
Het is vreemd dat we net te horen hebben gekregen dat het hier al jaren niet serieus heeft geregend, terwijl we vannacht halsoverkop de buitentent over de binnentent trekken. Van drie kanten worden we ingesloten door donkere wolken, windstoten en regen, en de hele nacht trekken kleine buien over ons heen. We zijn vertrokken uit Twyfelfontein en hebben ruim zevenhonderd meter geklommen naar een kale steen- en kiezelwoestijn, waar we midden in het niets nog net een vlak stuk grond voor de tent vonden. De volgende ochtend rijden we tegen de wind in, en de regen heeft de weg veranderd in een zompige massa waarin we wegzakken.
Regen en giraffen naar Palmwag
Boven op de pas, op ruim twaalfhonderd meter, staan we koud en half doorweekt stil. Voor ons ziet het lichter uit. We rijden de Palmwag-regio in: van open woestijn naar een ruiger landschap met meer reliëf, meer vegetatie en, door rivieren en ondergrondse waterstromen, ook meer wild. De afdaling gaat snel, het slechte weer blijft achter ons, en langs de tafelbergen hangen slierten water als tijdelijke watervallen. Maurits fietst voor me, ik scan automatisch de omgeving.
Dan zie ik een vreemd gevormde boom. “Stop, Maurits.” Geen boom. Een giraffe.
Vlak naast de weg, en niet één maar drie. Al fietsend een giraffe tegenkomen stond al een tijdje op mijn lijst; blijkbaar moet je daar eerst flink nat voor worden. In Palmwag proberen we onze voorraden aan te vullen, want daarna is het honderdtien kilometer tot Sesfontein. De eerste winkel lijkt op een gevangenis: klant en eigenaar zijn door tralies gescheiden en de producten liggen buiten bereik. Voor de deur zitten een paar vrouwen te praten in een kliktaal en hangen wat kinderen rond. We hebben geen cola nodig, maar kopen toch een fles, meer om iets bij te dragen dan uit noodzaak, en geven het grootste deel met een zakje chips aan de kinderen. Op de lodge van Palmwag is intussen alles beschikbaar: een winkel met producten die voor de lokale bewoners onbereikbaar zijn en een restaurant met gerechten die hier in de omgeving simpelweg niet bestaan. De meeste toeristen bewegen van lodge naar lodge in een afgesloten terreinwagen, rijden langs de hutten van de bewoners en stoppen niet, zelfs niet voor twee bezwete fietsers langs de weg.
De neushoorns van Palmwag
Namibië is de thuisbasis van ’s werelds grootste vrij rondlopende populatie zwarte neushoorns, en een belangrijk deel daarvan leeft in het noordwesten. De Palmwag-concessie, een niet omheind gebied van ongeveer vijfenvijftighonderd vierkante kilometer, speelt daarin een cruciale rol: dieren bewegen er vrij, maar worden actief beschermd door lokale conservancies en rangers, een systeem waarin gemeenschappen het beheer van het wild op hun eigen grond in handen krijgen. Wij kamperen aan de rand van dit gebied en schrijven ons in voor een rhino tracking, een tocht met een terreinwagen en een lokale ranger. De wekker gaat om vijf uur; de lodge is volledig op dit ritme ingericht. De safari kost bijna N$4.000 per persoon, zo’n €200.
Tegen het eerste licht staan we op een heuveltop met uitzicht over een uitgestrekt landschap van zachte groentinten en roodbruine rotsen. Het doet denken aan het moment waarop in Jurassic Park die verloren wereld zichtbaar wordt, alleen ontbreken de dinosaurussen, al betrap ik mezelf erop dat ik toch even zoek. De ranger zoekt naar sporen: pootafdrukken, verse mest, afgebroken takken. Urenlang rijden we over tracks die op geen enkele kaart staan, en dan stopt hij. In een brede vallei staat het dier, half verscholen in de struiken. Waar de olifanten van Twyfelfontein onaangedaan bleven, is de neushoorn duidelijk alerter: hij beweegt nerveus, draait zijn kop, hoort en ruikt ons maar kan ons met zijn slechte zicht niet plaatsen. De hoorn is verwijderd om stroperij te voorkomen. Dat ziet er onnatuurlijk uit, maar zonder die maatregel zou dit dier er waarschijnlijk niet meer zijn.
Je bent hier om te kijken, maar tegelijkertijd ben je de verstoring.
Het geld dat we betalen gaat deels naar de bescherming van de dieren en het gebied, en naar de ranger, die opgroeide op een geitenboerderij in de streek en daar leerde sporen lezen. Hij doet dit werk al tien jaar en noemt het zonder aarzelen zijn droombaan. Als ik vraag of de neushoorns hem herkennen, antwoordt hij een beetje verdrietig dat hij heel veel van ze houdt, maar dat de liefde niet wederzijds is.
Een land waar niets groeit en toch mensen wonen
De etappe richting Sesfontein voert door gebied waar wordt afgeraden zomaar in de bush te kamperen vanwege de leeuwen. De regen van de nacht knaagt, maar ’s ochtends is het droog, al is het extreem vochtig en loopt het zweet meteen. De eerste kilometers gaan omhoog naar een pas van bijna twaalfhonderd meter, met diepe stroomgeulen die de weg steeds opnieuw doorsnijden. Na zevenhonderd meter klimmen wordt het landschap rotsiger; de valleivloer ligt vol ronde en hoekige keien, en onder de stenen ligt nog een laag stenen, en daaronder nog een. Hier groeit niets. En toch staat er af en toe een hutje.
Mensen wonen hier. Dat maakt misschien nog wel meer indruk dan het landschap zelf.
De dieren laten zich nu wel zien. Bergzebra’s met jongen staan stil en kijken ons aan, een paar seconden wederzijds aftasten, waarna hun instinct het wint en ze in draf tussen de rotsen verdwijnen. Verderop verschijnen meer struiken en bomen en grote groepen springbokken verspreid over de vlakte. Als amateurbioloog trek ik een simpele conclusie: waar prooidieren zijn, zijn roofdieren meestal niet ver weg. Rondom bouwen de onweerswolken zich op, zwarte massa’s schuiven over het land en boven de bergen groeien wolken torenhoog uit. In dit open gebied zie je regen van ver aankomen, als een donkere sluier die uit de lucht hangt. De finish ligt in een kloof met steile roodbruine wanden en onderin een rivier met snel stromend, chocoladebruin water. Bij aankomst krijgen we een waarschuwing: blijf uit de buurt van de rivier, want door regen verderop kan het niveau in korte tijd meters stijgen. Terwijl we de laatste haring de grond in slaan, barst het noodweer los, de eerste serieuze bui van het seizoen.
Door leeuwengebied naar Opuwo
Opuwo ligt nog honderdzestig kilometer verderop, met meerdere beklimmingen en een hoogste punt van bijna zeventienhonderd meter, te veel voor één dag. In Warmquelle vinden we een kleine winkel en kopen genoeg om de dag door te komen, terwijl buiten een groep mensen toekijkt naar wat we inslaan.
Voor ons zijn het kleine bedragen, maar hier vertegenwoordigt het waarschijnlijk een flink deel van een weekinkomen.
De vallei wordt doorsneden door talloze droge rivierbeddingen: steeds kort afdalen en er weer uit klimmen. Tussen de struiken duiken opnieuw giraffen op. We hopen op olifanten of leeuwen, die hier allebei vrij leven; sinds de Brandberg hebben we geen hek meer gezien. Met olifanten kunnen de dorpen omgaan, wordt ons verteld, maar het zijn de leeuwen die problemen geven, want geiten, schapen en koeien zijn eenvoudige prooi. Vandaag blijft het bij steenbokken, giraffen en springbokken. Het grootste deel van de dag klimmen we, in totaal zo’n veertienhonderd hoogtemeters, door een luchtvochtigheid die het fietsen in een sauna verandert. We vertrekken met vierenhalve liter water per persoon; na de pas redt een simpele schuur met een stroomkabel en een koelkast ons met anderhalveliterflessen Fanta en cassis. In totaal gaat er zeven liter per persoon doorheen. De laatste twintig kilometer houden we het onweer net voor, wat belangrijk is: regen maakt van de harde lemen weg binnen minuten een kleverige massa. Camping Aussicht blijkt meer te bieden dan een waterpunt: uitzicht over groene heuvels en, omdat er verder niemand is, een spontane upgrade naar een kamer. Na bijna vier weken is een echt bed een onverwachte luxe. ’s Avonds scharrelen vier stekelvarkens rustig langs en verdwijnen weer in het donker.
Aankomst in Afrika
De laatste dag begint met een afdaling en daarna een pas van bijna zeventienhonderd meter, met tegenwind maar ook heerlijke koelte. Na de pas verandert het landschap opnieuw: het geluid van cicaden zwelt aan, de hellingen zijn bebost, koeien en geiten grazen tussen de bomen, en tussen het groen verschijnen ineens grote baobabs met dikke stammen. Naarmate we Opuwo naderen, worden de zogenaamd authentieke dorpjes talrijker, aangekondigd met borden als cultural village of authentic Himba village, meestal niet meer dan drie hutjes die als attractie worden gepresenteerd. Langs de weg staan borden met klinkende namen als Omaipanga, Okorosava en Otjiomatemba, veel Afrikaanser dan de dorpen die we tot nu toe zagen.
Na bijna negentig kilometer komen we aan in Opuwo, de eerste serieuze plaats sinds Henties Bay: een vlek van moderne gebouwen omringd door hutten en schuurtjes. De stad telt ongeveer twintigduizend inwoners, ligt in de Kunene-regio dicht bij de grens met Angola, en fungeert als regionaal centrum voor de omliggende dorpen en Himba-gemeenschappen. Het voelt direct anders. Armoede is zichtbaar, en waar we eerder werden begroet met een lach, is de sfeer hier afstandelijker, soms wantrouwend.
Blanken zijn hier vrijwel niet aanwezig.
Zodra we stoppen voor een drankje, cirkelen mensen om ons heen: slanke mannen met rokken en een herdersstok, kinderen die om geld, water of eten vragen. Het meest opvallend zijn de Himba-vrouwen, die blootsvoets door het centrum lopen, gekleed in een rokje en met hun met oker ingesmeerde haar. Het is bijna surrealistisch om ze tussen de tankstations en marktkraampjes te zien, en later in de supermarkt, waar Maurits in de rij staat tussen topless Himba-vrouwen. Voor ons voelt het vreemd, maar tegelijk hoort het gewoon bij het dagelijkse leven van Opuwo. Het roept voortdurend de vraag op wie hier eigenlijk uit de toon valt: wij, of zij. Voor het eerst in Namibië ervaren we hoe groot het verschil tussen de dorpen en de stad is, en dat wij als twee Europese fietsers de aandacht trekken. Opuwo is het eindpunt van deze etappe. We blijven hier, maar niet midden in de stad. We zijn dan wel aangekomen in Afrika, we eindigen liever op een iets rustigere plek, en fietsen nog een klein stukje door.
Praktische informatie
Hoe er komen: deze etappe loopt van Twyfelfontein via Palmwag en Sesfontein naar Opuwo, ongeveer 300 kilometer over gravel, zand en steile passen door een van de leegste delen van Namibië. Naar Kaokoland en Opuwo verslechteren de wegen tot diepe zandsporen, waarvoor vierwielaandrijving nodig is; wie niet zelf rijdt komt hier nauwelijks. Reken op grote afstanden tussen de plaatsen en weinig verkeer.
Slapen: onderweg wissel je bushkampen en eenvoudige campings af met lodges als die bij Palmwag. Plekken als Camping Aussicht bieden soms onverwacht comfort. Reken op N$300 tot N$600 per persoon (ongeveer €15 tot €30); rond Palmwag lopen de lodgeprijzen flink op.
Eten: het aanbod is minimaal. In Palmwag, Warmquelle en Sesfontein vind je kleine winkels met beperkte voorraad achter tralies, vooral blik, pasta en drank. Sla in wat je kunt en verwacht dagen op eenvoudige kost.
Beste reistijd: wij reden eind maart, aan het einde van de regentijd, met onverwacht zware buien die de gravelwegen tijdelijk onbegaanbaar maken. Het droge seizoen van mei tot oktober is betrouwbaarder en concentreert het wild rond de waterplekken; voor de hitte is de winter aangenamer.
Nog weten: de rhino tracking vanuit Palmwag kost ongeveer N$4.000 per persoon (zo’n €200) en is een van de weinige manieren om vrij levende zwarte neushoorns te zien; het geld gaat deels naar de bescherming van het gebied. In deze streek leven leeuwen en olifanten vrij en zonder hekken, dus vraag lokaal advies over waar wildkamperen verantwoord is. Water, brandstof en eten regel je ruim vooruit.
Plan je reis
- Overnachten in Namibië: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Namibië: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Namibië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Namibië
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Namibië ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Namibië ›
Aan de oever van de Zambezi20 april 2026
De Caprivi-corridor: San-dorpen, Nkasa Rupara en de Zambezi20 april 2026
Regen en safari in Nkasa Rupara18 april 2026Plan je eigen reis door Namibië
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.