
De ochtend is er een om in te lijsten. Het is droog, de bergen zijn schitterend groen, en de weg loopt vanaf de Hawraman-hoogte gestaag naar beneden. Ik zit fluitend op de fiets. Onderweg stop ik bij een kraampje voor een glas chai nabat, thee met kandijsuiker; de twee mannen achter de messing samovar willen geen geld, maar wel een portret. Zo gaat dat hier.

Kermanshah in
Die gelukzaligheid houdt op zodra ik Kermanshah nader. De grote stad kondigt zich aan met kilometers werkplaatsen en autobedrijven, en een weg vol vrachtwagens en toeterend verkeer. Ik vecht me een weg naar het centrum.
Terwijl ik ergens in een straat wat boodschappen doe, raak ik aan de praat met twee jonge broers. Het duurt geen tien minuten of ik ben uitgenodigd om bij hen thuis te blijven slapen. Hun familie heeft een ijssalon, en ze wonen op de verdieping erboven. De oudste is trots om Iraniër te zijn, maar laat er geen misverstand over bestaan dat hij niets moet hebben van het regime. Hij wil me per se laten zien dat Iran iets anders is dan het beeld dat de wereld ervan krijgt. Dat weet ik allang, maar ik laat me graag rondleiden. We stappen in de auto van de familie en rijden de stad in.
Wat hij me wil tonen is Taq-e Bostan, aan de rand van de stad: een reeks grotten die ruim vijftienhonderd jaar geleden in de rotswand zijn uitgehakt, met levensgrote reliëfs van Sassanidische koningen, weerspiegeld in een vijver aan de voet van de klif. Voor hem is het een bron van trots, het bewijs dat zijn land een geschiedenis heeft die veel verder teruggaat dan de Islamitische Republiek. Ik vind ze indrukwekkend, en het is duidelijk dat hij dat graag ziet.
Later neemt hij me mee naar een sporthal, waar wordt getraind in een spel dat ik nog niet ken: ze trappen een bal met acrobatische omhalen over een hoog net, een variant van voetvolleybal die op het Aziatische sepak takraw lijkt en in Iran razend populair is. Ik word tot huisfotograaf gebombardeerd en maak de ene actiefoto na de andere. Ze zijn lenig en indrukwekkend goed, en dat is niet vreemd: ik zit naar een deel van het nationale team te kijken, en mijn nieuwe vriend zit erin.
Op het kleed, met een fles wijn
’s Avonds laat eten we thuis op het kleed. De moeder heeft gekookt, maar schuift niet aan; zij blijft in de keuken terwijl ik met de twee broers eet. Na het eten komt, stilletjes, een fles wijn tevoorschijn. De moeder mag het niet weten, al weet ze het natuurlijk best, en telkens als er iemand aankomt verdwijnt de fles weer uit het zicht. In Iran is niets wat het lijkt. We praten urenlang, over Iran en Nederland, over fietsen en over het leven thuis.
Het gesprek komt op kinderen. Nee, die heb ik niet. Waarom niet? De verantwoordelijkheid, zeg ik, en de stress, en de vrijheid die je kwijtraakt: met kinderen thuis had ik hier nu niet bij hen op het kleed gezeten. Dan vragen ze mijn leeftijd, en ik laat ze raden.
Ze schatten me begin dertig; als ik zeg dat ik veertig ben, net zo oud als hun vader, is de conclusie snel getrokken: ik zie er vast jonger uit doordat ik geen kinderen heb.
Ik slaap die nacht in de woonkamer, op mijn eigen matras op het kleed waar we net nog zaten te eten.
Foto’s uit Iran
Meer foto’s uit Iran ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering20. De zwaarste klim, en een aanzoek onderweg
Volgende aflevering ›22. Van Kermanshah naar het park van NurabadSpring naar een andere aflevering
- 18. Regen in de Hawraman-bergen
- 19. Rustdag in de bergen van Hawraman
- 20. De zwaarste klim, en een aanzoek onderweg
- 21. Een gastheer in Kermanshah
- 22. Van Kermanshah naar het park van Nurabad
- 23. Door Lorestan, en een gastheer die geen nee accepteert
- 24. Een lift die ik niet had gevraagd
- Alle 38 afleveringen ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.