
Vanuit Tirana vlieg ik naar Tbilisi. Het avontuur op de Balkan zit erop, Bas en Maurits zijn naar huis, en vanaf hier ben ik alleen. Deze hele reis ga ik solo doen. Tbilisi is een bewust beginpunt: hier eindigde in 2010 mijn vorige fietsreis, en ik pak de draad op waar ik hem toen heb losgelaten. Vanaf hier gaat het oostwaarts, en als het loopt zoals ik hoop fiets ik door tot China. Het is even wennen aan het idee dat ik dat alleen ga doen, maar veel tijd om erbij stil te staan krijg ik niet, want zodra ik mijn fiets bij elkaar heb gezet en de tassen heb omgehangen, begint het echte werk.

Van het vliegveld naar de stad
Vijftien kilometer scheidt het vliegveld van mijn logeeradres, en het zijn geen prettige vijftien kilometers. Vrachtwagens razen vlak langs me heen. Auto’s snijden me af of toeteren dat ik opzij moet. Een harde wind blaast stof en gruis in mijn ogen, en het asfalt ligt vol gaten.
Ik slalom over de weg om de gaten te ontwijken, terwijl de vrachtwagens vlak langs me razen.
Tegen de tijd dat ik de binnenplaats van het guesthouse op rijd, ben ik vooral opgelucht. Het is een goedkope plek aan Khidistavi Street, vanuit Albanië geboekt via booking.com, op loopafstand van de oude stad. Ik word ontvangen met de Georgische hartelijkheid waar het land bekend om staat. Veel meer dan mijn bagage droppen doe ik niet, want het licht begint al te zakken en ik wil de stad in voordat het donker is.

Door de oude stad
Ik loop de oude stad in, door smalle straatjes waar de tijd twee kanten op lijkt te lopen. Veel van de oude houten huizen staan op instorten: het hout is grijs, de balkons hangen scheef, een wirwar van elektriciteitsdraden spant over de straat. Maar een deur verder wordt precies zo’n pand opnieuw opgetrokken en gestut, vaak met een terras ervoor. Op een poort staat in grote letters ART gespoten, voorlopig het enige wat er aan dat pand is opgeknapt.
Vanaf de rand van een park boven de rivier kijk ik uit over Tbilisi. De glazen Vredesbrug ligt over de Koera, een van de prestigeprojecten waarmee de stad zich na de Sovjettijd een modern gezicht gaf. Op de heuvel erachter steekt de tv-toren omhoog, en de zon verdwijnt achter de helling. Het is precies de moderne uitstraling die de stad zo graag wil laten zien, en die schuurt met de vervallen straatjes eronder.
Ik kom uit in een geplaveide straat vol restaurants. Slingers met lampjes hangen tussen de gevels, krijtborden prijzen Georgian Cuisine en shisha aan, en de terrassen vullen zich langzaam met toeristen, veel Russen. Een ober met een schort haast zich langs, een oudere man staart op zijn telefoon. Op een hoek hangt een kraam vol churchkhela, strengen noten in ingedikte druivenmost, boven kratten met granaatappels en watermeloenen.
Ik ga zitten aan een tafeltje en bestel. Alleen eten is wennen. Ik heb jarenlang met iemand aan tafel gezeten op dit soort reizen, en nu kijk ik vooral naar de mensen die voorbijlopen. Het went vast, neem ik me voor.
Op de terugweg is de Vredesbrug verlicht, een boog van staal en glas boven het donkere water, met auto’s die er onderdoor schuiven. Het is mijn eerste avond van de reis, ik ben moe van het reizen en het verkeer, maar de stad bevalt me. Morgen heb ik een hele dag om haar beter te bekijken.
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Georgië
Meer foto’s uit Georgië ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.
