
Na vier weken trappen door stof, zand, hitte en bergen zetten we de fietsen aan de kant. Het derde deel van deze reis gaat over dieren, en dieren kijk je in Namibië vanuit een auto. In Etosha National Park is fietsen niet toegestaan: te groot, te veel roofdieren, geen partij voor wat er rondloopt. Je boekt een dure georganiseerde safari of je regelt zelf een huurauto en rijdt op eigen kracht van waterpoel naar waterpoel. Wij kiezen het tweede. Ten noorden van het park ligt Ondangwa, met een vliegveld, autoverhuur en een mall, zo’n 250 kilometer verderop in het dichtbevolkte Ovamboland. Daar ruilen we voor even het zadel voor een stuur.
De auto in, tegen wil en dank
In Namibië valt alles te regelen, en meestal sneller dan thuis. Bij de receptie van ons hotel informeren we naar vervoer naar Ondangwa. Niet veel later is er een oplossing via de vader van iemand, een broer en daar weer een kennis van. Voor 250 Namibische dollar per persoon, ongeveer 12 euro, kunnen we meerijden. Alleen wil de chauffeur om vier uur ’s ochtends vertrekken en wij juist een keer uitslapen. We egaliseren dat met het aanbod om 500 Namibische dollar per persoon te betalen als het later mag. Dat werkt meteen.
De huurauto zelf boeken we via Sunny Cars, met onbeperkte kilometers en zonder kleine lettertjes. De chauffeur die ons de volgende ochtend ophaalt, Jonas, verschijnt uren later dan afgesproken. Dat hij “halverwege” is, blijkt weinig te zeggen. Onderweg stopt hij twee keer voor een kennis met een klapband, lost het lachend op en rijdt door. Driekwart van de rit schiet Maurits in de stress: zijn vooras ligt nog op de vorige camping, achtergelaten bij het losmaken van het wiel. Best knap, op fietsreis gaan en een essentieel onderdeel van je fiets vergeten. Jonas regelt met een paar telefoontjes dat het onderdeel zijn kant op komt en moet vooral lachen om onze paniek. Niemand lijkt haast te hebben, en waarom we dan eerst om vier uur moesten vertrekken blijft onduidelijk.
Ondangwa voelt als een groene, bijna tropische oase, met veel bomen en opvallend veel vogels. Een compleet ander landschap dan de leegte waar we vandaan komen. We nemen twee dagen om bij te komen, halen de auto op en slaan boodschappen in, want de campingwinkels in het park hebben nauwelijks assortiment.
Anders bekeken: dieren en de auto
Het is ruim honderd kilometer oostwaarts naar de King Nehale Gate, een noordelijke ingang die in 2003 werd geopend en uitkomt op het rustige noordoosten van het park. De weg is druk, met koeien in de berm en zware onweerswolken boven het land. Zodra we de onverharde weg naar de poort in slaan, staan er tussen de koeien ineens tientallen gnoes. We zijn de poort nog niet door of het begint al.
Aan de andere kant van het hek neemt Maurits het stuur, zodat ik mijn handen vrijheb voor de camera. In anderhalf uur zien we olifanten, elandantilopen, koedoes, oryxen, giraffen, flamingo’s en een cobra. Een grote olifant loopt ontspannen over de weg en is niet van plan opzij te gaan; op nog geen tien meter kijken we hem recht in de ogen. Wat opvalt is dat de dieren zich niets van de auto aantrekken. Op de fiets hielden ze afstand, hier lopen ze tot vlak langs het wiel. Pas als we de motor uitzetten, worden ze alert. Een auto herkennen ze niet als bedreiging; hij hoort blijkbaar bij het landschap. Op de fiets ben je een ander soort dreiging, iets wat ze wél registreren. We slapen bij Namutoni, een kamp bij een oud Duits fort aan de rand van de zoutpan. Voor één nacht kamperen betalen we 920 Namibische dollar, ongeveer 46 euro, plus een parkpermit van 175 dollar per persoon per dag, zo’n 9 euro. De kampen van de parkbeheerder zijn duidelijk duurder dan de particuliere plekken erbuiten. ’s Avonds klinkt achter de hekken de lachende roep van hyena’s. Dat geluid went niet snel.
Modder, regen en gemiste kansen
Etosha is enorm, ruim 22.000 vierkante kilometer, bijna de helft van Nederland, gebouwd rond een zoutvlakte die zelfs vanuit de ruimte zichtbaar is. Het park werd in 1907 onder Duits koloniaal bestuur afgebakend om de jacht te reguleren. Wat het bijzonder maakt is dat je er grotendeels zelfstandig met je eigen auto over de gravelwegen mag rijden. Alleen hadden we geen rekening gehouden met het staartje van de regentijd. Op sommige plekken is de weg een dikke, glibberige laag klei; lage stukken staan vol geelbruine plassen. De hoofdroute is afgesloten voor onderhoud en wij zitten op een omleiding, dus rijden we stapvoets door, soms glijdend, zoekend naar het minst slechte spoor. De auto, ooit wit, is inmiddels egaal bruin.
Het groen is goed nieuws voor de natuur, maar niet voor wie dieren wil zien. Doordat er overal water ligt, zijn de dieren niet meer afhankelijk van de bekende waterpoelen, en juist daar zie je ze normaal samenkomen. Nu is het water overal, en de dieren dus ook, verspreid over een gebied ter grootte van een provincie. We turen de savanne af, wijzen elkaar geschikte bomen voor luipaarden aan en zeggen bij elke open plek dat wij hier als leeuw zouden liggen. Kennelijk denken leeuwen daar anders over. In het uiterste westen, bij het afgelegen kamp Olifantsrus, rijden we door het gebied dat in september 2025 grotendeels afbrandde. De sporen zijn nog subtiel zichtbaar: zwartgeblakerde takken boven fris groen gras. Terug op de camping roept de beheerder dat er olifanten bij de waterplaats staan. Vanaf het uitkijkpunt zien we een volledige familie, minstens dertig dieren, dicht op elkaar rond het water. Dieren die klaar zijn met drinken maken ruimte voor de rest, en als de groep zich in een rij vormt achter de matriarch, volgt ieder dier exact hetzelfde pad. We horen later dat dit bijzonder is. Na de brand bleven de olifanten hier maanden weg. Vandaag is de eerste keer in drie maanden dat ze weer in grote aantallen verschijnen, terwijl er door de regen overal water ligt en ze hier helemaal niet hoeven te zijn.
Leeuwen, olifanten en een ongemakkelijke vraag
We hebben de luxe van tijd. Na Olifantsrus rijden we ruim driehonderd kilometer terug naar het oosten, waar we onze beste kansen op roofdieren inschatten. Het is strakblauw, geen spoor van regen. De eerste uren staan de vlaktes vol springbokken en zebra’s, daarna wordt het tussen twee kampen plotseling leeg, met alleen de witte zoutvlakte rechts en één eenzame gnoe in het decor.
Midden op het asfalt ligt iets. Eerst denk ik aan een dood dier. Dan beweegt er een oor.
Geen karkas, maar twee mannetjesleeuwen, half over elkaar heen, alsof ze geen betere plek konden bedenken dan precies hier. Auto’s stoppen, motoren draaien, camera’s klikken. De leeuwen geven geen sjoege tot het er genoeg van is en ze een paar meter het gras in lopen, waar alleen een oranje vlek overblijft.
Het is Pasen, en dat merken we. De camping staat vol jonge Duitsers en witte Namibiërs uit Windhoek, voller dan we het land ergens anders hebben gezien. Dat roept een ongemakkelijke vraag op. Namibië was van 1884 tot 1915 een Duitse kolonie, en die periode mondde uit in de genocide op de Herero en Nama tussen 1904 en 1908, waarbij naar schatting 65.000 Herero en 10.000 Nama omkwamen, algemeen gezien als de eerste genocide van de twintigste eeuw. Maurits leest onderweg Ik ben Hendrik Witbooi, de brieven van de Nama-leider die zich tegen de Duitsers verzette. Het valt op hoezeer de toeristenwereld hier een parallel universum lijkt: de bezoekers overwegend wit, de mensen in de dienstverlening bijna niet, een verhouding die je terugziet in de economische ongelijkheid van het land.
Toch zijn we hier voor de dieren, en die laten zich op de laatste dag van hun mooiste kant zien. Langs de zoutpan loopt een route die we zelf de Elephant Drive zijn gaan noemen. Bij een afgelegen lodge, zonder hek, drinken we koffie als de bediening ons waarschuwt: er komen olifanten aan. Eerst één, dan twee, dan blijft het doorgaan, tot er misschien wel vijfentwintig dieren uit het bos komen, met een enorme stier die er bovenuit steekt. Ze bewegen zonder haast, zonder chaos, en houden voortdurend rekening met de kleintjes. Geen auto’s, geen andere mensen, alleen wij en deze kudde. Alhoewel, een troep leeuwen was ook best leuk geweest.
Praktische informatie
Hoe er komen: Etosha ligt in het noorden van Namibië en is met een gewone tweewielaandrijving goed te doen; de gravelwegen zijn meestal in orde, behalve aan het einde van de regentijd. Fietsen is niet toegestaan. Wij regelden een huurauto in Ondangwa, ruim 250 kilometer ten noorden van het park, waar een vliegveld en autoverhuur zitten. Het park heeft vier hoofdpoorten: Andersson in het zuiden (de drukste), Von Lindequist in het oosten, Galton in het westen en King Nehale in het noorden.
Slapen: binnen het park kamp je op de plekken van de parkbeheerder, zoals Namutoni, Okaukuejo en het afgelegen Olifantsrus, tegen ongeveer N$920 (ca. €46) per nacht plus een parkpermit van N$175 per persoon per dag (ca. €9). Buiten de poorten zijn de particuliere camps goedkoper. Reserveren is in het hoogseizoen (juli tot oktober) noodzakelijk, buiten het seizoen zelden nodig.
Eten: de campingwinkels in het park hebben een mager assortiment. Sla je voorraad in in Ondangwa of bij de supermarkten net buiten het park en houd rekening met beperkte openingstijden en een enkel tankstation dat buiten gebruik is.
Beste reistijd: het droge seizoen (mei tot oktober) is veruit het beste voor wild: de dieren verzamelen zich dan bij de waterpoelen. Wij reden eind maart, aan het einde van de regentijd. Het park was uitzonderlijk groen, maar de dieren waren verspreid en enkele wegen waren modderig.
Nog weten: tanken vraagt planning; met een meerdaagse permit mag je het park uit om te tanken en weer terug. Plastic tassen zijn bij de poort verboden. Het wild reageert nauwelijks op auto’s maar wel op mensen te voet, dus blijf in het voertuig. Voor roofdieren geldt: geduld en geluk, vooral in de vroege ochtend.
Plan je reis
- Overnachten in Namibië: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Namibië: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Namibië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Namibië
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Namibië ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Namibië ›
Aan de oever van de Zambezi20 april 2026
De Caprivi-corridor: San-dorpen, Nkasa Rupara en de Zambezi20 april 2026
Regen en safari in Nkasa Rupara18 april 2026Plan je eigen reis door Namibië
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.