Het is tijd voor deel vier van ons avontuur. De Zambezi-regio. Een smalle strook land in het noordoosten van Namibië die zich tussen Botswana en Angola door naar Zambia en Zimbabwe uitstrekt. Dit gebied stond lange tijd bekend als de Caprivi Strip, vernoemd naar de Duitse rijkskanselier Leo von Caprivi. Duitsland ruilde dit stuk land eind 19e eeuw met het Verenigd Koninkrijk om toegang te krijgen tot de Zambezi-rivier. In de praktijk bleek die rivier nauwelijks bruikbaar door de Victoriawatervallen, maar de naam bleef hangen. Tegenwoordig spreekt men officieel over de Zambezi-regio, onder andere om afstand te nemen van het koloniale verleden.
Rundu lijkt een logisch startpunt om weer op de fiets te stappen, maar ligt ruim 500 kilometer van Ondangwa. Op de kaart ziet het traject er weinig interessant uit, dus besluiten we deze afstand over te slaan. Via het hotel vinden we snel een chauffeur. Eerst wordt 2.500 Namibische dollar genoemd, maar dat verandert al snel in 4.000 NAD, zo’n €200, als de potentiële chaufeur beseft dat er ook twee fietsen mee moeten. Nog steeds een prima prijs voor deze afstand.

Strakke planning versus lokale realiteit
Onze chauffeur wil vroeg vertrekken. Dus we maken een strak plan. Ik breng ’s ochtends de huurauto terug, inclusief tanken. Maurits zorgt dat alle spullen klaarstaan en ingeladen worden. Ik pak een taxi terug naar het hotel en dan kunnen we direct weg. Efficiënt, zoals we dat gewend zijn. Alleen werkt het zo niet.
Als ik terugkom bij het hotel is er geen auto, geen chauffeur. Ik bel hem. Geen probleem, zegt hij. Hij komt eraan. Haast is er ineens niet meer. We wachten. Uiteindelijk verschijnt hij alsof er niets aan de hand is. Onze strakke planning blijkt vooral iets van onszelf. Hier loopt de dag anders. Minder strak, minder voorspelbaar, maar blijkbaar ook zonder stress.
Onze chauffeur heet Innocence, een Zimbabwaan die in Namibië werkt. Hij heeft meerdere telefoonwinkels en rijdt sinds een maand in een nieuwe zwarte Toyota Hilux. Kosten: ongeveer 1.000.000 Namibische dollar, zo’n €50.000. Hij rijdt alsof hij die investering zo snel mogelijk wil terugverdienen. De 500 kilometer naar Rundu leggen we in vier uur af.

Snelheid en sociale structuren langs de B10
Onderweg verandert het landschap volledig. De Cubango-rivier stroomt richting het oosten en is buiten zijn oevers getreden. Het gebied is vlak en nat, met brede wetlands. Het doet bijna Nederlands aan. Grote bomen, graslanden en akkers met maïs. Langs de weg lopen kinderen in schooluniformen, bordeaux rood of blauw. Er rijden ezelkarren en overal lopen koeien met indrukwekkende hoorns.
Opvallend zijn de vrouwen langs de weg. Ze dragen kleurrijke jurken met een brede rok en een strak bovenlijf. Vaak gecombineerd met een opvallende hoofdtooi, gemaakt van stof of wolachtig materiaal. Dit is traditionele kleding van onder andere de Owambo- en Kavango-groepen. Het is een manier om identiteit en status te tonen.
In de auto gaat het gesprek alle kanten op. Innocence vraagt waar onze vrouwen zijn. Hij vindt het maar vreemd dat we hier samen fietsen. Ons antwoord, dat zij geen zin hadden in weken fietsen door Namibië, vindt hij niet overtuigend. Zijn oplossing: gewoon een lokale vriendin nemen. Dat lijkt hem een stuk praktischer. Het gesprek dat volgt past in iets wat we de afgelopen dagen al vaker hebben gehoord van verschillende Namibiërs.
Relaties en gezinsstructuren worden hier anders ingevuld dan wij gewend zijn. Het is niet ongebruikelijk dat mannen meerdere relaties hebben, soms naast elkaar, soms na elkaar, met kinderen bij verschillende vrouwen. Tegelijkertijd wordt van vrouwen verwacht dat ze zelfstandig zijn en voor zichzelf kunnen zorgen. Onderhoudsverplichtingen zijn er wel voor kinderen, maar verder blijft het vaak praktisch en weinig ingewikkeld.

De grensrivier
We laten ons net buiten Rundu afzetten. Innocence wil de stad niet in. Te veel bekenden, zegt hij. Dan komt hij nooit meer weg vandaag. Wij zijn vooral blij dat we weer op de fiets zitten. Acht dagen niet gefietst. Dat voel je meteen. De camping ligt aan de rivier de Cubango, met uitzicht op Angola aan de overkant. ’s Avonds horen we krekels en bellfrogs. De overkant is volledig donker. Geen verlichting, geen zichtbare activiteit.
Er schijnt hier regelmatig een nijlpaard over de camping te lopen. Herman is een vaste gast. Zolang je afstand houdt, geen probleem. Dat klinkt geruststellend, maar met een kleine tent voelt het toch spannend. In het water zitten krokodillen. Door het hoge water zien we ze niet. Ik vraag of zwemmen een goed idee is. De eigenaar schat de overlevingskans op vijftig procent. We slaan de rivier over en kiezen voor de douche. Morgen weer fietsen, in een landschap dat niets meer lijkt op waar we vandaan komen.
4 comments
Kijk, zo ging het dus vandaag…..
Waarom staat de tent zo dicht bij het water…..???? komt er dan geen krokodil uit?????
Ze zeggen dat dekrokodillen nu genoeg ruimte hebben en dus niet naar onze tent op zoek zijn
Wat een prachtige kampplek!
Niet struikelen over Herman of een croci.
En snel specifieke lokale adviezen (mbt relatie en gezinsstructuur) weer uit je hoofd zetten 😉
Helaas geen herman of handtas op het droge. De dames hier hebben geen zin om een stukje te fietsen dus geen zorgen.