijn lijst. Blijkbaar moet je daar eerst flink nat voor worden.

Palmwag: schaarste en contrast
Onze geplande stop is Palmwag. Daarna volgt 110 kilometer tot Sesfontein, de eerste plek met een serieuze winkel. Onze voorraden uit Uis zijn inmiddels op, dus we proberen hier te kopen wat er is. Palmwag heeft twee winkels. Dat klinkt optimistisch, maar het aanbod is beperkt.
De eerste winkel lijkt meer op een gevangenis. Klanten en eigenaar zijn gescheiden door tralies. De producten liggen buiten bereik. Voor de winkel zitten een paar vrouwen te praten in een kliktaal. Kinderen hangen er wat rond. De winkel verkoopt nauwelijks iets. We hebben geen cola nodig, maar kopen toch een fles. Meer om iets bij te dragen dan uit noodzaak. De fles is te groot, dus we gieten een liter over en geven de rest, samen met een klein zakje chips, aan de kinderen.
Bij de tweede winkel hopen we op meer succes. Voor de deur staan drie volwassenen en een kind. De volwassenen zijn zichtbaar dronken. Binnen liggen achter tralies koekjes, wasmiddel, drank, een paar zakken pasta en een grote pot tomatensaus. Meer is er niet, maar het is voldoende.

Het parallelle toeristenuniversum
Wat hier opnieuw opvalt, is het parallelle universum waarin toeristen zich bewegen. Op de camping en lodge van Palmwag is alles beschikbaar. Er is een winkel met producten die voor lokale bewoners onbereikbaar zijn, zowel praktisch als financieel. In het restaurant staan gerechten op de kaart die hier in de omgeving simpelweg niet bestaan.
De meeste toeristen lijken zich daar niet van bewust. Ze bewegen van lodge naar lodge in een afgesloten 4×4, zonder echt contact met de omgeving. Ze rijden langs de hutten van lokale bewoners, maar stoppen niet. Zelfs twee bezwete fietsers langs de weg zijn blijkbaar geen reden om even contact te maken. Dat afgesloten, witte toeristenuniversum begint steeds meer te wringen.
We fietsen door hetzelfde landschap, maar niet door dezelfde wereld.
3 comments
Dat verzin je toch niet?! 12 jaar geen regen en jullie komen er volop in!!
Mooi beschreven die parallele wereld tussen arm en rijk. De cocon waarin wordt geleefd. Herkenbaar.
Mooie en veilige tocht gewenst!
Fijn dat je zo mee leeft en mee leest. De regen is soms wel wat lastig, want door de hitte willen we eigenlijk geen buitentent. Maar een natte slaapkamer is ook nief fraai. Ook al lig ik vaak met m’n zwembroek te slapen
Schrijnend verschil inderdaad tussen toerist en inwoners…..
“Slierten water die als tijdelijke watervallen langs de berg wanden hangen” Wat een schitterende omschrijving!
De foto van de wolken….prachtig!