
Tussen Seoul en de zuidkust ligt een strook nationale parken die door buitenlandse reizigers zelden wordt aangedaan. Songnisan, Sobaeksan en Woraksan liggen dicht bij elkaar in de provincies Chungcheongbuk-do en Gyeongsangbuk-do, in het bergachtige midden van het land, en ze delen hetzelfde karakter: beboste valleien, granieten kammen, oude tempels en een padennetwerk dat vrijwel volledig uit trappen bestaat.
Ze zijn ook lastiger te bereiken dan de bekende parken. Er rijden bussen naar de toegangsdorpen, maar de frequentie is laag en de aansluitingen zijn schaars. Wie geen auto heeft, kiest doorgaans een standplaats vlak bij de parkingang en accepteert dat een dagtocht naar twee parken niet werkt.
Songnisan en de tempel Beopjusa
Songnisan is het bekendste van de drie, en dat komt door de tempel bij de ingang. Beopjusa is gesticht in 553 en behoort tot de oudste tempelcomplexen van het land. Het bezit een houten pagode van vijf verdiepingen, een zeldzaamheid in Korea waar de meeste pagodes van steen zijn, en een verguld Boeddhabeeld van 33 meter hoog dat pas in de jaren negentig werd voltooid.
De hoofdroute naar de top van de Munjangdae, met 1.054 meter het hoogste punt, is druk. Wie er een zijpad afslaat, heeft de valleien vrijwel voor zichzelf: dichtbegroeid, stil, met hier en daar een wandelaar die in hoog tempo voorbijkomt.
Sobaeksan
Sobaeksan ligt noordelijker, op de grens van twee provincies, en heeft een opener karakter. De kammen zijn breed en grotendeels boomloos, wat panoramische uitzichten oplevert die in de meer beboste parken ontbreken. De hooggelegen weiden staan in het late voorjaar vol royazalea, wat het park in mei zijn drukste weken bezorgt. In de winter is het een van de koudste plekken van het land, met veel wind op de kam.
Aan de zuidflank ligt het Sobaeksan-observatorium, en aan de noordkant loopt het park over in het landschap rond Danyang.
Woraksan
Woraksan is het ruigste van de drie en het minst bezocht. Steile kliffen, smalle richels langs de flanken en dennenbossen die over de rotsen groeien. De paden zijn hier het duidelijkst wat ze in heel Korea zijn: eindeloze reeksen treden, soms honderden achter elkaar, afgewisseld met stalen trappen die tegen de rotswand hangen. De hoogste top haalt 1.097 meter.
Het park dankt zijn naam aan de maan die volgens de overlevering tussen de pieken opkomt. Praktisch relevanter is dat het aan het stuwmeer van Chungju grenst, waardoor de toegangswegen langs het water lopen en er veerverbindingen zijn.
In deze parken kom je op een doordeweekse ochtend nauwelijks een buitenlander tegen, en de wandelaars die je passeren begroeten je zonder uitzondering, meestal terwijl ze je inhalen.
Plan je reis
- Overnachten in Zuid-Korea: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Zuid-Korea: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Zuid-Korea: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Zuid-Korea
Meer foto’s uit Zuid-Korea ›




Verder in de reisgids Zuid-Korea
Alle gidsartikelen ›Introductie en plaatsen
Achtergrond
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.