Home AfrikaNamibiëModder en gemiste kansen: een natte dag in Etosha

Modder en gemiste kansen: een natte dag in Etosha

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Om vijf uur ’s ochtends ruw wakker worden door ronkende auto’s, dichtslaande portieren en harde stemmen van mensen die denken dat ze alleen op de wereld zijn, went nooit. Liever word ik gewekt door zingende vogels, lachende hyena’s of Maurits die zegt dat de koffie klaar is. Al is dat meestal andersom. Vroeg opstaan heeft wel een voordeel: de dag is langer en de vroege ochtend blijft het mooiste moment.

Door het drukke deel van Etosha

Vandaag rijden we naar Okaukuejo Camp, centraal in Etosha, vlak bij de Anderson Gate. Etosha heeft vier hoofdentrees: Andersson Gate in het zuiden (de drukste en populairste), Von Lindequist Gate in het oosten, Galton Gate in het westen en King Nehale Gate in het noorden, waar wij het park zijn binnengekomen. Die noordelijke ingang is rustiger en minder bezocht. De komende dagen trekken we verder richting het westen.

Etosha staat bekend om zijn goede gravelwegen. Op de meeste routes kun je prima met een gewone tweewielaandrijving rijden, wat ook de reden is dat wij geen 4WD hebben gehuurd. Alleen hadden we geen rekening gehouden met het staartje van het regenseizoen. Op sommige plekken is de weg veranderd in een dikke, glibberige laag klei. Lage stukken staan vol met geelbruine plassen die meer weg hebben van kleine vijvers dan van kuilen.

Teruggaan is geen optie. De hoofdroute is afgesloten vanwege onderhoud en wij zitten op een omleiding. Dus rijden we door. Stapvoets, soms glijdend, soms zoekend naar het minst slechte spoor. De auto, ooit wit, is inmiddels egaal bruin.

Een groen en nat landschap

We vertrekken met goede moed. Het landschap is groen en nat, uitzonderlijk voor Etosha. Dat is goed nieuws voor de natuur. Water betekent leven. Maar het heeft ook een keerzijde: dieren zijn niet meer afhankelijk van de bekende waterholes, de plekken waar ze normaal samenkomen om te drinken. Die waterholes zijn juist waar je als bezoeker de meeste kans hebt om dieren te zien. Nu is het water overal. En dus de dieren ook, verspreid over een enorm gebied.

We zien twee jakhalzen jagen, springend als veren op vier poten. Springbokken zijn er in overvloed. Vogels overal. Maar grote dieren blijven uit. We turen de savanne af, zoeken naar geschikte bomen voor luipaarden en zeggen regelmatig: als ik een leeuw was, zou ik hier liggen. Kennelijk denken leeuwen daar anders over.

Het landschap maakt veel goed. Open vlaktes, dreigende luchten, het licht dat telkens verandert. Maar voor wie komt voor wildlife is de opbrengst vandaag mager. In Etosha heb je niet alleen geduld nodig, maar ook geluk. Wat wel opvalt: de dieren die we zien reageren nauwelijks op de auto. We rijden er langs, stoppen, kijken. Zij gaan door met eten of bewegen langzaam weg. Het voelt soms minder als observeren en meer als passeren.

Een omweg die loont

Aan het eind van de dag volgt nog een praktisch probleem. Het tankstation bij Okaukuejo blijkt al lange tijd buiten gebruik. Voor morgen hebben we een volle tank nodig. Dat is geen detail in een park van deze omvang. Gelukkig ligt er buiten het park, op zo’n 25 kilometer afstand, een werkend tankstation. Met onze meerdaagse permit mogen we het park uit en weer in. Een kleine omweg dus.

En juist op de weg richting de gate, nog binnen de grenzen van het park, gebeurt wat we de hele dag hebben gemist. In het veld naast de weg loopt een groep olifanten: drie volwassen dieren met vier kleintjes. In een rij trekken ze door het gras, de kleintjes dicht ertussen. Rustig, zonder om te kijken. Even later volgen zebra’s, gnoes en een giraffe.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie