Op 30 maart 1912 ondertekenden sultan Moulay Abdelhafid en de Franse vertegenwoordiger Eugène Regnault in Fès het Verdrag van Fès. Marokko werd daarmee een Frans protectoraat. Het was het einde van Marokko als onafhankelijke staat en het begin van een periode van 44 jaar die het land ingrijpend heeft veranderd. Die verandering is nog altijd zichtbaar in de steden, het wegennet en de economische structuur van het land.
Hoe het protectoraat tot stand kwam
Het Verdrag van Fès was het sluitstuk van een decennialang diplomatiek spel tussen de Europese grootmachten. Marokko had als laatste grote onafhankelijke staat in Noord-Afrika de koloniale druk weerstaan, maar de sultan had groeiende schulden aan Europese banken en zijn gezag over de stammen in het binnenland was verzwakt. In 1905 en 1911 leidden Duits-Franse conflicten over Marokko bijna tot een Europese oorlog. Spanje kreeg gelijktijdig een eigen protectoraat in het noorden. Tanger werd een internationaal bestuurd gebied.
De politique des égards: Lyautey en de medina’s
De eerste Résident-Général, maarschalk Hubert Lyautey, ontwikkelde een aanpak die hij zelf de politique des égards noemde — een politiek van respect voor bestaande structuren. In de praktijk: de medina’s intact laten en nieuwe, moderne wijken ernaast bouwen. De medina’s van Fès, Marrakesh, Meknes en Rabat werden daardoor niet gesloopt. Ze bleven functioneren als islamitische steden met hun eigen economische en sociale logica. Naast de medina’s verrezen de villes nouvelles: nieuwe wijken met brede boulevards, cafés, banken en koloniale architectuur, gebouwd voor de Europese settlers.
De ville nouvelle in Marrakesh en Casablanca
Gueliz in Marrakesh is nog altijd het meest zichtbare overblijfsel van het protectoraat. De Avenue Mohammed V, de centrale as van Gueliz, loopt in een rechte lijn van het treinstation naar de Koutoubia. De gebouwen langs de boulevard dateren grotendeels uit de jaren twintig tot vijftig: art-deco gevels, overdekte arcades, hotels en kantoren in een stijl die zowel Frans als Marokkaans wil zijn. Casablanca is het meest dramatische voorbeeld van de koloniale stedenbouw, met een uitzonderlijk ensemble van Art Déco en neo-Mauresque architectuur.
De aanleg van de N9 over de Tizi n’Tichka
Een van de meest tastbare nalatenschappen van het protectoraat is de N9, de nationale weg die Marrakesh verbindt met Ouarzazate via de Tizi n’Tichka-pas (2.260 meter). Vóór de aanleg in de jaren twintig en dertig was de Hoge Atlas voor gemotoriseerd verkeer vrijwel onbegaanbaar. De strategische logica was helder: Marokko was pas volledig onder controle als ook het moeilijk toegankelijke binnenland bereikbaar was voor het leger. De weg rijdt nog altijd grotendeels de oorspronkelijke route.
Economische exploitatie
Het protectoraat bracht ook economische exploitatie. De fosfaatwinning bij Khouribga, die in 1921 begon, maakte Marokko tot een van de grootste fosfaatproducenten ter wereld — een positie die het nog altijd heeft. De landbouw werd eveneens gecommercialiseerd. In de vruchtbare gebieden rond Casablanca en Meknes vestigden Franse colons grote gemechaniseerde landbouwbedrijven.
Het Berber-dahir van 1930 en het nationalisme
Het Berber-dahir van 1930 — een decreet van de sultan, opgelegd door de Fransen — plaatste de Amazigh-gebieden buiten het islamitische recht en onder Frans civiel recht. Bedoeld als administratieve maatregel, werd het onmiddellijk gelezen als een poging om Marokko te verdelen. De reactie was fel. Het Berber-dahir wordt beschouwd als het moment waarop het Marokkaanse nationalisme echt op gang kwam. De nationalistische Istiqlal-partij, opgericht in 1944, eiste onafhankelijkheid. De Fransen reageerden in 1953 met de verbanning van sultan Mohammed V naar Madagascar — een inschattingsfout: de sultan werd een martelaar. Zijn terugkeer in 1955 en de onafhankelijkheid op 2 maart 1956 volgden snel daarna.
Wat er nu nog zichtbaar is
Het protectoraat is in het Marokkaans stadslandschap bijna overal aanwezig voor wie ernaar kijkt. De villes nouvelles. De spoorlijnen. Het wegennet. De fosfaatmijnen. En de taal: Frans is in Marokko nog altijd de taal van het bestuur, het zakenleven, het hoger onderwijs en de elite — 44 jaar protectoraat heeft een talige erfenis nagelaten die nu al zeventig jaar voortduurt.
Hubert Lyautey (1854–1934) is een omstreden figuur. In Marokko wordt hij in sommige kringen bewonderd om zijn beleid van cultureel respect; in andere wordt hij gezien als de bedenker van een verfijndere vorm van koloniale onderwerping. Zijn uitspraak “montrez votre puissance et cachez votre force” — toon uw macht, verberg uw kracht — vat zijn bestuursstijl kernachtig samen.