Home EuropaGeorgiëKachetië: wijn, kloosters en de halfwoestijn van Davit Gareja

Kachetië: wijn, kloosters en de halfwoestijn van Davit Gareja

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Kachetië, de brede wijnstreek in het oosten van Georgië, is de tegenpool van de hoge bergen waar we vandaan komen. Vanuit Telavi, de hoofdplaats, maken we met onze gastheer voor zeventig lari een rondrit door de wijngaarden, want hier ligt het zwaartepunt van de Georgische wijnbouw. We bezoeken vier kloosters, Ikalto, Gremi, Nekresi en Alaverdi, met de typische Georgische kerkarchitectuur. Overal wordt druk gerenoveerd, wat de rust deels tenietdoet.

Glooiende wijngaarden in Kachetië bij zonsondergang met druivenranken en de besneeuwde Grote Kaukasus

Bij de kloosters staan enorme aardewerken kruiken, de qvevri, waarin vroeger de wijn werd bewaard.

Bij elke kerk slaat Floor een hoofddoek of een rok om, terwijl ik me met een lange broek red. Onderweg passeren we de plataan van Telavi, negenhonderd jaar oud en met een omtrek van ruim twaalf meter. We zitten midden in de droge tijd; het leidingwater is niet meer te drinken, maar aan koud bronwater uit de hoge Kaukasus is geen gebrek.

Een grottenklooster in de halfwoestijn

Voor de dagtocht naar Davit Gareja staan we om zes uur op. Het is ruim tweeënhalf uur rijden, eerst bijna terug naar Tbilisi, en zodra we naar het zuiden afslaan richting de grens met Azerbeidzjan wordt het landschap abrupt een halfwoestijn. In de laatste bomen langs de weg leven duizenden felgekleurde Europese bijeneters, een waas van kleur die langs de auto schiet. Het enige plaatsje is Udabno, vergane Sovjet-glorie, waar de grijze betonblokken nu hooi opslaan.

Davit Gareja gaat terug tot de zesde eeuw, toen een monnik de bewoonde wereld verruilde voor een leven in deze dorheid. In de eeuwen daarna groeide het uit tot het grootste kloostercomplex van de Kaukasus, met grotten verspreid over een straal van zo’n twintig kilometer.

De kamers en kapellen zijn uitgehouwen in het zachte zandsteen, met zitplaatsen uit de rots gehakt en uitzicht over de kale vlakte van Azerbeidzjan.

Vanaf het Lavra-klooster klimmen we in een lus naar de kam, langs oranje, rode en gele zandsteen die ons aan de MacDonnell Ranges in Australië doet denken. Boven liggen de Udabno-grotten met fresco’s uit de tiende tot twaalfde eeuw, overschreven met Sovjet-graffiti uit de tijd dat dit een militair oefenterrein was. We zijn er als enigen en blijven het langst.

Sighnaghi en de heilige Nino

De rit naar het ommuurde heuvelstadje Sighnaghi is een les in Georgisch rijden. De taxichauffeur zet een megamix uit 2002 op, en naarmate de housebeats harder gaan, scheuren we met honderdtwintig door de dorpen. Regels lijken hier nauwelijks te bestaan: je wordt zelfs uitgelachen als je je gordel omdoet.

Veel auto’s missen een voor- of achterbumper; soms is de hele voorkant weg, want een hek open je hier door er met de auto tegenaan te rijden.

Sighnaghi is helemaal opgepoetst tot toeristentrekker, met opgeknapte huizen met houten veranda’s uit de zeventiende tot negentiende eeuw. Het vreemde is dat de oude stadsmuur nog volledig intact is, maar dat er binnen die muur bijna geen huizen staan. Vanaf ons balkon kijken we uit over het brede, vlakke dal van de Alazani. ’s Avonds drinken we wijn bij een Georgiër die een jaar in de VS woonde en Mexicaans leerde koken; het gesprek gaat over de oorlog met Rusland in 2008, waardoor er in 2009 vrijwel geen toeristen waren. Volgens hem heeft Rusland die oorlog uitgelokt om Georgië als onveilig land neer te zetten, al voegt hij eraan toe dat de grote mogendheden dat allemaal doen, de een onder de vlag van veiligheid, de ander onder die van democratie.

Bij het Bodbe-klooster, gewijd aan de heilige Nino die Georgië in de vierde eeuw kerstende, is het druk met Georgiërs die zich acht­honderd meter lager in witte gewaden onderdompelen in haar bron. Daarna verhuizen we naar Lagodekhi, aan de voet van de oostelijke Kaukasus, waar het nationale park vooral een druk recreatiebos blijkt: half Lagodekhi barbecuet er, en het plastic en de bierflessen blijven liggen. De mooiste wandeling is juist de stille, naar een kleine waterval door een uitgestorven, mosgroen bos, waar we niemand tegenkomen en nauwelijks afval ligt.

Praktische informatie

Hoe er komen: Kachetië is vanuit Tbilisi bereikbaar met de marsjroetka of een gedeelde taxi (ongeveer twee uur naar Telavi). Davit Gareja ligt afgelegen en is het handigst als dagtocht met een gehuurde auto of chauffeur. Tussen Telavi, Sighnaghi en Lagodekhi rijden marsjroetka’s en gedeelde taxi’s.

Slapen: Homestays en appartementen in Telavi, Sighnaghi en Lagodekhi, in 2010 rond de 35 tot 40 lari (ca. €18 tot €20) per persoon inclusief maaltijden.

Eten: Volop wijn en chacha uit de streek, khinkali en groentegerechten. Homestays serveren doorgaans halfpension uit eigen tuin.

Beste reistijd: Voorjaar en vroege herfst zijn het aangenaamst; de zomer is heet en droog, met de druivenoogst in september en oktober. Davit Gareja is in de zomer snikheet en schaduwloos.

Nog weten: Bij kloosters gelden kledingregels: bedekte schouders en een rok of hoofddoek voor vrouwen, een lange broek voor mannen. Bij Davit Gareja loopt de grens met Azerbeidzjan over de kam; de toegang tot de hoger gelegen grotten kan beperkt zijn.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Advertentie

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie