
Het landschap wordt met de kilometer mooier. Ik fiets de Hawraman-bergen in, een wereld van scherpe grijze kalksteenwanden boven groene dalen, met hier en daar een dorp dat in terrassen tegen de steile helling plakt. Ik zit zowat te stuiteren op mijn fiets, zo prachtig is het. Tegelijk is het frustrerend, want het weer zit me tegen: de lucht betrekt snel en in de verte rommelt het.

Het vrije Koerdistan
Onderweg merk ik pas goed wat ze bedoelen met het vrije Koerdistan. Overal trekken Iraniërs de natuur in: bij de uitzichtpunten staan auto’s geparkeerd, tenten opgezet, families die picknicken in het gras. De sfeer is uitgelaten, en de kleding is dat ook.
De hoofddoeken hangen hier op half zeven, of gaan helemaal af.
Ik krijg de indruk dat sommigen zich speciaal voor de gelegenheid in Koerdische dracht hijsen, alsof Koerdistan een soort vakantieland binnen het land is. Ik word voortdurend aangesproken en uitgenodigd, en bij elke groep krijg ik hapjes en fruit toegestopt. De leuke meisjes willen met me op de foto, en hun vaders vinden het alleen maar gezellig dat ik erbij sta. Ik zou hier zo kunnen trouwen, denk ik lachend, de families zouden het schitterend vinden.
Bij een groepje jongens raak ik aan de praat over Iran en Koerdistan. Ze leggen me uit dat het hier vrijer en leuker is dan in de meeste andere delen van het land, en ze vinden het geweldig sportief dat ik dit op de fiets doe. Terwijl we staan te kletsen breekt er een volle regenboog over het dal. Mooi, maar geen teken dat de regen voorbij is, eerder een voorbode van erger.
En dat erger komt. Het begint te hagelen, hard. Een auto met vier jonge gasten stopt naast me en sommeert me in te stappen. Ik had het kunnen wantrouwen, maar dat is nergens voor nodig: het is gezellig droog in de auto tot de bui voorbij is en ik weer verder kan.

Muildieren over de grens
De grens met Irak is hier dichtbij, en die laat zich ook zien. Ik passeer een blauwe pick-up met muildieren achterin. Die dieren worden gebruikt om goederen over de ruige bergen de grens over te smokkelen, van Irak naar Iran, en daarna brengen de pick-ups ze weer naar boven. Het is een eigen economie, hoog in de bergen.
Wat ik vooral wil, is een mooie kampplek met uitzicht op die imposante bergen. Maar het weer drijft me op, en ik maak weer een oude fout. Ik sla een pad in dat omhoog leidt, in de hoop daar te kunnen kamperen, maar de hellingen zijn te steil en ik kom alleen maar hoger, terwijl mijn kansen op een plek juist afnemen. De regen wordt noodweer, het water stroomt naast de weg en maakt alles tot modder. Kamperen zit er niet in.
Uiteindelijk mag ik schuilen in een huis. Ik denk even dat ik er kan blijven slapen, maar ze wijzen me door naar een hotel iets verderop, bij Daraki. Zo breng ik de nacht door in het Shadi Uraman, blij dat ik droog lig. Het was een dag om in te lijsten, en tegelijk een dag waarop ik weer eens te lang doorfietste.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering17. Door de groene bergen naar Marivan
Volgende aflevering ›19. Rustdag in de bergen van HawramanSpring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.