Als we ’s ochtends wakker worden, moeten we denken aan denken aan Zonder Herman van Acda en De Munnik. “Zonder Herman is alles anders”. En eerlijk is eerlijk, zonder Herman het nijlpaard is het hier toch een stuk rustiger. Hij laat zich vannacht niet zien op de camping. In plaats daarvan worden we wakker van een luid en onmiskenbaar ochtendgeluid: vogels, veel vogels, en duiven die klinken alsof ze een versterker hebben gevonden.
Als je naar het oosten wilt, zijn er twee opties: de verharde en mogelijk drukkere B8, of de onverharde D3402 die langs de rivier richting de grens met Botswana loopt. Voor ons is dat geen echte keuze. We volgen de D3402. De weg is niet perfect. Veel wasbord, af en toe mul zand. Maar er rijdt bijna geen verkeer. Links van ons stroomt constant de brede, meanderende rivier. De vegetatie is opvallend groen voor Namibië, met grote bomen en dicht struikgewas.

Dorpen en dagelijkse realiteit
Regelmatig passeren we kleine nederzettingen met ronde hutten. De erven zijn vaak afgezet met houten palen, als een soort geïmproviseerde vesting. Niet voor de buren, maar tegen dieren die net zo geïnteresseerd zijn in het gewas als de bewoners zelf.
Langs de weg staan bij vrijwel elk gehucht kleine, rechthoekige gebouwtjes van steen: winkels, bars of een combinatie van beide. Het assortiment is beperkt en praktisch. We zoeken water, koekjes en iets van brood. Water blijkt lastig te krijgen. Cola is er wel, in flessen van twee liter, maar we mogen er maar één kopen. Voor één dollar per stuk nemen we haverkoekjes mee. In een ander winkeltje ligt onverwacht vers witbrood. Verder zien we vooral conserven, grote potten vaseline en opvallend veel flessen Nivea bodylotion, blijkbaar een essentieel product hier.

Lopen is hier de standaard. We zien jonge vrouwen in strakke, vaak felrode rokken, met daarboven een eenvoudige top, terwijl ze een grote emmer water op hun hoofd dragen. Rechtop, in een constant tempo, zonder hun handen te gebruiken. Het contrast tussen die verzorgde kleding en het zware werk valt direct op. Een oudere vrouw draagt haar schoudertas op haar hoofd, alsof dat de meest logische plek is.
Op de velden groeit vrijwel overal hetzelfde gewas. In eerste instantie denk ik aan maïs, maar het staat hoger, dichter op elkaar en oogt fijner van structuur. Dit is waarschijnlijk mahangu, parelgierst, een van de belangrijkste basisgewassen in deze regio. Het is beter bestand tegen droogte dan maïs en vormt hier de basis van het dagelijkse eten. Machines zie ik niet. Mannen werken met kapmessen en eenvoudige, hoekige schoppen om de grond te bewerken.
We spreken kort met een medewerker van UNICEF. Hij vertelt dat ondervoeding hier voorkomt. De afhankelijkheid van één gewas maakt mensen kwetsbaar, zeker als de oogst tegenvalt of prijzen stijgen.

Contact onderweg
Ondertussen is de sfeer langs de weg opvallend open. Er wordt gezwaaid, gelachen en geroepen. Engels helpt. Gesprekken blijven vaak kort: “hello”, “good morning”, “how are you”, maar het contact is direct en oprecht.
Er zijn veel kinderen. Meer dan je op basis van het aantal huizen zou verwachten. Ze komen uit school in uniforme kleding: bordeauxrood of blauw, netjes en schoon. Meisjes in rokken, jongens in broeken. Ze lachen, zwaaien, geven high fives. Soms schrikken ze als we langskomen.

Na het ambivalente gevoel van de afgelopen dagen, een land waarin de toeristenwereld vaak los lijkt te staan van het dagelijks leven, wilden we bewust ook meer van de Afrikaanse kant van Namibië zien. Dat lijkt hier aardig te lukken.
1 comment
Wat een fijn en leerzaam verslag!