We gaan naar de bergen. Een taxi zet ons af op het stoffige terrein waar de marsjroetka naar Zugdidi vertrekt; voor zeven lari per persoon is het twee uur bussen over een vlakte zo plat als Nederland. De Ford Transit, die eerder een leven in Nederland of Duitsland heeft gehad, vertrekt pas als alle twaalf plaatsen vol zijn, en onderweg wordt het maximum opgeschroefd naar twintig: staan dus, in een hete, benauwde bus.
In Zugdidi willen de taxichauffeurs ons doen geloven dat er geen marsjroetka naar Mestia gaat, maar als we voet bij stuk houden, krijg ik een telefoon in de hand met de Engelssprekende eigenaar van een guesthouse in Mestia, die een kamer voor ons regelt en zegt dat we rustig moeten wachten. Dat we hier wachten heeft een reden: de afgescheiden regio Abchazië ligt tien kilometer verderop. Na de bloedige oorlog van 1992 en 1993 scheidde Abchazië zich af, door vrijwel niemand erkend en met Russische troepen aan de nieuwe grens; in plaats van zelfstandigheid is het feitelijk deel van Rusland geworden. Een groot deel van de ontheemden wordt in Zugdidi opgevangen, en daarom rijden hier veel auto’s van hulporganisaties rond.
Door de kloof omhoog
De marsjroetka die er volgens de taxichauffeurs niet zou zijn, vertrekt opnieuw pas als hij vol is. De eerste dertig kilometer rijden we in hoog tempo door vlak, subtropisch gebied vol palm- en bananenbomen, dat ons met zijn stoffige, vochtige lucht aan Laos doet denken. Dan komen we plotseling bij een lang stuwmeer met heldergroen water, het dal wordt smaller en de bergen hoger. Dit is de Kaukasus. De weg verslechtert: smalle tunnels waarin rotsblokken moeten worden ontweken, en stukken waar de weg met metalen roosters is verbreed, vijftig tot honderd meter boven het kolkende water van de Enguri.
Hier van de weg raken betekent een zekere, snelle dood, dus we gaan ervan uit dat onze chauffeur nog niet dood wil.
Na vier uur zien we de eerste toppen van vier en vijf kilometer hoog met eeuwige sneeuw en grote gletsjers. De dorpen met houten huizen en stenen torens liggen fantastisch tussen de bergen; hier wonen is geen straf. Na een theepauze, waarin een klein meisje met grote donkere ogen ons verrast met een lach, komen we aan in Mestia, te midden van besneeuwde bergen met dennenbeboste hellingen. We hebben een kamer in Nino’s homestay, waar veel meer reizigers zijn dan verwacht, allemaal aardige mensen, en waar iedereen samen eet van een hoeveelheid die niemand op krijgt. Voor het eerst hebben we het gevoel dat we echt op reis zijn, avontuurlijker dan een land als Turkije.
In deze serie: Fietsreis 2010
- 80. Met de marsjroetka naar Kutaisi
- 81. De kloosters van Kutaisi
- 82. De Kaukasus in, naar Svaneti
- 83. De Cross Peak boven Mestia
- 84. De eerste gletsjer: Chalati
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.