
Het wordt opnieuw een lange dag, ruim honderddertig kilometer naar het zuiden. Ik maak graag lange dagen, maar de wegen hier zijn druk en vol vrachtverkeer, en dat went niet.
Onderweg passeer ik Miandoab, een van die stadjes die op de kaart een stipje zijn en in werkelijkheid een uitgestrekte handelsplaats. Kleurrijke vrachtwagens onder dekzeilen staan langs de weg, een goudkleurig monument staat op een rotonde, en aan de rand ligt een klein pretpark met een reuzenrad en een piratenschip. Zo’n parkje hoort bij vrijwel elke Iraanse stad, en ’s avonds is het er een mooie plek om naar het leven te kijken.

De staat in het straatbeeld
Wat me opvalt is de aanwezigheid van de staat in het straatbeeld. Op een brug hangt een groot portret van ayatollah Khamenei, met een leus over het zionistische regime en de naam van de plaatselijke Basij eronder, tussen Iraanse vlaggen en gekleurde wimpels. Ik stop ervoor en maak een foto, want ik vind het interessant hoe zoiets het beeld van een stad bepaalt. Ik probeer me voor te stellen hoe het is om hier elke dag langs te rijden. Vanuit het perspectief van de mensen zelf begrijp ik die leuzen beter dan van een afstand, al let de meerderheid er nauwelijks op. Beelden van gesneuvelde soldaten, de martelaren, kom ik hier nog niet tegen, en ik weet dat veel Iraniërs die liever niet in hun straat hebben.

Koerdistan binnen
Het landschap verandert mee. De droge vlakte rond het Urmiameer maakt plaats voor groenere bergen, met hellingen vol gras waarop kuddes schapen grazen. En de mensen veranderen ook: de mannen op de markt dragen de wijde Koerdische broek. Ik rijd Iraans Koerdistan binnen, het bergland richting de Iraakse grens, met een eigen taal en een eigen volk. Het verschil met de Azeri’s van de afgelopen dagen merk ik nu nog niet zo. Maar het contact is meteen open en hartelijk. Bij een groentekraam vol watermeloenen en aardappels beginnen ze zelf een praatje, en als ik tussen hen in sta is dat op hun verzoek; daarna vraag ik ook om een portret.
Een vader en zijn zoon stappen samen uit een blauwe auto, en aan alles zie ik dat de vader trots is.
Het lijkt of de jongen net zijn eerste werkdag heeft gehad, samen met zijn vader, en die genegenheid is precies wat Iran voor mij zo bijzonder maakt. De warmte zit hier in de kleinste gebaren, en je ziet haar overal.
Eten doe ik onderweg, zoals zo vaak, zereshk polo ba morgh, rijst met zure berberis en kip, een gerecht dat ik in Iran graag als lunch neem. En ik leer een nieuw drankje kennen, flesjes limonade met basilicumzaadjes erin, waarvan ik meteen een paar verschillende smaken probeer. Ze geven een vreemd en lekker gevoel in mijn mond.
’s Avonds rol ik Saqqez binnen. Ik ben te moe om nog lang naar een kampeerplek te zoeken, dus neem ik een hotel in het centrum. Het was een drukke dag op een drukke weg, maar ik ben in Koerdistan, en ik heb het gevoel dat het hier alleen maar mooier gaat worden.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering14. De keerzijde van de aandacht
Volgende aflevering ›16. De eerste mooie dag in IranSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.