
De reis begint niet met een pedaalslag maar met karton en ducttape. In de vertrekhal van Zaventem bouwen Maurits en ik onze fietsen om tot anonieme colli: pedalen eraf, sturen dwars, de kwetsbare mechaniek in bubbeltjesplastic. Via Addis Abeba landen we op Hosea Kutako, veertig kilometer buiten Windhoek. Sinds april 2025 geldt hier een visum bij aankomst, N$1.600 per persoon, omgerekend zo’n €80; we krijgen twee maanden met meerdere in- en uitreizen. Buiten, in de schaduw van de terminal, zetten we de wielen terug in de frames, en om drie uur zitten we op de fiets. Windhoek ligt nog vijfenveertig kilometer verderop, tegen de wind in, over een plateau dat op de kaart vlak lijkt en in werkelijkheid in lange, lage klimmen omhoog kruipt. Onderweg zit een groep bavianen in een acacia en steken twee wrattenzwijnen het asfalt over.
Waar het asfalt ophoudt
Windhoek is de laatste stad met volledige voorzieningen; daarna worden de plaatsen kleiner en de schappen dunner, en wat hier niet in de tas zit, ontbreekt straks op het plateau. Het is de eerste maandag van de maand, betaaldag, en voor de pinautomaten in de mall staan rijen van tientallen mensen. Wij hebben op de luchthaven al contant opgenomen; daarmee kopen we simkaarten in een winkeltje dat op papier draait. Namibië gebruikt twee munten door elkaar, de Namibische dollar en de Zuid-Afrikaanse rand, één op één gekoppeld en beide geaccepteerd.
De overgang de stad uit is abrupt: geen voorsteden, geen industrie, maar een directe grens tussen stad en leegte. We klimmen zuidwaarts naar de Kupferberg Pass op 2.067 meter, langs acacia’s waarvan de lange doorns een constant risico voor de banden vormen. Kort na de middag houdt het asfalt op; iemand heeft er een bord bij gezet. Vanaf hier is het gravel, de standaard voor het grootste deel van het Namibische wegennet, en wat voor de terreinwagens die ons passeren geen barrière is, vraagt van een fietser voortdurende aandacht voor los gruis en stofwolken. Het netwerk valt weg en blijft weg. We slapen op Steinheim, een private game farm van tweeduizend hectare waar veeteelt, jacht en toerisme naast elkaar de cashflow op peil houden en zebra’s en jakhalzen dwars door de veehekken trekken. Vijfhonderd Namibische dollar (ongeveer €25) voor de kampeerplek, vijftig (nog geen drie euro) voor drie koude drankjes uit een werkende koelkast, in deze hitte geen vanzelfsprekendheid.
Het escarpment en de afdaling
De volgende ochtend, na een camping onder de rotsen waar een rotsmuis in de nacht een gat in een afgesloten pot pindakaas heeft geknaagd, rijdt onze gastheer, eigenaar van een boerderij van vijfduizend hectare en zelf een fanatiek fietser, een stuk met ons mee. Farms zijn hier zelden klein, en grondbezitters hebben veel vrijheid in wat ze met het wild op hun terrein doen: op sommige jachtlodges betalen bezoekers tienduizenden dollars om een luipaard te schieten. Bij de Spreetshoogtepas stopt de weg op de rand van het escarpment, de steile overgang waar het hoogland bijna negenhonderd meter afdaalt naar de kustvlakte. Onder ons ligt de Namib: een lichte, vlakke uitgestrektheid met bergen die er als eilanden bovenuit steken. Het contrast met het groene plateau achter ons is abrupt.
Beneden wordt het droger en opener, de vegetatie schaarser, en langs de weg staan oryx, soms ver weg, soms vlak naast het wiel. Aan de rand van de woestijn ligt Solitaire, in wezen een tankstation langs de C14 dat is uitgegroeid tot een halteplaats met motel, camping en winkel; over het terrein staan oude auto’s die de woestijn langzaam terugneemt, en bij het café staat een oude Russische raket, door de eigenaar neergezet toen zijn zoon ruimtevaart ging studeren. We zijn de enige gasten. ’s Nachts piepen de grondeekhoorns en loopt een jakhals over de camping. In de ochtend ligt er mist over de vlakte: koele lucht die de Benguela-stroom vanaf zee het binnenland in trekt.
Wasbord naar Sossusvlei
Dan volgen dertig kilometer wasbord, korte ribbels van hard aangestampt gravel waar auto’s overheen zweven en een fiets op stuitert. Zadelpijn, trillende armen en een zitvlak dat langzaam beurs raakt; hiervoor zit vaseline in de tas. De plek waar we willen kamperen bestaat niet meer als camping: chalets kosten er N$3.600 per nacht, zo’n €180. De medewerkers zien onze gezichten en denken mee, en een gidsenkamer zakt onder het praten naar N$1.000 voor ons samen, vijftig euro, een ruime hotelkamer. ’s Avonds drijven we in een infinity pool en kijken naar wrattenzwijnen in het gras.
De ochtend daarna heeft een grader de weg vers vlakgetrokken; met de wind in de rug en op het laatst zelfs asfalt rollen we Sesriem binnen, aan de poort van het Namib-Naukluft National Park. We hebben de camping een maand geleden gereserveerd. Bij de receptie regelen we meteen de ochtend: een shuttle brengt ons met de fietsen naar Deadvlei voor N$1.600 (ongeveer €80), plus een parkpermit van N$600 (ongeveer €30). Toegang tot de duinen is hier een optelsom van reserveringen, permits en transport.
Deadvlei in de zandstorm
De wekker gaat om kwart voor vijf. Koffie met zand. De chauffeur rijdt stevig door in het donker; hij wil ons vóór de andere bezoekers bij het einde van de vallei hebben, zestig kilometer verderop. We lopen een hoge sterduin op terwijl de wind onafgebroken zand over de rand blaast, precies zo als deze bergen zijn gevormd. Beneden ligt Deadvlei, een oude kleipan waar ooit water stond; toen dat verdween stierven de bomen, maar door de extreme droogte zijn de zwartgeblakerde stammen nooit vergaan. Ze staan er nog steeds, als silhouetten tegen de witte klei en de rode duinen. We wachten tot de eerste groepen vertrekken en er geen nieuwe meer aankomen, rennen dan de duin af, even weer kind, en fotograferen tot onze vingers pijn doen.
Terug bij de fietsen is de wind niet gaan liggen maar aangewakkerd tot windkracht acht, recht uit de richting waar we heen moeten.
Wind is vervelend. Tegenwind is afschuwelijk. Stormwind recht van voren is van een andere categorie.
We wisselen elkaar af aan kop om de wind voor de ander te breken. Na een uur hebben we tien kilometer, bij zevenendertig graden. Na dertig kilometer verschijnt achter ons de auto waarmee we zijn gekomen; de chauffeur stapt uit en geeft ons eigenlijk geen keuze: instappen. Hij heeft gelijk. Dit is geen gevecht dat we vandaag hoeven te winnen. Op de terugweg lijkt de rit ineens een safari: struisvogels, springbokken, oryxen en jakhalzen steken de vlakte over, met de hoogste duinen ter wereld op de achtergrond. De woestijn wint de middag, en dat is prima.
Praktische informatie
Hoe er komen: Windhoek is het logische startpunt; Hosea Kutako International Airport ligt veertig kilometer buiten de stad, met vluchten uit Europa via onder meer Addis Abeba. Van Windhoek naar Sesriem is het ongeveer 350 kilometer, grotendeels gravel over het centrale plateau en via de Spreetshoogtepas. Met een huurauto rijd je het in een lange dag, op de fiets in een kleine week. Zelf rijden is in dit deel van het land vrijwel de enige optie.
Slapen: onderweg wissel je game farms en woestijnlodges af. Kamperen kan vaak voor N$300 tot N$600 per persoon (ongeveer €15 tot €30); een chalet loopt snel op tot N$3.600 (ongeveer €180). In het hoogseizoen (juli tot oktober) is reserveren bij Sesriem noodzakelijk.
Eten: buiten de lodges is het aanbod schaars. Tankstations als Solitaire zijn winkel, restaurant en ontmoetingsplek tegelijk, en Solitaire heeft zelfs een bakkerij. Neem voldoende water en voedsel mee en sluit alles goed af tegen grondeekhoorns en een enkele vindingrijke rotsmuis.
Beste reistijd: wij reden begin maart, net na de regentijd: groen, maar heet (35 tot 39 graden) en met stevige middagwind. Het droge, koelere winterseizoen van mei tot oktober is comfortabeler voor de duinen.
Nog weten: in de Namib zakt de temperatuur ’s nachts ondanks de dagenhitte, en mist vanaf de koude Benguela-stroom maakt de ochtenden grijs en vochtig. Tanken en pinnen doe je in Windhoek: de pinlimiet is N$2.000 (ongeveer €100) per opname en buiten de steden is contant geld de enige zekerheid. De toegang tot Sossusvlei en Deadvlei verloopt via permits en, voor wie de laatste zestig kilometer niet zelf rijdt, een shuttle.
Plan je reis
- Overnachten in Namibië: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Namibië: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Namibië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Namibië
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Namibië ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Namibië ›
Aan de oever van de Zambezi20 april 2026
De Caprivi-corridor: San-dorpen, Nkasa Rupara en de Zambezi20 april 2026
Regen en safari in Nkasa Rupara18 april 2026Plan je eigen reis door Namibië
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.