Home AziëOezbekistanOezbekistan | Gouden tanden in Pepsistan

Oezbekistan | Gouden tanden in Pepsistan

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Oezbeekse vrouwen in kleurrijke jurken wandelen tussen de betegelde tombes in Samarkand
Uzbek women in their colorful dresses are walking between the tiled tombs in SamarakandAlle foto’s uit Oezbekistan ›

Mijn eerste dagen in Oezbekistan had ik me anders voorgesteld. Na vijf dagen bikkelen om Turkmenistan binnen de tijd door te komen, ben ik er wel aan toe om mezelf in Buchara even in de watten te leggen. Lekker eten, een goed bed om in te slapen, verfrissende drankjes op een terras en een beetje rondstruinen door de historische stad. Een groot glas koud bier staat al dagen aan de horizon te stralen. Ik kan er bijna bij, maar dan slaat het noodlot toe. Mijn buik begint funny te doen en ik ben plotseling zo slap als een vaatdoek. Foute boel, denk ik. Ik heb een hotel nodig en snel. Buchara ga ik echt niet halen.

Wat het is geweest zal ik nooit zeker weten, maar ik heb wel een vermoeden. Vlak voor de grens ontmoette ik een Belg met een groene overlandtruck, die aan de overkant koffie voor ons zette in zijn cabine. Ik zag het bezinksel in het water staan en ik zag dat het niet gekookt was, en ik dronk het toch, omdat ik niet moeilijk wilde doen. Beleefdheid is soms duur.

Ik voel me belabberd, maar er is tenminste een motel, waar ik de volgende twaalf uur meer op het toilet dan in het comfortabele bed doorbreng. De volgende dag lift ik naar Buchara, waar ik mezelf trakteer op een fijn hotel om bij te komen van al mijn avonturen en de uitputtingsslag die Turkmenistan toch wel was.

Die lift is meteen mijn eerste echte kennismaking met dit land. Fietsen lukt niet, dus ik sta bij een benzinestation te proberen iemand aan te houden, wat niet werkt. Dan ziet de eigenaar van de pomp hoe ik erbij sta, loopt de weg op en houdt een auto voor me aan. Twee mannen van in de dertig, een mooie Lada, weinig woorden. Mijn fiets gaat op het dak, ik achterin, en ze zetten me vijftig kilometer verderop netjes voor de deur af. Betalen willen ze niet. Een paar dagen eerder werd ik nog beboet door twee mannen in een auto zonder kenteken, en hier tilt een vreemde mijn fiets op zijn dak.

De oude stad van Buchara staat vol blauwbekoepelde medresses en moskeeën. Foto: Jeroen Kleiberg

Gouden tanden

Met enige vertraging volgt dan toch het grote glas koud bier waar ik zo naar verlangde. Het signaal dat het weer goed met me gaat. Het leven straalt me weer tegemoet. Net als de gouden tanden van de goedlachse Oezbeken.

Tanden vallen hier als rijpe kersen uit. Zou het komen door alle mierzoete drankjes? Het straatbeeld wordt gedomineerd door Pepsi. In een restaurant kan ik kiezen tussen een Pepsi of een minstens zo zoete Mirinda. Kleine flesjes of een blikje doen ze hier niet aan. Bestel ik een Pepsi, dan komt er een anderhalve liter fles op tafel te staan. Wat je niet opdrinkt, neem je mee. Met twee van die flessen per dag vallen je tanden vanzelf wel uit.

Ik vind het wel een mooi beeld: die stralend lachende vrouwen, met hun volledig vergulde voortanden in hun blauwe, gele en rode jurken. Oezbeken zijn kleurrijker dan het land waarin ze leven. Een groot deel van het land is woestijn: vlak, dor en bruin. Alleen de oude irrigatiesystemen, ooit opgezet in Sovjettijd en deels nog gebaseerd op veel oudere kanalen, zorgen her en der voor stroken vruchtbare landbouwgrond. Hier wordt katoen verbouwd, dé cash crop van het land, met de hand geplukt door mannen en vrouwen in gewaden en petten. Tot voor kort werden er in het plukseizoen ook scholieren, leraren en ambtenaren voor opgetrommeld; volgens de Internationale Arbeidsorganisatie is dat sinds 2017 grotendeels afgebouwd.

Bleak Uzbekistan
De Oezbeken zijn kleurrijker dan het land waarin ze leven. Foto: Jeroen Kleiberg

De waterbron voor al dat groen? De Amu Darja en de Syr Darja, rivieren die ooit de Aralzee voedden, totdat de Sovjetplanners besloten dat katoen belangrijker was dan zeeën. Het resultaat: sappige meloenen in de woestijn, en een binnenzee die nu vooral op een maanlandschap lijkt. Voor een fietser voelt het als fietsen door een eco-paradox: eerst uren stofhappen, dan ineens tussen de meloenstalletjes en het frisse groen. En een eind verderop weer iets anders: in de droge dorpen tussen Qarshi en Shakhrisabz staan blauwe tankwagens bij een pomppunt, want daar komt het drinkwater niet uit de kraan maar per vrachtwagen. Waterschaarste die je gewoon langs de weg ziet staan.

De Oezbeken zijn kleurrijker dan het land waarin ze leven

De mannen rijden rond op hun rode tractor, terwijl de vrouwen in hun gekleurde gewaden het onkruid wieden. Vrolijk word ik toegezwaaid als ik passeer. Mijn salom wordt steevast begroet met een brede lach. Kinderen proberen mij op hun Chinese fiets bij te houden, terwijl we vrolijk babbelen in een mix van Engels en Russisch.

Wat me pas na een paar dagen opvalt, is wie er níet zijn. In de dorpen zie je opvallend weinig mannen tussen de twintig en de vijftig. Die zitten in het buitenland te werken, ruim twee miljoen van hen en de meesten in Rusland, en het geld dat ze naar huis sturen houdt hier een flink deel van de economie draaiende. In een guesthouse onderweg is de gastvrouw er heel duidelijk over: haar man werkt daar, en van wat hij overmaakt is dit huis opgeknapt en tot hotel gemaakt. Zij runt het.

Ik passeer door ezels voortgetrokken karren en blauwe trucks met hoog opgestapelde geeloranje balen hooi. Langs de weg worden meloenen en goudgele appels verkocht. In de woestijn wordt her en der gefermenteerde kamelenmelk aangeboden, dat bruist als spa rood. In de plaatsjes die ik passeer is het kebab dat de klok slaat. Maar ook is er somsa: in een steenoven gegaarde vleespasteitjes. Nog beter is de lagman (noodle soep), wat betekent dat ik in de buurt van China kom.

Langs de weg wordt van alles verkocht. Foto: Jeroen Kleiberg

Buchara, Shakhrisabz en Samarkand

Oezbekistan is een behoorlijk saai land om doorheen te fietsen. Het landschap is minimaal zo eentonig als in Turkmenistan. Het zijn de steden die hier de show stelen. Buchara en Samarkand behoren tot de beroemdste steden langs de Zijderoute, ooit kruispunten van karavanen, kennis en culturen.

Buchara was eeuwenlang een centrum van islamitisch leren. De stad kende tientallen medresses en moskeeën, waarvan de meeste tegenwoordig prachtig gerestaureerd zijn. In de Sovjettijd werden religieuze gebouwen grotendeels gesloten of herbestemd: moskeeën werden opslagplaatsen, medresses werden musea. Veel geloof verdween ondergronds, maar bleef leven in huizen en harten.

Sinds de onafhankelijkheid is er sprake van een religieuze revival, al is die voorzichtig. De overheid houdt de moskeeën nauwlettend in de gaten en benoemt zelf de imams. In steden als Buchara zie je het resultaat: schitterende medresses waar geen les meer wordt gegeven, maar wel souvenirs worden verkocht. Religie als erfgoed, met een randje folklore.

De smalle straten zijn gevuld met karakteristieke koppen, tapijtwinkels en traditionele jurken. De laatste jaren is Buchara grondig gerenoveerd en voorzien van tientallen hotels, wat helaas ook betekent dat de rauwe randjes zijn verdwenen. Alles is net een beetje te netjes geworden, alsof de stad zichzelf in een ansichtkaart heeft veranderd. Ik was hier vijf jaar eerder ook, en toen kon je nog gewoon een ruïne in lopen en werd je door de beheerder naar het dak van een moskee gewenkt. Dat is voorbij.

Tussen die twee beroemde steden in ligt Shakhrisabz, en dat is de omweg waard. Vlak bij deze stad werd in 1336 Timur geboren, in het Westen bekend als Tamerlane, de veroveraar die vanuit Samarkand heerste over Centraal-Azië en Perzië en wiens veldtochten reikten van Anatolië tot in Noord-India, en die tegelijk de kunst en wetenschap van zijn tijd financierde. Van zijn zomerpaleis staan alleen de twee gebroken toegangspylonen nog overeind, tientallen meters hoog boven de gewone woonhuizen. Dat hij hier zo prominent is, gaat over vandaag: een land dat in 1991 zelfstandig werd had een held van vóór Moskou nodig, en waar eerst Lenin stond, staat nu Timur. Voor het park met zijn standbeeld en zijn lantaarnrijen is wel een groot deel van de historische wijken rond het monument gesloopt, wat de stad in 2016 een plek opleverde op de UNESCO-lijst van bedreigd erfgoed. Twee straten verderop houdt het decor op en begint het gewone, stoffige stadje, en dat is eerlijk gezegd het interessantste stuk.

Shah-i-Zinda necropolis in Samarkand
De kleurrijke vrouwen van Samarkand. Foto: Jeroen Kleiberg

Ook Samarkand heeft de nodige aandacht gehad, maar blijft indrukwekkend. Nog steeds zijn er weinig plekken zo magisch als het Registan in het vroege avondlicht. Dit grote plein, met aan drie zijden een volledig betegelde medresse, is als een levend decorstuk uit een sprookje. De blauwe tegels reflecteren het laatste zonlicht, en zodra de avond valt, worden de gebouwen feeëriek verlicht.

Na zes uur ’s avonds is het plein afgesloten voor het publiek. Agenten in groene uniformen handhaven de regels en spekken hun eigen portemonnee. Fluisterend komt er een groen mannetje naar me toe als ik met mijn statief sta te fotograferen. Voor drie dollar kan ik in alle rust de medresses bekijken en voor een paar dollar meer mag ik de minaret beklimmen. De prijzen zijn onderhandelbaar. Hij is een beetje huiverig voor zijn baas. Niet omdat hij bang is betrapt te worden, maar omdat hij te weinig bijverdient.

Het Registan in Samarkand
Het Registan in Samarkand. Foto: Jeroen Kleiberg

Tussen verleden en Pepsi

Oezbekistan voelt als een land gevangen tussen eeuwenoude pracht en post-Sovjet realiteit. Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 werd Oezbekistan zelfstandig, maar de onafhankelijkheid was vooral politiek: het systeem bleef in veel opzichten hetzelfde. Islam Karimov regeerde het land met harde hand tot zijn dood in 2016, met censuur, persoonsverheerlijking en een economie die vooral draaide op katoen en controle.

Dat systeem merk ik zelf het duidelijkst aan iets kleins. Wildkamperen is hier geen reële optie; je moet je om de paar nachten in een gecertificeerd hotel laten registreren, en daar krijg je een briefje van. Het verhaal gaat dat ze bij de uitreis worden gecontroleerd, dus ik bewaar ze allemaal, en mijn route voegt zich naar de plaatsen waar een hotel staat in plaats van naar het landschap. Aan de grens wil er vervolgens niemand naar kijken.

Pas sinds zijn opvolger, Mirziyoyev, is er langzaam ruimte ontstaan voor hervormingen, internationale samenwerking en voorzichtig toerisme. Voor mij als fietser betekent dat: steeds minder politieposten die je paspoort willen zien, en steeds meer mensen die gewoon nieuwsgierig zijn waarom je in vredesnaam vrijwillig in deze hitte aan het fietsen bent.

Dat alles drink ik weg met mijn grote fles Pepsi, terwijl de zon zakt achter een rij blauwe koepels. Mijn fiets staat tegen de muur van een oude caravanserai, en ik heb geen idee waar ik morgen slaap. Maar mijn maag voelt weer oké, mijn benen zijn sterk, en de gouden tanden van de voorbijlopende vrouw blinken me schitterend tegemoet.

Jeroen Kleiberg

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Oezbekistan ›

Waar dit verhaal ligt

Plan je eigen reis door Oezbekistan

De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.

Naar de reisgids Oezbekistan ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Zonder advertenties

Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Laat een bericht achter


Meer inspiratie