
Van Marand rijd ik naar Tabriz, en het is geen rustige weg. Veel Iraanse wegen zijn druk: eindeloze kilometers langs werkplaatsen en autobedrijven, zware vrachtwagens, uitlaatgassen en stof. Onderweg doemt een grote cementfabriek op tegen de bergen, met rokende schoorstenen en een eindeloze rij trucks ervoor. Iraniërs zijn een ijverig volk, overal wordt gebouwd, gehandeld en gesleept, en dat geeft veel verkeer en lawaai. Ik heb last van de drukte en het vrachtverkeer, en ben blij als ik kan stoppen.

Een simkaart in Sufian
In Sufian ga ik zitten om te lunchen, bij een eethuis waar ze dun brood serveren met kip en groente, een gerecht dat overal in Iran op tafel komt. Lang alleen aan tafel zitten lukt niet: het loopt zoals altijd uit op een fotosessie en veel belangstelling. De jongens van het eethuis helpen me bovendien aan iets wat ik nog nodig had, een simkaart. Het is een bureaucratisch gevecht, met formulieren en vingerafdrukken, maar met hun hulp komt het uiteindelijk voor elkaar.

De bazaar van Tabriz
In Tabriz rijd ik een rotonde op met een gigantische cassetteband erop, mooie kitsch waarvan ik de bedoeling niet snap. Tabriz is de oude hoofdstad van Iraans Azerbeidzjan en was eeuwenlang de belangrijkste handelsstad van het noordwesten, een knooppunt op de zijderoute. Dat zie je nergens beter dan in de overdekte bazaar, een doolhof van bakstenen gewelven dat tot de grootste en oudste ter wereld behoort en op de werelderfgoedlijst staat. Ik loop er naar binnen. Wat een kleuren en geuren.
In een tapijtzaak luister ik naar het trotse verhaal van een zoon over zijn vader, en maak intussen zijn portret.
Ik struin er een paar heerlijke uren rond, door de bazaar en de winkelstraten eromheen, langs religieuze banieren met rode tulpen en kraampjes vol kruiden en koper. Ik vraag mensen of ik ze mag fotograferen, en bijna altijd zeggen ze ja, want een portret zien ze hier als een eer. Een groenteman tussen zijn tomaten, uien en aardappels, twee oude mannen in het park met hun gebedskralen en een karakul-muts. De vrouwen dragen de manteau, een lange jas over een broek, met de hoofddoek los over het achterhoofd.
Geld wissel ik op de zwarte markt, waar je voor je euro’s veel meer rial krijgt dan bij de bank. Eten doe ik bij verschillende stalletjes, hier een hapje, daar een hapje. ’s Avonds neem ik een kamer in het Tabriz Morvarid Hotel. Het is mijn eerste keer in deze stad, en na de drukke, stoffige weg ernaartoe bevalt ze me beter dan ik had verwacht.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.

