Bangkok is een stad waar we ons niet thuis voelen: groot, chaotisch, en zo uitgestrekt dat het uren duurt om er weer uit te komen. We vertrekken ’s ochtends vroeg uit het hotel en zijn uren later pas de stad uit. Het is het schoolvoorbeeld van hoe het niet moet, onoverzichtelijk tot en met. We doen wat we moeten doen, waaronder het regelen van de doorreis, en zoeken verder het aangenamere achterland op. Bangkok laten we graag achter ons.
We vertrekken om acht uur uit het hotel en zijn pas rond kwart over elf de stad uit.
Een salade die terugvecht
Kort daarna zitten we in het veel prettigere Trat, dicht bij de Cambodjaanse grens, met het plan om door te reizen naar Cambodja. Ik was even vergeten hoe heet de Thaise keuken kan zijn: een spicy salade met inktvis zet me zo in brand dat ik er hartkloppingen van krijg, waarmee vermoedelijk ook alle bacteriën uit Bangkok zijn afgevoerd. Floor leest in de krant dat in de zuidelijke provincies de noodtoestand geldt, precies het gebied waar we net doorheen kwamen. We halen onze schouders op en kijken vooruit, naar de grens die vlakbij ligt.
In deze serie: Terug door Zuidoost-Azië
- 21. Door Kelantan naar Kota Bharu
- 22. Afscheid in Kota Bharu, de grens over
- 23. Bangkok, chaos op zichzelf
- 24. De grens over naar Krong Koh Kong
- 25. De boot die halverwege een gat kreeg
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.