Met vijftien liter water en een tas vol eten verlaten we Henties Bay in oostelijke richting. De eerste twintig kilometer rijden we over een salt road, een weg waarvan zoutwater de toplaag tot een harde, vlakke ondergrond heeft verdicht, en dat fietst een stuk aangenamer dan gravel. We moeten duizend meter klimmen, maar geleidelijk, verspreid over honderd kilometer. We laten de koele kust achter ons en rijden het binnenland weer in, richting de granieten bergen van Damaraland. De wind staat in de rug, en als het zo blijft zijn we vanavond al bij Spitzkoppe.
Graniet dat uit de vlakte oprijst
Maar dat is niet het plan. De afgelopen dagen was kamperen praktisch maar nooit ontspannen, en vanavond willen we in de bush slapen, zonder andere mensen. Bijna zonder bochten kruipen we omhoog naar het centrale plateau: steen, gruis en gravel, met hier en daar pollen droog gras in bijna geometrische patronen. We zien niets, geen dieren, geen vogels, zelfs geen mier. De Spitzkoppe staat al vroeg als focuspunt aan de horizon, maar pas in de laatste tien kilometer zien we waar we echt op af rijden: een groep rode granieten bergen die abrupt uit het vlakke land oprijst. We vinden een plek tussen de eerste rotsen, uit de wind, en kijken hoe de top in de ondergaande zon rood kleurt.
De volgende ochtend worden we wakker in volmaakte stilte. Met Spitzkoppe zijn we ook in Damaraland: het dunbevolkte noordwesten met droge rivierbeddingen en verspreid levende gemeenschappen, waaronder de Damara. De rotsen rijzen tot ruim zeventienhonderd meter op, en hun rode kleur is oxidatie van ijzer in het gesteente, het sterkst bij zonsopkomst. Vanuit ons kamp rijden we een ruige track door mul zand: banden zakken weg, we stappen af, duwen, stappen weer op, fietsen een paar meter, stappen weer af.
Tachtig procent van de wegen in Namibië is onverhard.
Onderweg ontmoeten we James, die hier met zijn broer geiten hoedt. Hij heeft op dit vroege uur al flink gedronken en lijkt een paar minuten later vergeten wat hij net zei. Bij een controlepost worden onze gegevens in een groot boek genoteerd. Wat is jullie kenteken? We zijn op de fiets. In het dorp dat naast het toeristische gebied is gegroeid, kleine hutten met golfplaten daken, horen we de Damara-taal, met klikgeluiden die vast in de woorden zitten.
De beste fietsdag en een leeg land
De volgende dag is misschien wel de beste fietsdag tot nu toe. De gravelweg ligt goed, de wind staat in de rug, er is nauwelijks verkeer en de hitte blijft beheersbaar. Maurits begint te zingen, ik ben vooral bezig met kijken en fotograferen, en elke paar kilometer zie ik het Spitzkoppe-massief kleiner worden en toch dominant blijven. Wat opvalt: er zijn geen hekken. Buiten de nationale parken en de conservancies is land hier niet standaard omheind. En nergens zwerfafval. In de dagen dat we hier fietsen valt dat steeds opnieuw op.
Sinds Walvisbaai voelt het landschap leeg. We spreken een lokale boer die uitlegt waarom: het land is te droog en te arm om veel wild te dragen, en buiten de beschermde gebieden wordt gejaagd. Als mensen bushmeat kunnen krijgen, dan doen ze dat. Als we later in een droge rivierbedding kamperen, komt er een man in vol uniform aangelopen, met “wildlife conservation” op zijn hoed. Hij loopt zijn ronde en verontschuldigt zich beleefd voor het verstoren van onze privacy. Wij in korte broek en bezweet, hij strak in het pak. Voor dieren, zegt hij nuchter, moeten we verder naar het noorden, waar de bescherming beter is. De volgende dag bereiken we Uis, ooit een van de belangrijkste tinmijngebieden van het land. In de tweede helft van de vorige eeuw gaf de mijn hier duizenden mensen werk, tot de tinprijs in de jaren negentig instortte en de mijn grotendeels stilviel. Er wordt gezegd dat hier de echte wildernis begint. Laat maar komen. Ik moet alleen eerst nog een paar bandjes plakken.
Ongelijkheid langs de weg
De campings in Namibië zijn, op een enkele uitzondering na, geen straf: mooie plekken, vaak met douche, restaurant en zwembad. Dat laatste blijft opvallend in een van de droogste landen ter wereld. Wat me nog meer opvalt, is hoe het werk er is verdeeld. Het personeel is vrijwel altijd zwart, de manager vaak wit, en de eigenaar meestal een welgestelde witte Namibiër of, steeds vaker, een buitenlandse investeerder, bijvoorbeeld uit China. Het land heeft een grote meerderheid zwarte inwoners en een kleine witte minderheid, en behoort tegelijk tot de landen met de grootste inkomensongelijkheid ter wereld, een erfenis van de koloniale periode en de apartheidstijd onder Zuid-Afrika.
Alle gasten zijn wit. Het personeel is zwart.
Dat patroon herhaalt zich bij White Lady Lodge onder de Brandberg, waar twee zwembaden onder een rode rotswand liggen en een tam stokstaartje zich door de gasten laat aaien. Ook onderweg blijft het zichtbaar. Bij een supermarkt staan twee caissières: de een doet het werk, de ander geeft aanwijzingen. Langs de weg staan lemen hutten met strooien daken; vrouwen met ontbloot bovenlichaam en met oker rood gekleurd haar, mannen in werkpakken met fluorescerende strepen. Kinderen zitten langs de kant en vragen om water, om daarna sieraden of stenen te verkopen. Het is lastig in te schatten wat vraag is en wat strategie. Dit is Damaraland, waar ook de Himba leven, een seminomadisch volk dat bekendstaat om het gebruik van rode oker op huid en haar.
Zand, wasbord en de mensen erlangs
Het is niet voor niets dat hier vooral pickups rijden. Kevin, gids en chauffeur, heeft vandaag niets te doen en tilt onze fietsen achter in zijn Hilux. In plaats van door het mulle zand te zwoegen, rijden we met vijftig per uur de klim op, en zonder een druppel zweet staan we boven, bij het begin van het stuk dat weer te fietsen is. Op de parallelle sporen door de savanne is de truc steeds het spoor met het minste losse zand te kiezen. We zien grote, uitgedroogde hopen olifantenmest: de dieren zijn hier, alleen niet zichtbaar. Verspreid door het land steken roodbruine granieten inselbergs omhoog, restanten van oud gesteente dat door erosie is vrijgekomen.
Oververhit bereiken we de kruising met de C35, waar een hutje met een golfplaten dak en een stroomkabel voor mij genoeg zijn. Wedden dat we hier een koud drankje krijgen? Maurits gelooft me niet, maar komt even later glunderend terug met twee ijskoude citroenbiertjes. We zitten op een kratje met de locals. De een onderhoudt met een grader de wegen, vier keer per maand de C35 en ongeveer eens per maand de slechtere D2319; de ander hoedt geiten. De man met de zonnebril, de denker van het gezelschap, geeft ons een tip voor als we een leeuw tegenkomen.
Niet wegrennen. Blijven staan. Als je wegrent ben je prooi.
Ons eindpunt is Madisa Camp, tussen de rotsformaties, waar we onze tenten opzetten tussen grote, afgeronde stenen en het zwembad rond een rots is gebouwd. Als de zon zakt en het koel genoeg wordt, klimmen we omhoog voor een panorama van driehonderdzestig graden: grotendeels vlak, maar overal steken die formaties omhoog, alsof er reuzenknikkers over het land zijn gestrooid.
Rotskunst en de weg die er niet hoort te zijn
Op weg naar Twyfelfontein zijn de campings geen luxe maar noodzaak: het zijn de enige plekken met water en soms eten, want de plaatsen op de kaart blijken vaak niet meer dan een kruispunt met een paar hutjes. Vandaag horen we dat er een asfaltweg zou liggen. Dat klinkt onwaarschijnlijk, midden in dit lege land. Voor ons verschijnt een bergachtig gebied dat er van afstand bijna prehistorisch uitziet: roodbruine formaties die als blokken op elkaar lijken gestapeld, in lagen en trappen.
En dan ligt hij er echt. Een asfaltweg. Strak, zwart en nieuw. Midden in dit landschap.
Langs de weg loopt een vrouw op blote voeten over het hete asfalt, in stevig tempo, in kleding en met een kapsel die aan de Himba doen denken. Iets verderop staat een groep vrouwen te zingen en te dansen om ons mee te krijgen naar een toeristisch Himba-dorp. Het voelt ongemakkelijk; we fietsen door. Bij de afslag naar Twyfelfontein stopt het asfalt net zo abrupt als het begon, waarschijnlijk alleen aangelegd voor de toeristische waarde van het gebied. Twyfelfontein bestaat uit geërodeerde zandsteenformaties en staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst om zijn rotstekeningen van duizenden jaren oud. Het landschap is opvallend groen, met bloemen in de berm, maar dieren zien we niet. Op een camping die volledig door locals wordt gerund, zonder witte manager, horen we het verhaal: het heeft hier al zeker drie jaar niet echt geregend, terwijl het noorden juist overstroomt, en in een land zonder hekken trekken de dieren naar de plekken met water. De dieren zijn er, maar niet hier. Morgen zou dat anders moeten zijn.
De woestijnolifanten van de Aba Huab
De camping ligt aan de droge bedding van de Aba Huab, waar toch opvallend veel groene bomen staan omdat er onder het zand nog water zit. In droge periodes blijven de woestijnolifanten in de rivierbeddingen, in natte tijden trekken ze verder de bergen in; het zijn geen aparte soort, maar Afrikaanse savanneolifanten die hebben geleerd met weinig water te leven. In de ochtend gaan we met een gids op pad. Een safari klinkt duur, maar dit is betaalbaar: N$1.000 per persoon, zo’n €50, terwijl de camping N$480 kost, ongeveer €24. Nog geen twintig minuten onderweg zien we een groep struisvogels: het mannetje broedt ’s nachts en absorbeert met zijn donkere veren de warmte die hij aan de eieren afgeeft, het grijze vrouwtje overdag. Een praktische taakverdeling.
Dan staat er een groep van vijf olifanten, rustig door de bedding bewegend, op nog geen tien meter afstand. Ze trekken zich niets van ons aan. Iets verderop een grotere kudde, minstens vijfentwintig dieren, met een volwassen mannetje dat direct opvalt: groter, zwaarder, anders bewegend. De matriarch houdt een jong mannetje op afstand, waarvan de oplopende hormonen voor onrust zorgen.
De dieren eten, trekken bladeren van takken en verwerken zonder moeite de stekelige vegetatie waar wij met onze fietsbanden lek op rijden.
Wat vooral opvalt, is hoe dicht we kunnen komen: zonder hek, zonder restricties, midden in hun leefgebied. Verzadigd keren we terug naar de camping. De volgende etappe richting Palmwag is bijna honderd kilometer, en op eten na is alles geregeld. In het winkeltje bij de kruising is de keus beperkt tot bier, cola, snoep en chips. Dat wordt lunchen met chips en snoep. Op naar Palmwag.
Praktische informatie
Hoe er komen: deze etappe loopt van Henties Bay via Spitzkoppe en de Brandberg naar Twyfelfontein, ongeveer 350 kilometer over gravel, zand en wasbord dwars door Damaraland. Met een huurauto rijd je het comfortabel in twee tot drie dagen; op de fiets is het een week met verschillende overnachtingen in de bush. Vierwielaandrijving is op de zandsecties richting White Lady Lodge en Twyfelfontein aan te raden.
Slapen: rond Spitzkoppe kun je tussen de granieten rotsen kamperen, verder onderweg wissel je bushkampen af met plekken als Madisa Camp en de door locals gerunde campings bij Twyfelfontein. Reken op N$300 tot N$500 per persoon (ongeveer €15 tot €25); wildkamperen buiten de parken kan vaak vrij.
Eten: het aanbod is beperkt tot kleine winkels in Uis en bij de kruisingen, met vooral blik, pasta en chakalaka. Sla in Uis of Swakopmund voldoende in, want tussen de campings kan het lang duren voor je een winkel tegenkomt.
Beste reistijd: wij reden in maart, aan het einde van de regentijd. Het land is dan groener dan gewoonlijk, wat mooi is maar de dieren juist verspreidt, zodat ze lastiger te zien zijn. Het koelere droge seizoen van mei tot oktober concentreert het wild rond de waterplekken.
Nog weten: een olifantensafari in de Aba Huab kost ongeveer N$1.000 per persoon (zo’n €50) en is een van de betaalbaardere manieren om woestijnolifanten van dichtbij te zien. Buiten de beschermde gebieden is wild schaars door jacht en droogte; verwacht meer leegte dan safari. Tanken, water en eten regel je overal ruim vooruit.
Plan je reis
- Overnachten in Namibië: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Namibië: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Namibië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Namibië
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Namibië ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Namibië ›
Aan de oever van de Zambezi20 april 2026
De Caprivi-corridor: San-dorpen, Nkasa Rupara en de Zambezi20 april 2026
Regen en safari in Nkasa Rupara18 april 2026Plan je eigen reis door Namibië
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.