Namibië is een land waar de afstand de eerste reisbeslissing bepaalt. Met ruim drie inwoners per vierkante kilometer en honderden kilometers tussen de plaatsen, is het vervoer schaars en het openbaar vervoer voor reizigers nauwelijks bruikbaar. De overgrote meerderheid huurt een auto en rijdt zelf, en het land is daar ook op ingericht: de toeristische infrastructuur draait om de zelfrijder.
Asfalt, gravel en de huurauto

De hoofdwegen, aangeduid met een B, zijn geasfalteerd en in goede staat. Daarbuiten begint het uitgebreide net van gravelwegen, de met een C en D genummerde grindwegen die het grootste deel van het land ontsluiten. Die zijn meestal goed berijdbaar, maar het zand en het zogenoemde wasbord, het ribbelpatroon dat zich in de grindlaag vormt, vragen om lagere snelheden en oplettendheid. Klapbanden zijn de meest voorkomende pech, en een tweede reservewiel is op de afgelegen routes geen overdaad.
Veel reizigers huren daarom een terreinwagen, vaak met daktent, waarmee ze de afgelegen kampeerplekken kunnen bereiken. Een gewone personenauto volstaat voor de geasfalteerde routes en de meeste grindwegen, maar voor diep zand, zoals in het noordwesten richting Kaokoland, is vierwielaandrijving nodig. Tanken vraagt vooruitdenken: tussen de dorpen kan honderden kilometers liggen zonder pomp, dus je tankt waar je kunt en niet pas wanneer het moet.
De gouden regel is simpel: je tankt bij elke pomp die je tegenkomt, niet bij de pomp waar je hem nodig hebt, want die staat er meestal niet.
Wat er nog meer rijdt

Wie niet zelf rijdt, is aangewezen op een beperkt aanbod. Tussen de grotere steden rijden langeafstandsbussen, en op het platteland verplaatsen mensen zich met gedeelde minibustaxi’s en meeritten, maar die volgen de bevolkingsstromen, niet de toeristische route, en brengen je dus zelden waar de woestijn het mooist is. Er bestaat een spoorlijn, maar het personenvervoer daarop is traag en marginaal. Vliegen is een optie voor wie de grote afstanden wil overslaan: kleine vliegtuigjes verbinden Windhoek met afgelegen lodges en met de kust.
Voor de reiziger die de leegte wil zien zoals ze is, blijft de eigen auto het enige echte antwoord. Het rijden zelf, urenlang over een rechte grindweg met niets dan vlakte aan weerszijden, is in Namibië niet de verbinding tussen de bezienswaardigheden maar een deel van de bezienswaardigheid.
In Namibië is de weg geen tussenstuk tussen twee plekken, maar net zo goed de plek zelf.
Plan je reis
- Overnachten in Namibië: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Namibië: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in Namibië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.