Water bepaalt waar het wild staat: de waterpoelen van Etosha in het droge seizoen

0 comments

In het droge deel van Namibië is oppervlaktewater schaars, en dat heeft een praktisch gevolg voor wie wild wil zien. Niet de begroeiing en niet de omvang van een reservaat bepalen waar de grote dieren zich ophouden, maar de verdeling van de punten die het hele jaar water houden. Wie weet welke punten dat zijn en in welke maand ze water voeren, weet grofweg waar de dieren zullen staan. Etosha National Park is daarvan het duidelijkste voorbeeld in het land, want het park heeft geen enkele permanente rivier. Al het oppervlaktewater komt uit bronnen langs de rand van de zoutpan en uit boorgaten die de parkdienst laat pompen.

De rekensom van neerslag en verdamping

Regen valt in het noorden van Namibië vrijwel uitsluitend tussen november en april. Het weerstation bij Etosha Safari Lodge, net buiten de zuidelijke Andersson-poort, mat over 2010 tot 2017 gemiddeld 418 millimeter per jaar, waarvan 130 millimeter in januari alleen. In mei, juni, juli en augustus viel gemiddeld niets. Daar staat een potentiële verdamping van 2.600 tot 2.800 millimeter per jaar tegenover, zes tot zeven keer zoveel als er valt. Een regenplas die in maart nog in een laagte staat, is in juni verdwenen. In het westen van het park valt bovendien nog minder, 300 tot 350 millimeter per jaar, waarvan het meeste snel door het Kalaharizand wegzakt. Wat overblijft is een handvol punten waar grondwater aan de oppervlakte komt of omhoog wordt gepompt, en de beste reistijd van het land werkt hier daardoor in versterkte vorm door.

Drie soorten waterpunten

Hydrologisch onderzoek onderscheidt drie typen waterpunten, en dat onderscheid is geen detail. Contactbronnen liggen waar waterhoudend gesteente tegen de ondoorlatende klei van de pan aan loopt, vooral langs de zuidoever; Sueda en de bron bij Halali horen daartoe. Artesische bronnen worden onder natuurlijke druk omhoog geduwd vanuit het aquifersysteem van Oshivelo, dat zijn water uit het dolomietcomplex van Tsumeb en Grootfontein betrekt. Chudop, Klein Namutoni, Ngobib, Homob, Koinachas en Groot Okevi vallen in die groep, en dat verklaart waarom de oostkant het hele jaar door betrouwbaar water heeft. De derde groep bestaat uit aangelegde boorgaten, vooral in het westen. Een isotopenstudie van het Etosha Ecological Institute bracht de herkomst van al die punten in kaart.

Bronnen kunnen opdrogen. Langs de zuidwestrand van de pan wordt al jaren een geleidelijke verdroging gemeld, zonder dat is uitgezocht of dat natuurlijke schommeling is of het gevolg van grondwateronttrekking elders. Boorgaten drogen niet op, maar ze hangen aan een pomp en dus aan onderhoud en brandstof. Een poel die op de kaart staat, heeft daarom niet noodzakelijk water.

Het oosten en het midden

Rond Namutoni, bij de Von Lindequist-poort in het oosten, ligt de dichtste concentratie artesische bronnen. Chudop en Klein Namutoni houden het hele jaar water en trekken zebra’s, olifanten, giraffen en de zwartneusimpala; hyena’s zijn er vaste bezoekers. Ten oosten van het kamp ligt Fischer’s Pan, een zijpan die alleen na goede regens volloopt: in het droge seizoen een lege vlakte, in februari en maart een vogelgebied. Wie in het natte seizoen komt, moet het in deze hoek van de pan hebben en niet van de poelen.

Halverwege de zuidrand ligt Halali, aan de voet van een dolomietheuvel tussen dicht mopanebos. Die begroeiing verklaart waarom luipaard en neushoorn er relatief vaak worden gezien: er is dekking. Vlakbij ligt Goas, een grote poel met permanent water die in de droge maanden zebra’s en gnoes in aantallen trekt, en Rietfontein, bekend om leeuwen en vogels. Salvadora en Sueda liggen pal aan de pan, met open zicht over de witte vlakte, en gelden als de beste plekken voor jachtluipaard, juist omdat dat dier ruimte en overzicht zoekt.

Het zuidwesten en het westen

Okaukuejo ligt zeventien kilometer binnen de Andersson-poort. De poel naast het kamp geldt als een van de betrouwbaarste plekken ter wereld om zwarte neushoorn te zien, met de grootste kans tussen juni en december. Even verderop ligt Nebrownii, een boorgat genoemd naar de doornstruik Acacia nebrownii, met veel olifanten in de droge maanden. Noordelijker ligt Okondeka, een bron op de westoever van de pan en volgens het hydrologisch onderzoek de enige nog actieve contactbron aan die kant. Het is een klassieke leeuwenplek, omdat er in de wijde omtrek weinig alternatief water is.

De westelijke helft was lang gesloten voor bezoekers en is nog altijd het rustigst. Bij Olifantsrus staat een dubbelhoge hide die buiten het hek over de poel uitkijkt, met glas op ooghoogte beneden en een open dek erboven. Rond Dolomite Resort liggen vijftien waterpunten; bij Klippan worden zwarte en witte neushoorn gezien. Omdat het in deze helft vrijwel uitsluitend om boorgaten gaat, is de watervoorziening er afhankelijker van beheer dan in het oosten.

Verlichte poelen en de klok van het park

De poorten en de kampen gaan open bij zonsopgang en dicht bij zonsondergang, tijden die het hele jaar meeschuiven. Daartussen mag niemand op de wegen rijden. De enige manier om ’s nachts wild te zien is daarom een verlichte poel bij een kamp: Okaukuejo, Moringa bij Halali, King Nehale bij Namutoni en de hide bij Olifantsrus. Juist in de koudste maanden komen daar de dieren die overdag wegblijven. In juni en juli zakt de nachttemperatuur bij het zuidelijke meetstation naar gemiddeld tien graden, terwijl het overdag rond de 27 graden blijft.

Wat het natte seizoen verandert

Van november tot april valt het hele patroon uit elkaar. Er staat overal water, de dieren hoeven niet meer naar de bekende poelen en verspreiden zich over het park. De zoutpan zelf kan gedeeltelijk vollopen en trekt dan flamingo’s en pelikanen, een schouwspel dat in de droge maanden volledig ontbreekt. Het gras staat hoog, wat het zicht bederft, en gravelwegen kunnen na een zware bui tijdelijk onbegaanbaar zijn. Daar staat tegenover dat het park leeg is, dat de jongen geboren worden en dat de trekvogels er zijn. Wie voor grote aantallen bij het water komt, gaat tussen juni en oktober en boekt ruim van tevoren; wie voor groen, vogels en rust komt, is in februari beter af.

De kaart van Etosha is in de kern een kaart van bronnen en boorgaten, en wie hem zo leest, ziet aan de namen al waar het wild in augustus zal staan.

Heeft deze gids je geholpen? Een kleine bijdrage houdt hem actueel.





Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit Namibië

Meer foto’s uit Namibië ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie