
Nieuw-Zeelanders noemen zichzelf kiwi’s, naar de vogel en niet naar de vrucht, en het is geen bijnaam die ze vermijden. Met iets meer dan vijf miljoen inwoners op een landoppervlak groter dan Groot-Brittannië is het een klein volk op veel ruimte, ver van iedereen, en dat is terug te zien in vrijwel alles: in de manier waarop ze hun vakantie doorbrengen, in hoe ze met vreemden omgaan en in de gewoonte om dingen zelf op te lossen.
Zes weken met de boot achter de auto
Het ritme van het jaar ligt vast. De zomervakantie begint rond kerst en loopt tot eind januari, en in die weken verplaatst een groot deel van het land zich naar het water. Tweede kerstdag, Boxing Day, is het startschot: vanaf die ochtend staan de aanvoerwegen naar de meren en de kust vol met pick-uptrucks waarachter een boot, een jetski, een caravan of een combinatie daarvan hangt. Campings die in november leeg waren, zitten dan vol, en de mooiste plekken zijn weken van tevoren gereserveerd, soms door mensen die hun caravan er al in november neerzetten.
Het ideaal daarbij is de bach, op het Zuidereiland ook wel crib genoemd: een eenvoudig vakantiehuisje aan het water, vaak in de familie, zelden luxe en niet bedoeld om op te vallen. De cultuur eromheen is bewust onopgesmukt. Een bach is een plek om te vissen, te zwemmen en niets te doen, en het feit dat huizenprijzen in de populaire kustplaatsen daar inmiddels niet meer bij passen, is een echte bron van ergernis.
Kamperen hoort bij diezelfde traditie. Het netwerk van eenvoudige terreinen in natuurgebieden is niet voor buitenlandse bezoekers aangelegd maar voor de kiwi’s zelf, en freecamping geldt van oudsher als een recht. Dat verklaart ook de wrijving die je op campings hoort: de klacht is zelden dat er te veel mensen komen, maar dat bezoekers hun afval laten liggen op plekken waar een kiwi niets zou achterlaten. Na tien uur ’s avonds is het op een camping met vooral Nieuw-Zeelanders doorgaans muisstil, en dat is geen regel maar een gewoonte.
Het zelf doen, en er niet over opscheppen
Twee uitdrukkingen vertellen veel. De eerste is number 8 wire, de draadsoort waarmee generaties boeren hun hekken repareerden en waarmee, in het nationale zelfbeeld, zo ongeveer alles te maken valt. Improviseren met wat er is, geldt hier als een deugd. De tweede is she’ll be right, de standaardreactie op elk probleem dat zich later ook wel oplost. Voor een reiziger is dat laatste soms een valkuil: wie vraagt of een grindweg of een wandeling meevalt, krijgt vaker een optimistisch antwoord dan een nauwkeurig antwoord.
Daarnaast is de samenleving uitgesproken informeel. Mensen spreken elkaar bij de voornaam aan, ook over statusverschillen heen, en wie zichzelf te veel op de voorgrond zet loopt tegen wat hier tall poppy syndrome wordt genoemd: de neiging om iemand die te hoog boven het veld uitsteekt weer op gelijke hoogte te brengen. Dat maakt gesprekken makkelijk en opscheppen moeilijk.
Wat een fietser of kampeerder daarvan merkt, is vooral de gemoedelijkheid. Kiwi’s beginnen zonder omhaal een gesprek, vragen waar je naartoe gaat en hoe het bevalt, en nodigen je er met gemak bij. Dat is een merkbaar verschil met de grote groepen buitenlandse toeristen die dezelfde route rijden en waarmee het zelden tot meer dan een knikje komt.
Weg, en weer terug
Een gewoonte die bij een land aan het einde van de wereld hoort: de OE, de overseas experience. Jonge Nieuw-Zeelanders vertrekken na hun opleiding massaal voor een jaar of langer naar Europa, Azië of Australië, en een flink deel komt daarna terug met het idee dat het hier toch beter wonen is. Tegelijk woont er een grote Nieuw-Zeelandse gemeenschap permanent in Australië, waar het loon hoger ligt. Het gesprek over wie blijft en wie gaat is er altijd.
Dat het een klein land is, merk je ook aan de sport. Rugby is er geen tijdverdrijf maar een gemeenschappelijke taal, de haka voorafgaand aan een interland is geen folkloristische toevoeging maar menens, en in een dorp van driehonderd inwoners staan een rugbyveld en een community hall. Daarbuiten is het land in een generatie aanzienlijk diverser geworden: in Auckland hoor je in de supermarkt en in de foodcourts net zo vaak Mandarijn, Hindi of Samoaans als Engels.
Een paar praktische gevolgen
De omgangsvormen hebben hun eigen logistiek. Winkels in kleine plaatsen sluiten vroeg en op zondag is het dorp dicht; op eerste kerstdag is vrijwel alles gesloten, inclusief supermarkten en tankstations. Op feestdagen rekent de horeca een toeslag, die verplicht op de kaart staat. En wie om informatie vraagt, krijgt die graag en uitgebreid, maar vraagt er beter twee keer naar als het om afstanden, hellingen of de staat van een weg gaat.
Een dorp van driehonderd inwoners heeft een rugbyveld, een hal en een brievenbus voor het kampeergeld.

Deze gids houd ik zelf bij, zonder advertenties en zonder sponsor. Heeft hij je geholpen? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Plan je reis
- Overnachten in Nieuw-Zeeland: vergelijk accommodaties ›
- Activiteiten en excursies in Nieuw-Zeeland: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit Nieuw-Zeeland
Meer foto’s uit Nieuw-Zeeland ›




Verder in de reisgids Nieuw-Zeeland
Alle gidsartikelen ›Introductie en plaatsen
Achtergrond
Eens per maand in je inbox
Waar ik onderweg was, wat er nieuw is op de site en één verhaal uit het archief. Geen reclame, afmelden kan altijd.
Zonder advertenties
Deze website draait zonder advertenties en zonder sponsor. Vind je de verhalen en gidsen de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen