
Uit het reisverslag van de grote reis, januari–februari 2007. Geschreven onderweg, in de woorden van mijn toenmalige ik: bijna twee jaar onderweg, uitgereisd en tot rust gekomen.
Na de ziekenhuisepisode in Trat hebben we vooral rust nodig, en geen toeristendrukte. Koh Chang, het grote partyeiland verderop, valt daarmee meteen af, net als Ko Tao en Ko Phangan, waar we een jaar eerder in de regen zaten. Uit een paar folders komt Koh Kut naar voren, het zuidelijkste eiland van de groep, en daar gaan we heen, met lage verwachtingen, want die azuurblauwe fotostranden blijken meestal marketing. De speedboot vanaf Trat kost 550 baht per persoon en doet er via Koh Mak een klein uur over.

Het perfecte tropische eiland, eindelijk
En dan blijkt het toch te bestaan. Een Thaise familie heeft zeven bungalows tweehonderd meter van het strand, achter een kokosplantage, en wij krijgen er een voor 300 baht per dag. Het zand van ons strand piept onder je voeten, het water is zo helder dat je de bodem meters lager ziet, en het is verreweg het schoonste strand van het eiland. Na twee jaar reizen hebben we ons tropische paradijsje eindelijk gevonden.
Wat volgt is een reeks dagen die zo op elkaar lijken dat ik in het dagboek de datums niet meer bijhoud. We slapen asociaal uit, ontbijten met gebakken eieren, al krijgt Floor telkens een omelet als ze om eieren vraagt, same same but different, en dan is het zwemmen, snorkelen, kanoën, lezen en hangen in de hangmat. Ik kano door de mangroven, waar het volmaakt stil is en het water een spiegel, en huur een keer een motor om het eiland rond te rijden, over een pad dat half is weggeslagen negen meter boven zee, naar een vissersdorp op palen aan de ruige oostkant, waar de netten met levende vis in het water hangen. Aan de andere kant lopen de paadjes de jungle in, tot ik in korte broek iets langs mijn been voel en net een slang zie wegglippen.
Ik lig in mijn hangmat, dus ik ben.
Het eten is een hoogtepunt op zich. Papa gaat naar de vismarkt in het vissersdorp en ’s avonds staat er barracuda in knoflook-pepersaus op tafel, weggespoeld met een paar blikjes Chang. Ik leer speervissen van Ben, een Engelse duikmeester met een verleden dat hij hier goed kwijt kan, en na veel missen brengen we een kleine parrotfish mee die de familie voor ons klaarmaakt. De beste snorkeldag van mijn leven is een tochtje naar het eilandje midden in de baai, waar het zicht dertig meter is en ik boven een koraaltuin zweef die in alle richtingen doorloopt, met vissen in de kleuren van een prent van Escher.

Uitgereisd, en al met een oog op thuis
We zijn met een man of acht die hier langere tijd zitten, en zoals dat gaat op zo’n plek heeft iedereen wel een verleden. Het is gezellig, maar men laat elkaar vrij. Af en toe koken we zelf: een Duitser sleept vijf kilo rundvlees uit Trat mee voor een pot goulash, een andere avond gaat er black Thai chicken op de barbecue. De familie weigert stelselmatig mee te eten en vindt ons ronduit geschift, want waarom zou je zelf koken als zij het kunnen doen. Op een avond met te veel aangespoeld wrakhout op het strand stoken we een groot vuur, iemand zet techno op zijn laptop, en zo hebben we onze eigen beach party.
De geplande paar dagen worden een week, dan twee, dan vijf. Halverwege moeten we voor de Thaise visumverlenging nog één keer twintig minuten de grens met Cambodja over en weer terug naar Trat, wat ons snel zestig euro kost, geld door de plee. Als we daarna terugvaren naar Koh Kut, voelt dat als thuiskomen. Ondertussen dringt door dat we uitgereisd zijn: het steeds nieuwe indrukken verwerken gaat je op den duur niet in de koude kleren zitten, en dit is de eerste plek in twee jaar waar we echt niets hoeven. We rekenen uit dat we de laatste drie maanden geen tweeduizend euro hebben uitgegeven, en bedenken hardop dat werk straks minder van ons leven mag opeisen dan voor we vertrokken. Na vijf weken is het toch afgelopen: de reis komt in zicht, en dat is een ander verhaal.
Praktische informatie
Route en tijd. Trat – (boot via Koh Mak) – Koh Kut, eind januari tot eind februari 2007, vijf weken. Aansluitend op de ziekenhuisepisode in Cambodja en Trat.
Hoe er komen. Boten vertrekken vanaf de vastelandpieren bij Trat (Laem Sok); de snelboot is duurder en sneller dan de gewone boot en doet vaak Koh Mak aan. In het laagseizoen (regentijd, ongeveer mei tot oktober) sluiten veel accommodaties.
Slapen en eten. Koh Kut is rustig en weinig ontwikkeld, met familiebungalows en resorts; destijds een simpele bungalow voor zo’n 300 baht per dag. Verse vis is er volop; op sommige plekken kun je zelf koken. Neem contant geld mee, de voorzieningen zijn beperkt.
Nog weten. Het is een afgelegen, stil eiland zonder uitgaanscultuur, ideaal om tot rust te komen. Let op zandvliegen: krab de bulten niet open, want wondjes infecteren in dit vochtige klimaat snel.
Plan je reis
- Overnachten in Thailand: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Thailand: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in en rond Koh Kut: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Thailand
Meer foto’s uit Thailand ›


Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Thailand ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Thailand ›
De reis komt ten einde: Bangkok en terug naar Nederland20 maart 2007
Terug in Nederland: koud, stil en meteen weer in het systeem12 maart 2007
Ziek in Cambodja: een mislukt plan en een ziekenhuis in Thailand20 februari 2007Plan je eigen reis door Thailand
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.