
De thermometer wijst negenendertig graden, een paar meer dan gisteren. We hebben de buitentent strak over de binnentent gespannen om te voorkomen dat de woestijn naar binnen waait; het nadeel is dat de hitte blijft hangen en slapen zweten wordt. Nog voor het licht is hoor ik de wind door de vallei suizen, en zodra we de tent openen staat de storm er weer vol op, precies uit de richting waar we heen moeten. We zijn op de terugweg. Van Sesriem en de duinen gaat het weer omhoog, over het centrale plateau dat we een week geleden afdaalden, en de wind heeft besloten ons daar niet bij te helpen. De eerste twaalf kilometer volgen we het asfalt terug naar de splitsing met de C19, vol tegen de storm in.
De föhn van het plateau
Die wind heeft een reden. Overdag warmt de lucht boven de woestijn sterk op en stijgt; vanaf het koelere plateau stroomt dan lucht naar beneden richting de hete vlakte, en door het hoogteverschil versnelt die stroom tot het voelt alsof de föhn letterlijk van de rand af naar beneden valt. In het droge seizoen kan dat dagenlang aanhouden. We slaan af naar het zuiden en voor ons ligt twintig kilometer bijna kaarsrechte gravelweg met de wind schuin van voren. Niet te veel nadenken, gewoon trappen. Afleiding is er genoeg: struisvogels lopen door het beeld en er komen steeds meer oryxen en springbokken langs de weg. De kuddes die links en rechts door de vallei trekken doen aan de Serengeti denken, alleen rijden wij er op een fiets doorheen in plaats van in een jeep. Ik krijg flashbacks naar Turkmenistan, met dit verschil dat hier overal dieren lopen.
We hebben ieder vierenhalve liter water bij ons en dat verdwijnt in hoog tempo in onze lichamen.
Plassen doen we niet. Zweet verdampt meteen.
Aan het einde van de middag bereiken we Hauchabfontein: grote, schaduwrijke plekken met weids uitzicht over wat steeds meer op een canyon begint te lijken, een waterpunt, een eenvoudige wc en verder niets. We zijn de enigen. De beheerster vertelt trots dat het water hier bijzonder lekker is en snapt onze grap niet als we zeggen dat we zo’n dorst hebben dat we niet durven te garanderen dat het grondwater blijft. Even verderop ligt een kloof met natuurlijke rotspoelen vol helder water en meervallen. Na een dag stof, hitte en wind verdwijnen zweet en vermoeidheid in een verfrissend bad.
Same Day Delivery
De volgende ochtend moeten we zestig kilometer afleggen met achthonderd meter stijgen, recht tegen de wind in. Oorspronkelijk hadden we dit stuk met de wind mee gepland; door onze timing klopt de volgorde nu precies andersom. Af en toe passeert een terreinwagen met toeristen, ramen dicht en airco aan, en stiekem hopen we dat er eentje stopt. Het zijn de Namibiërs die dat doen: ze remmen af om te vragen of alles goed gaat, en dat zijn inmiddels de mensen met wie we onderweg het meeste contact hebben.
Na veertig kilometer beuken zitten we murw onder een zeldzame acacia als er een bestelbus terugkomt die we eerder zagen. Op de zijkant staat “Same Day Delivery”. Ze stoppen en vragen of we iets nodig hebben. We vragen of ze ons tot de afslag naar de Naukluft kunnen meenemen. Het gesprek gaat in het Afrikaans, wat verrassend soepel verloopt: de taal stamt rechtstreeks af van het zeventiende-eeuwse Nederlands, en we concluderen al snel dat we een soort verre familie zijn. Met fietsen en al klimmen we in de open laadbak.
Tegenwind is ineens geen onderwerp meer.
Met tachtig kilometer per uur razen we over het gravel. Bij de afslag stoppen ze niet, maar rijden nog tien kilometer door, zodat we ook de laatste hoogtemeters cadeau krijgen. We hoeven echt niet te bewijzen dat we kunnen fietsen. Bij de ingang van het Naukluft-gebied krijgt de ranger een lichte kortsluiting als hij onze fietsen ziet. “Met welke auto zijn jullie gekomen?” We zijn komen fietsen. Dat veroorzaakt een systeemfout: in de parken van Namibia Wildlife Resorts mag niet worden gefietst, en voor de permit moet een kenteken worden ingevuld. We opperen te doen alsof hij de fietsen niet heeft gezien, maar dan klopt de administratie weer niet. Na het eten komt de oplossing. Maurits vult het kenteken van zijn Nederlandse Audi in. De papieren kloppen, de fietsen staan uit het zicht, en het wereldprobleem is voorlopig opgelost.
Wandelen tussen de zebra’s
De Naukluft is een bergachtig deel van het park, bekend om ruige kloven, droge rivierbeddingen en kleine waterpoelen tussen de rotsen. Toeristen trekken vrijwel allemaal naar Sossusvlei en Deadvlei, waardoor het hier opvallend stil is. Het is leefgebied van de zeldzame Hartmann-bergzebra, een soort die is aangepast aan ruig terrein, naast koedoes, klipspringers en roofdieren als hyena’s en luipaarden. We lopen de Waterkloof Trail, een zware lus door een kloof en over een hoog plateau. De route is met gele voetstappen op de stenen gemarkeerd; degene die dat bedacht heeft wilde geen enkel risico nemen, want er zijn bijna evenveel gele voetstappen als stenen.
Overal liggen sporen: pootafdrukken van zebra’s en antilopen, beenderen die soms kapotgebeten zijn en soms poreus door de zon, en uitwerpselen die lichtgrijs zijn uitgeslagen doordat roofdieren botten eten en het calcium de mest bij het opdrogen wit doet kleuren. Pas hoog op de open vlakte zien we de dieren zelf: eerst een paar antilopen, dan een groep zebra’s die ons vanaf een heuvel scherp in de gaten houdt. Terug op de camping vraagt de ranger meteen of we sporen van de neushoorns hebben gezien. Dat verrast ons, want we wisten niet eens dat hier zwarte neushoorns leven. Dan valt het kwartje: die enorme hoop mest langs de route was er waarschijnlijk een van. Hij waarschuwt ook voor de luipaard die hier regelmatig boven op de rotsen bij de camping ligt. Die avond werk ik in het pikkedonker mijn notities uit, met boven me een sterrenhemel zonder enig kunstlicht, als ik plotseling geluid achter me hoor. Geen luipaard. Het is Maurits, in zijn tent in slaap gevallen.
Meewind terug naar Solitaire
De medewerkers van de Naukluft, die hier zelden fietsers zien, zorgen ’s ochtends voor een stevig ontbijt. Ze weten dat we energie nodig hebben. Twaalf kilometer terug naar de D854, inmiddels omgedoopt tot highway from hell, en nog acht naar Bullsport, waar we afslaan en de daling naar de woestijn inzetten. Zeshonderd meter lager, en de wind die ons dagenlang tegenwerkte staat ineens vol in de rug. We rijden door een droge vallei in geel, bruin en rood, met acacia’s die grillige patronen tekenen. Als er dan toch iets is om over te klagen zijn het de vliegen: met tegenwind worden ze weggeblazen, met meewind vliegen ze gewoon mee, zoemend op zoek naar neusgaten, ogen en oren.
Kort na de middag zijn we terug in Solitaire, waar onze plek op de camping nog vrij is. In de woestijn wordt het na zonsondergang niet meteen donker; de lucht gloeit lang na terwijl jakhalzen in de schemering over het terrein lopen. Die nacht hoor ik voor het eerst de hyena’s, eerst ver weg in de vallei, een vreemd, bijna lachend geluid, en later dichterbij, als de groep vlak langs onze tent trekt.
De lift door de leegte
Van Solitaire naar Walvisbaai is het ongeveer honderddertig kilometer, langs het NamibRand Nature Reserve, met vrijwel niets ertussen: geen dorpen, geen winkels, geen pompen, alleen gravel, wind en wasbord. Van reizigers en locals horen we bovendien dat het landschap eentonig is. Dat stuk zou minimaal drie dagen fietsen kosten, en die besteden we liever anders. Als we bij het tankstation naar vervoer vragen, krijgen we meteen een lesje lokale logistiek: “’s middags is te laat.” De volgende ochtend staan we om zeven uur klaar op het terras van de bakkerij. Verkeer is er genoeg, maar negenennegentig procent is toerist in een terreinwagen of omgebouwde camper, en niemand heeft een open laadbak. Uur na uur, koffie na koffie, worstenbrood na appeltaart.
Uiteindelijk wijzen de locals naar William. Hij werkt in de bouw en rijdt de volgende dag om twaalf uur terug naar Walvisbaai; wij en de fietsen mogen mee. Het alternatief is een taxi uit Walvisbaai voor N$7.500, omgerekend zo’n €360. William it is. We blijven nog een nacht, hangen bij het zwembad en drinken Radlers, terwijl ook de locals klagen over de hitte: in grote delen van zuidelijk Afrika worden op dat moment temperatuurrecords gemeld. De volgende dag razen we met bijna honderd kilometer per uur door de leegte in plaats van met vijftien. De eerste zestig kilometer zijn nog gevarieerd, we zien zelfs een gnoe, en William laat foto’s zien van giraffen die hij hier soms tegenkomt. Verder naar het westen verdwijnt de vegetatie en bestaat het landschap honderden kilometers uit niets dan zand, grind en lucht. We zijn eerlijk gezegd blij dat we dit comfortabel met de auto doen.
De koude kust naar Henties Bay
Walvisbaai is het industriële hart van het land, met de belangrijkste zeehaven vanwaar uranium, vis en grondstoffen worden geëxporteerd. Sfeer heeft het nauwelijks: fabrieken, opslagtanks en kranen. We blijven er niet lang en fietsen de vijfendertig kilometer over de kustweg naar Swakopmund, met links de Atlantische Oceaan en rechts de duinen die bijna tot aan het water reiken. Na dagen hitte slapen we voor het eerst weer koud, want de koude Benguelastroom koelt de lucht boven zee zo sterk af dat de temperaturen aan de kust tientallen graden lager liggen dan in het binnenland.
Swakopmund werd eind negentiende eeuw door de Duitsers gesticht en dat zie je nog: pastelkleurige gevels, Duitse namen en een boulevard die eerder Europees dan Afrikaans aanvoelt. Tegelijk is het een vakantieplaats voor welgestelde Namibiërs uit Windhoek, met langs de kust opvallend veel grote tweede woningen die buiten het seizoen leegstaan. Hekken, camera’s en bewakers zijn bij huizen, winkels en campings geen uitzondering: een zichtbare tegenstelling tussen de dure verblijven en het dagelijkse leven van de Namibiërs die hier voor een veel lager inkomen werken.
We verlaten Swakopmund noordwaarts, met de oceaan continu links en rechts een vlakke zand- en grindwoestijn met hier en daar een pol gras. De lucht heeft een beige waas van stof, aan de zeekant zweeft een nevel van koele lucht die boven het water condenseert, en bomen zijn er nergens. De rechte weg wordt onderbroken door Wlotzkasbaken, een surrealistische verzameling gekleurde huizen die lukraak in de woestijn staan. Henties Bay zelf, populair bij Namibiërs die de zomerhitte ontvluchten, ervaren wij als een troosteloos oord met een paar grote supermarkten. De camping is misschien wel de meest troosteloze van het land: een zandbak zonder schaduw of privacy, vol Zuid-Afrikaanse en Namibische camperaars die overdag vissen, ’s avonds vis eten en ’s nachts waarschijnlijk over vis dromen. We vullen onze voorraden aan voor de volgende etappe, weer het binnenland in.
Praktische informatie
Hoe er komen: deze etappe loopt van het Naukluft-gebied via Solitaire naar de kust bij Walvisbaai en Swakopmund. Van Sesriem naar de Naukluft en terug naar Solitaire rijd je over gravel en de D854; het stuk van Solitaire naar de kust (ongeveer 130 kilometer) is eentonig en zonder voorzieningen, dus veel reizigers slaan het over. Met een huurauto is de hele lus goed te rijden; op de fiets is een lift over het saaie kuststuk geen schande. Zelf rijden is ook hier vrijwel de enige optie.
Slapen: in het Naukluft-park kampeer je bij Namibia Wildlife Resorts, onderweg wissel je eenvoudige plekken als Hauchabfontein af met de camping bij Solitaire. Aan de kust is er ruime keus in Swakopmund; de campings in Henties Bay zijn functioneel maar sfeerloos. Reken op N$300 tot N$600 per persoon (ongeveer €15 tot €30) voor een kampeerplek.
Eten: buiten Swakopmund is het aanbod schaars. Solitaire heeft een winkel en een bekende bakkerij, en de lodges in de Naukluft serveren op afspraak. Aan de kust vind je in Swakopmund volop restaurants; de visschotels en oesters bij de strandbars zijn een verademing na dagen blik.
Beste reistijd: wij reden midden maart, aan het einde van de regentijd. Het binnenland is dan groen maar heet, met stevige föhn van het plateau; de kust blijft door de Benguelastroom koel en vaak mistig. Het droge winterseizoen van mei tot oktober is aangenamer voor het fietsen.
Nog weten: tussen Solitaire en de kust liggen honderden kilometers zonder pomp of winkel, dus tanken, water en eten regel je vooruit. In de Naukluft mag officieel niet worden gefietst; een creatieve ranger loste dat in ons geval op. Aan de kust kan het door de mist dagenlang grijs en klam zijn, ook midden in de zomer.
Plan je reis
- Overnachten in Namibië: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Namibië: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Namibië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Namibië
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Namibië ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Namibië ›
Aan de oever van de Zambezi20 april 2026
De Caprivi-corridor: San-dorpen, Nkasa Rupara en de Zambezi20 april 2026
Regen en safari in Nkasa Rupara18 april 2026Plan je eigen reis door Namibië
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.