De Grote Kaukasus loopt als een muur langs de noordgrens van Georgië, met toppen boven de vijfduizend meter en dalen die pas laat in het voorjaar sneeuwvrij worden. Voor wandelaars ligt daar het hart van het land. De routes zijn zelden bewegwijzerd zoals in de Alpen, maar de dorpen liggen op loopafstand van elkaar en bieden onderdak, zodat je van pension naar pension kunt trekken zonder tent. Het wandelseizoen is kort: de hoge passen zijn grofweg van eind juni tot in september begaanbaar, daarbuiten ligt er sneeuw.
Svaneti: torens en gletsjers
Svaneti in het noordwesten is de bekendste wandelstreek, met Mestia als uitvalsbasis. Vanuit het dorp klimt een pad in een halve dag naar het kruis op de bergkam, de Cross Peak op ongeveer 2.600 meter, een klim van zo’n 900 hoogtemeters die aan de top een breed uitzicht over de vallei geeft. Een tweede dagtocht voert door het Mestiachala-dal naar de Chalati-gletsjer, waar het pad eindigt op het puin voor de ijstong. Wie hoogte wil zonder al te veel klim, loopt naar de oude televisietoren boven Mestia, op ruim 2.200 meter, met een rondomzicht over de bergen.
Dieper in de streek ligt Ushguli, een groep dorpen die tot de hoogst permanent bewoonde van Europa horen. Vanaf hier loopt een vlakke route door een boomloze vallei naar de gletsjer aan de voet van de Sjchara, met 5.068 meter de hoogste berg van het land. De klim is bescheiden, een paar honderd meter, maar de afstand en het weer maken er een volle dag van.
Tusheti: het afgelegen oosten
Tusheti, in het uiterste noordoosten tegen de grens met Dagestan, is nog stiller en moeilijker bereikbaar. De enige toegangsweg gaat over de Abano-pas, een onverharde bergweg die als een van de gevaarlijkste van het land geldt en alleen in de zomermaanden open is. Vanuit Omalo lopen routes naar de gehuchten in de omgeving. Een dagtocht voert langs het dorp Shenako naar de oude vesting van Diklo, op een klif hoog boven het dal, met een klim van zo’n 350 meter tot rond de 2.375 meter. Vanuit Dartlo volgt een pad de vallei naar Chesho en Parsma, langs middeleeuwse verdedigingsttorens uit de twaalfde tot veertiende eeuw; de hoge variant klimt via Dano en Kvavlo naar bergkammen boven de drieduizend meter.
Wat je moet weten
De grootste risico’s zijn het weer en de afstand tot hulp. Onweer trekt in de middag snel op en jaagt wandelaars van de kammen; een vroege start is daarom regel. Water komt uit bronnen langs de weg, herdershonden bij de kudden kunnen fel zijn, en in de hoge dalen is geen telefoonbereik. Wie de wandelingen serieus wil aanpakken, doet er goed aan de gids Walking in the Caucasus aan te schaffen, met genummerde routes en hoogteprofielen; in Tbilisi is die in de boekhandels te vinden. Homestays in de wandeldorpen bieden bed en maaltijden voor een vast bedrag, en dat maakt een tocht van meerdere dagen zonder zware uitrusting mogelijk.
Boven Dartlo staan de torens los in het gras, zonder hek of bordje, en de enige die er langskomt is een herder met zijn kudde op weg naar hoger gras.
Plan je reis
- Overnachten in Georgië: vergelijk accommodaties ›
- Trein-, bus- en vliegtickets in Europa: vergelijk op Omio ›
- Activiteiten en excursies in Georgië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.