De kwaliteit van de campings in Namibië is hoog. Op het traject van hier tot Sesfontein, zo’n 270 kilometer, zijn ze ook noodzakelijk. Het zijn de plekken waar je water kunt krijgen en soms iets kunt eten.
De plaatsen die op de kaart staan, blijken in werkelijkheid vaak niet meer dan een kruispunt van gravelwegen met een paar hutjes. Voor voorzieningen moet je daar niet op rekenen.
Met Tracks4Africa kunnen we gelukkig zien waar campings liggen en of er water of eten is. Die app vormt inmiddels de basis van onze dagplanning.

Op weg naar Twyfelfontein
Vandaag fietsen we naar Twyfelfontein. Ongeveer 50 kilometer. We hebben gehoord dat er een asfaltweg ligt. Dat klinkt onwaarschijnlijk. We zitten midden in nergens, waarom zou hier asfalt liggen? Met de wind in de rug rijden we over een zanderige wasbordweg. De savanne is open en overzichtelijk. Mooi, maar leeg. Een paar springbokken, verder niets.
Voor ons verschijnt een bergachtig gebied dat er van een afstand bijna prehistorisch uitziet. We komen van hoger en kijken de laagte in. Het landschap staat vol met roodbruine rotsformaties die als blokken op elkaar lijken gestapeld. In de verte doen sommige vormen denken aan trappen en lagen, een beetje zoals de tempelstructuren die ik eerder in Midden-Amerika zag.
Dit is Twyfelfontein. Geen bergen in de klassieke zin, maar geërodeerde zandsteenformaties die door miljoenen jaren wind en water zijn uitgesleten. Het gebied is vooral bekend om zijn rotstekeningen, die duizenden jaren oud zijn en op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan. Daarom is dit een van de belangrijkste toeristische plekken van Namibië.

Een weg die er niet hoort te zijn
En dan ligt hij er echt. Een asfaltweg. Strak, zwart en nieuw. Midden in dit landschap. Het voelt als een vergissing. De weg slingert langzaam naar beneden door het gebied van roodbruine rotsformaties. Het landschap doet denken aan trappen en lagen, alsof het ooit in blokken is opgebouwd.
Langs de weg zien we een vrouw lopen. Op blote voeten, over het hete asfalt. Haar kleding en kapsel doen denken aan de Himba, al leven die vooral verder naar het noorden. Ze loopt in een stevig tempo. We zeggen gedag. Ze spreekt geen Engels, maar we wisselen een glimlach.
Iets verderop staat een groep vrouwen te zingen en te dansen. Ze proberen ons mee te krijgen naar een toeristisch Himba-dorp. Het voelt ongemakkelijk. We fietsen door.
Bij de afslag naar Twyfelfontein stopt het asfalt net zo abrupt als het begon. Het blijft vreemd dat dit stuk geasfalteerd is. Waarschijnlijk alleen vanwege de toeristische waarde van het gebied. De rest van de route blijft gewoon gravel en wasbord.

Groen, maar geen dieren
Het landschap is opvallend groen. Het gras is gelig, maar de bomen hebben frisse bladeren. Alsof het recent heeft geregend.
Na Twyfelfontein verandert het landschap opnieuw. De berm staat vol bloemen. Grassen bewegen in de wind. Het is onverwacht mooi.
Maar opnieuw: geen dieren. Dit landschap vraagt erom. Giraffen, olifanten, zebra’s. Maar ze zijn er niet.
We komen aan op een camping die volledig door locals wordt gerund. Geen witte manager, maar een groep enthousiaste mensen die hier hun inkomen verdienen met de camping en met tours om olifanten en neushoorns te zoeken. Hier horen we een ander verhaal.
In dit gebied heeft het al zeker drie jaar niet echt geregend. Af en toe een buitje, maar niet genoeg om het een regenseizoen te noemen. Tegelijkertijd is het noorden van Namibië juist uitzonderlijk nat, met overstromingen en veel water. In een land zonder hekken betekent dat iets belangrijks: dieren verplaatsen zich. Ze gaan naar plekken waar water en voedsel beschikbaar zijn.
Dat verklaart waarom wij hier zo weinig zien. De dieren zijn er wel, maar niet hier. Morgen zou dat anders moeten zijn. Er is ons beloofd dat we olifanten gaan zien.